Gebouwde Omgeving: uitkomst doorrekeningen

Op woensdag 13 maart 2019 zijn de doorrekeningen van het concept Klimaatakkoord door het CPB en het PBL bekend gemaakt.

Wat is de uitkomst van de doorrekeningen per sectortafel?

Doelstelling behaald?

De doelstelling voor gebouwde omgeving is een CO2-reductie van 3,4 Mton in 2030. PBL concludeert dat de reductie uitkomt tussen de 0,8 en 3,7 Mton. Daarmee wordt CO2-reductie binnen de gebouwde omgeving waarschijnlijk niet gehaald. Het PBL schat de onzekerheid in de bandbreedte voor gebouwde omgeving relatief het grootst in.

Nog veel afhankelijkheden

Tussen 17% en 71% van het geplande aantal van 1,5 miljoen gebouwen kan en zal van het aardgas af gehaald kunnen worden. Deze bandbreedte komt doordat het PBL veel afhankelijkheden ziet in de wijkgerichte aanpak waar de gemeente de regierol voor heeft.

Deze onzekerheid komt door:

  1. De manier waarop subsidies worden verdeeld over type technieken, huur- en koopwoningen en over bewoners binnen de buurten waarvoor uitvoeringsplannen op wijkniveau worden vastgesteld
  2. De looptijd van de beschikbare financieringsproducten
  3. De mate waarin kostendaling wordt gerealiseerd
  4. Het tempo waarin uitvoeringsplannen door de gemeenteraad worden vastgesteld en worden uitgevoerd

Snelheid van proces

De gemeente is verantwoordelijk voor het middels een participatieproces opstellen van uitvoeringsplannen op wijkniveau. Via een artikel-2-procedure wordt vastgesteld hoeveel middelen gemeenten krijgen voor deze nieuwe taak. Met het uiterlijk in 2022 invullen van alle benodigde randvoorwaarden zoals bevoegdheden, financieringsconstructies en middelen voor de uitvoering voor gemeenten, is het de vraag wat dit betekent voor de ambities om te komen tot 1,5 miljoen aardgasvrije gebouwen in 2030.

Lastenverdeling huishoudens en bedrijven

Er is geen eerlijke lastenverdeling tussen bedrijven en huishoudens. Dit komt mede doordat lastenverzwaring voor bedrijven voor 80% wordt doorbelast aan consumenten. Verder zal er sprake zijn van een lichte inkomensdaling door algemeen klimaatbeleid en niet zozeer door klimaatakkoord.

  • Vooral lage middeninkomens gaan er op achteruit. Het effect van de maatregelen uit het Klimaatakkoord op de laagste inkomens valt mee. Het kabinet heeft inmiddels aangekondigd om lastenverdeling tussen bedrijven en huishoudens beter te verdelen door een CO2-heffing en door de belasting op energie voor huishoudens per 2020 te verlagen. 
  • Het effect van deze maatregel van het Kabinet op een daadwerkelijke eerlijke verdeling is afhankelijk van de wijze waarop deze CO2-heffing opgezet gaat worden. Ook is het de vraag of de verhoging van de energiebelasting voor bedrijven problemen veroorzaakt voor een woonlasten neutrale businesscase voor gebouw gebonden maatregelen.

Warmtefonds

Het door het Kabinet aangekondigde warmtefonds zal in tegenstelling tot andere financiële instrumenten (zoals beprijzing) een relatief groot effect hebben (basiseffect GO omhoog van 0,8 naar 1,2 Mton). Het is daarmee voor gemeenten belangrijk dat dit Warmtefonds goed aansluit op de wijkgerichte aanpak en snel verder wordt uitgewerkt en van start kan gaan. Hierin moet het ook mogelijk zijn om middelen voor warmtenetten in te zetten.

Procesgeld voor gemeenten

PBL geeft aan op dit moment niet te kunnen beoordelen of het beschikbaar gestelde procesgeld voor gemeenten (50 mln. euro per jaar) toereikend is om voldoende procesbegeleiding en vakinhoudelijke deskundigheid te mobiliseren, maar gaat ervan uit dat het aangekondigde artikel-2-onderzoek eventuele tekorten zal wegnemen.

Vervolg

Nog niet bekend.