Sectortafel Gebouwde Omgeving

De tafel Gebouwde Omgeving wordt voorgezeten door Diederik Samsom. Aan tafel zitten bijna dertig verschillende partijen die samen werken aan een akkoord voor de gebouwde omgeving.

Subtafels

Binnen de tafel Gebouwde Omgeving zijn vijf deeltafels.:

  • Financiering en normering: hierin wordt o.a. gewerkt aan voorstellen voor de optimalisatie van de energiebelasting, objectgebonden financiering, normering voor utiliteitsbouw.
  • Meer duurzame warmte: hierin wordt o.a. gewerkt aan voorstellen voor versnelling van individuele duurzame warmtetechnieken, versnelling van warmtenetten (en daarbij een verbetering van het speelveld), actieplan geothermie en een actieprogramma voor aquathermie.
  • Masterplan/ wijkaanpak: hierin wordt de wijkgerichte aanpak waarop de gemeente de regie voert uitgewerkt. Zie hieronder meer informatie.
  • Startmotor: op deze tafel worden zowel plannen ontwikkeld voor de korte termijn (2018 – 2021) met voornamelijk groot gebouweigenaren zoals woningbouwcorporaties, maar worden ook voor verschillende gebouwgroepen routekaarten ontwikkeld zoals voor maatschappelijk vastgoed, onderwijshuisvesting, zorghuisvesting etc.
  • Inkeerregeling Nieuwbouw: met deze regeling wordt getracht om gebouwen die al vergund zijn en aan het aardgas aangesloten zouden worden, alsnog zonder aardgas op te leveren.

Wijkgerichte aanpak

In de komende drie jaar moet de weg vrij gemaakt worden om grootschalig en planmatig aan de slag te gaan met de verduurzaming en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Met als doel om via een transitietempo van 30.000 tot 50.000 gebouwen aardgasvrij en zeer energiezuinig in 2021 naar 200.000 gebouwen per jaar in 2030 te komen. In deze enorme transitie waarin uiteindelijk alle 9 miljoen gebouwen geen aardgas meer gebruiken, geïsoleerd worden en voorzien worden van duurzame energie krijgt de gemeente de regierol.

Uitwerking wijkgerichte aanpak aan tafel Masterplan

De tafel masterplan waarin de wijkgerichte aanpak wordt uitgewerkt is dan ook een cruciale tafel voor gemeenten. Deze tafel wordt voorgezeten door de VNG . Aan deze tafel worden twee besluitvormingsstappen uitgewerkt:

  1. Hoe gemeenten komen tot een transitievisie warmte waarin de planning wordt opgenomen welke wijk/buurt wanneer aan de beurt is. Voor de wijken die voor 2030 aan de beurt zijn ook de potentiële alternatieve energie infrastructuur (of –ren) bekend.
  2. Hoe gemeenten komen tot uitvoeringsplannen op wijk/buurtniveau waarin uiteindelijk na een participatieproces de gemeenteraad een zorgvuldig besluit neemt over het alternatieve energie infrastructuur van een wijk/buurt.

Belangrijke bouwsteen voor deze besluitvormingsstappen is de Regionale Energiestrategie (RES), waarmee decentrale overheden regionaal aanwezige (rest)bronnen in beeld brengen en vraag en aanbod op elkaar afstemmen. De vraag uit de transitievisie warmte vormt input voor de RES. De verdeling van de bronnen en warmtevraag wordt vastgelegd in omgevingsvisies van gemeenten en provincie.

Belangrijke onderwerpen voor gemeenten

VNG had een aantal belangrijke speerpunten voor de gebouwde omgeving waarvoor we in de uitwerking van de stukken goede haakjes zien:

  • De opgave moet haalbaar (voldoende beschikbaar aanbod) en betaalbaar (voldoende financieringsmogelijkheden voor alle gebouweigenaren) zijn.
  • Gemeenten krijgen een grote rol toebedeeld in de gebouwde omgeving. Hier hoort extra budget voor gemeentelijke capaciteit bij.
  • De marktordening voor warmte moet worden aangepast, zodat warmte voor meer gebieden een realistische optie wordt.
  • De Regionale Energiestrategie moet een goede positie krijgen en door partijen gezien worden als een belangrijke basis.
  • Gemeenten moeten bevoegdheden en doorvoeringsmacht krijgen voor hun regierol in de gebouwde omgeving.
  • Faciliterend wet- en regelgeving (ook voor utiliteitsbouw).

Gemeentelijk vastgoed

In het Interbestuurlijke programma van februari dit jaar hebben overheden met elkaar de volgende ambities op tafel gelegd ten aanzien van hun eigen vastgoed:

  • Nieuwbouw in opdracht van overheden wordt vanaf 2020 zo opgeleverd dat afkoppeling van aardgas mogelijk is.
  • Overheidsvastgoed wordt in tranches verduurzaamd gericht op een energieneutrale voorraad in 2040.

Deze ambities vormen het uitgangspunt van een concept routekaart die de VNG de afgelopen maanden in gesprek met haar leden heeft opgesteld over de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Deze concept routekaart vormt de basis voor verdere uitwerking en besluitvorming door de leden in de tweede helft van dit jaar. Ook maakt het onderdeel uit van de afspraken in het klimaatakkoord over maatschappelijk vastgoed.

De belangrijkste nog te maken beslispunten zijn:

  • Gemeenten brengen uiterlijk 1 mei 2019 hun vastgoedportefeuille in kaart en voorzien deze van een aanpak waaruit blijkt dat het eigen vastgoed de komende jaren in tranches wordt verduurzaamd richting energieneutraal.
  • De VNG ondersteunt hen daarbij door kennis en communicatie, zoals een format voor het in kaart brengen van de vastgoedportefeuille, een benchmark voor gemeentelijk vastgoed, een modelaanpak inclusief een handleiding voor bestuurlijke besluitvorming en door het verspreiden van goede voorbeelden.
  • Gemeenten onderzoeken of zij met hun eigen vastgoed een bijdrage kunnen leveren aan een snelle start van de verduurzaming van de warmtevoorziening, door aan te sluiten bij initiatieven van corporaties en energieleveranciers in die gebieden waar op korte termijn overeenstemming is over de gewenste warmtevoorziening.