Wmo-toezicht: uitkomsten werkconferentie Gelderland-Zuid

Hoe bepalen en bewaken we de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning? In de regio Gelderland-Zuid kwamen gemeenten, GGD, zorgaanbieders en burger- en klantengroepen november vorig jaar bijeen om hierover met elkaar te discussiëren.

De gemeenten in de regio Gelderland-Zuid hebben het Wmo-toezicht om de volgende redenen belegd bij GGD Gelderland-Zuid:

  • De GGD heeft ervaring met toezicht.
  • De GGD is bekend met de spelers in het veld, Wmo-aanbieders zijn grotendeels in beeld.
  • Daarnaast neemt de GGD ten opzichte van de gemeente een onafhankelijke positie in.
  • De regiobrede opdracht biedt de mogelijkheid om het toezicht voor alle gemeenten uniform vorm te geven.

Opvattingen over toezicht

Aan de werkconferentie over Wmo-toezicht (op 30 november) namen ruim 100 bezoekers deel. Hoe kijken zij aan tegen het Wmo-toezicht?

De volgende opvattingen kwamen naar voren:

  • Over het algemeen wordt het uitgangspunt gedeeld dat het Wmo-toezicht zich moet richten op kwaliteitsverbetering in plaats van louter op het voorkomen van risico's.
  • Toezicht mag geen afvinklijstje worden, de uitdaging is om uit te gaan van de beleving van de cliënt en gebruik te maken van de ervaringskennis. Dit kan via de weg van medezeggenschap of cliëntenraden. Uitkomsten van cliëntervaringsonderzoek kunnen een bron zijn, maar een dergelijk instrument biedt geen volledig zicht op de centrale positie van de cliënt.
  • Het is belangrijk dat aanbieders en hulpverleners buiten hun eigen kaders denken. Daarbij mag van hen verwacht worden dat ze oplossingsgericht en creatief zijn. Maatwerk 'buiten de gebaande paden' heeft ook gevolgen voor de inrichting van het kwaliteitstoezicht en het toetsingskader.
  • Betrek de werkvloer nadrukkelijk bij het toezicht en vermijd dat slechts op grond van de visie van het management een oordeel over de kwaliteit wordt geveld.
  • Normen moeten worden geformuleerd in een taal die door iedereen wordt begrepen. Sommige deelnemers stelden dat er nu kansen zijn om het Wmo-toezicht anders in te richten dan in de zorg gebruikelijk is en dat normen niet nodig zijn: het is voldoende om uit te gaan van de tevredenheid van de cliënt.
  • Andere deelnemers wezen erop dat normen nodig zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg. Er moet sprake zijn van een goede balans tussen toezicht/controle en de eigen verantwoordelijkheid van aanbieders en professionals.

Transformatie sociaal domein

Het Wmo-toezicht is onderdeel van de transformatie in het sociaal domein. Dat gegeven leidde ook tot vragen en opmerkingen over de rol van het (sociale) wijkteam en de kwaliteit van de toeleiding naar maatschappelijke ondersteuning. Ter sprake kwamen ook nog de rol van de cliëntondersteuner, continuïteit van maatschappelijke ondersteuning, bevordering van eigen regie en sociale veiligheid (privacy).

Meer informatie

Hieronder een uitgebreider verslag van GGD Gelderland-Zuid over de werkconferentie:

Zie ook