Industrie: wijzigingen t.o.v. conceptversie

Een overzicht van de wijzigingen (op hoofdlijnen) in het Klimaatakkoord dat het kabinet op 28 juni jl heeft gepresenteerd, t.o.v. de conceptversie. Voor een volledig overzicht van alle maatregelen kunt u terecht op www.klimaatakkoord.nl

Mede op basis van de doorrekeningen van het PBL op het concept Klimaatakkoord, zijn de afspraken om te komen tot de benodigde CO2-reductie aangescherpt. Het Klimaatakkoord bevat in dat kader 3 onderdelen:

  1. CO2-heffing voor de vermijdbare uitstoot van CO2
  2. Treffen van CO2-reducerende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder
  3. Afstemming van de maatregelen binnen de verschillende industrieclusters en de desbetreffende Regionale Energiestrategieën

Ad 1) Als onderdeel van het Klimaatakkoord is een CO2-heffing uitgewerkt voor de te vermijden CO2-uitstoot en de CO2-uitstoot voor AVI’s. Voor de ETS-bedrijven en Chemelot is een lachgasheffing voorgesteld. De heffing wordt jaarlijks bijgesteld, met als doel dat in 2030 de duurste maatregelen ook getroffen worden.

Ad 2)  Voor alle bedrijven geldt dat CO2-reducerende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder verplicht zijn. De systematiek die is uitgewerkt voor energiebesparende maatregelen wordt daarop aangepast.

Ad 3) Om de energiebehoefte, maar ook de beschikbaarheid en levering van restwarmte uit de industrie, af te stemmen op de omgeving van de 5 industrieclusters, is afstemming en monitoring nodig. Monitoring van de voortgang van de industriële transformatie in deze regio’s en de infrastructurele consequenties hiervan is belangrijk voor de afstemming in de relevante RES. Dit betekent niet dat de behoefte van de industrie aan warmte en hernieuwbare energie als een extra opgave voor de RES moet worden gezien.