Thema 3. Lokaal en regionaal samenwerken: zorg, onderwijs en veiligheid

Waar gaat het over?

De start van de Collectieven liep gelijk op met de start van de transformatie van de jeugdhulp. In deze fase stonden afstemming, samenwerking en nieuwe afspraken maken centraal. Tussen lokale organisaties en professionals, tussen huisartsen en de wijkteams en tussenonderwijs, wijkteams en Veilig Thuis en de civiel- en strafrechtelijke partners (Raad voor de Kinderbescherming, politie en OM).

Aanpak

Lokale en regionale samenwerking algemeen

In Arnhem is gewerkt aan een doorstart van het voormalige Gelderse netwerk voor een intersectorale aanpak van kindermishandeling. Deze gold als voorloper voor een MDA++ aanpak, maar werkte sinds de transitie niet goed meer. Onder meer capaciteitsproblemen bij Veilig Thuis en onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden van het netwerk en wijkteams speelden hierbij een rol.

In Dordrecht is een serie werksessies georganiseerd met zeven lokale en regionale ketenpartners: JGZ, onderwijs, jeugdteams, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming West en de William Schrikker Groep. Aan de hand van actuele casuïstiek is de afstemming verbeterd tussen het vrijwillige en gedwongen kader. De GI’s hebben hun adviesfunctie richting jeugd- en sociaal team verbeterd door een vaste contactpersoon aan te stellen. Tussen JGZ, Stichting Jeugdteams en Veilig Thuis zijn concrete afspraken vastgelegd over kennisdeling en informatieoverdracht.

De zorg-justitieketen

In Amsterdam is er een afstemmingsoverleg straf-zorg opgericht tussen Veilig Thuis, de politie, de GI, het OM en de gemeente. Twee keer per week bespreken zij complexe casussen en de uit te zetten koers. Voor de toeleiding naar het afstemmingsoverleg zijn criteria opgesteld aan de hand van acht processtappen, van signalering tot inzet hulp en monitoring. Afspraken worden geregistreerd door Veilig Thuis. Daarnaast zijn zogenaamde ‘straf-zorg safari’s’ uitgevoerd: werkbezoeken waarin men elkaars werkwijze leert kennen en beter begrijpen.

Tips voor gemeenten

  • Faciliteer en stimuleer dat professionals met elkaar in gesprek gaan. Op alle niveaus (lokaal, wijk en school-wijkteam, huisarts-wijkteam, etc.) en op verschillende plaatsen in de keten. Het elkaar kennen en waarderen zorgt bij concrete casuïstiek dat professionals elkaar gemakkelijker kunnen vinden, consulteren en gerichter doorverwijzen. Bijv: ‘Gluren bij de buren’, ‘straf-zorg safari’s’, digitaal platform op wijkniveau voor informatie over collega-instellingen.
  • Spreek duidelijk met bestuurders en managers af dat uitvoerend professionals voldoende tijd krijgen voor werkgroepen en overleggen met andere professionals. Ook in de drukte van het primaire werk. Elkaar leren kennen, samenwerkingsafspraken maken en daadwerkelijk gaan werken volgens deze afspraken, kost nu eenmaal tijd. Neem en geef deze tijd.
  • Afspraken op papier werken alleen wanneer deze tot stand zijn gekomen in onderling overleg met de professionals zelf. Omgekeerd kunnen geleerde lessen in leer-/werksessies alleen goed geborgd worden wanneer er duidelijke afspraken over zijn gemaakt met bestuurlijk commitment. Stuur als gemeente op beide onderdelen en faciliteer.

Meer voorbeelden

Meer voorbeelden vindt u in het uitgebreide rapport dat 20 februari 2017 gepresenteerd werd.