Sectortafel Mobiliteit

Belangrijke onderwerpen voor gemeenten

De inzet van decentrale overheden aan de mobiliteitstafel is sterk afhankelijk van de kaders en randvoorwaarden die het Rijk stelt. Volgens de huidige kaders vormt de uitkomst van de Mobiliteitstafel voor de decentrale overheden slechts een beperkte opgave. Dit omdat de CO2-reductie voor mobiliteit in 2030 vooral moet komen van landelijke maatregelen zoals elektrisch rijden, biobrandstoffen, banden-op-spanning en een werkgeversaanpak. Daarbij vervullen decentrale overheden vooral een faciliterende rol voor werkgeversaanpak, uitrol laadinfrastructuur en elektrisch rijden. Ze hoeven slechts enkele eigen maatregelen te nemen voor het benutten van de opdrachtgeversrol bij aanbestedingen en milieuzones.

Er is volgens de decentrale overheden wel meer handelingsperspectief voor decentrale overheden om meer CO²-reductie te realiseren. Aanpassingen in mobiliteitssystemen als verduurzamen ketenmobiliteit en stadslogistiek en ruimtelijk beleid dragen uiteindelijk bij aan bereikbare, leefbare en gezonde steden. Om dit mogelijk te maken, is een hogere ambitie van het Rijk noodzakelijk.