Interview

Duidelijk afspreken wie verantwoordelijkheid neemt

Wethouder Rik van der Linden van Dordrecht denkt af en toe aan dat stille meisje uit het kleine dorp waar hij opgroeide.

Niet dat hij haar zo goed kende, maar ze woonde vlakbij hem. Jaren later hoorde hij dat dit meisje in haar jeugd heel erg was mishandeld.

‘Het gebeurt om de hoek en je weet het niet. Zou er nooit iemand in haar omgeving iets hebben gemerkt?’

Regieafspraken en het bespreekbaar maken

Van der Linden zei met volle overtuiging ja tegen de rol van bestuurlijke trekker van het Dordtse Collectief tegen Kindermishandeling. ‘Elk jaar weer zijn er incidenten met gezinnen waar het ernstig misgaat, al zijn er veel professionals bij betrokken.’

De kern van het probleem is dat de regieafspraken en het bespreekbaar maken van ‘wie is waarvan?’ te wensen overlaten, denkt Van der Linden. Hoe wil hij daarbij als bestuurder het verschil maken?

Mee kijken en goed laten informeren

‘Aan de ene kant wil ik het veld de gelegenheid geven om aan de slag te gaan. Door de decentralisaties is er zoveel stof omgewoeld dat mensen tijd nodig hebben om hun nieuwe rol op te pakken. Op papier is het allemaal geregeld, maar het gaat niet met een druk op de knop. Tegelijkertijd wil ik als bestuurder wel dat het beter gaat werken. Ik wil mee kijken, me goed laten informeren en als de dingen niet snel genoeg gaan, een duwtje geven.’

Voorkomen, signaleren en samenwerken

Het doel is de slag te maken naar het voorkomen van kindermishandeling. ‘Daarvoor is het nodig dat signalen van onveiligheid eerder op tafel komen, en dat professionals die samenwerken helder afspreken wie wanneer wat doet. Dit vereist dat zij zich bewust worden van de dingen die nog niet op tafel liggen.’

De ambitie van Dordrecht is dat ouders hun kinderen veilig kunnen laten opgroeien. Waar dat niet lukt, krijgen ouders passende en effectieve zorg. Effectief betekent ook ‘gedwongen’ als het moet, zegt Van der Linden. ‘Zo willen we voorkomen dat we jarenlang hulp geven terwijl het kind er niets aan heeft. Of in het ongunstigste geval nog verder getraumatiseerd raakt.’

Grenssituaties

De wethouder liep een paar keer mee bij Veilig Thuis en ervoer hoe listig de ‘grenssituaties’ zijn. ‘Stel, je bent al langer in gesprek over een ouder die heel ruw omgaat met zijn kind. De school ziet geregeld blauwe plekken en heeft daar al eens melding van gemaakt. Vervolgens blijkt dat er meer indicatoren zijn dat het slecht gaat in het gezin.

Wat doe je dan? Los je het op met een gesprek? Stel je onderzoek in door Veilig Thuis? Of dien je een aanklacht in? Op zichzelf zijn deze dingen wel beschreven, maar er blijven twijfelgebieden. Moet ik als professional nog doorgaan met mijn inspanningen of moet ik iemand anders erbij halen?’

Lessen uit casuïstiek

In het Dordtse Collectief tegen Kindermishandeling zitten naast de gemeente, de jeugdgezondheidszorg, de jeugdteams, het onderwijs, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instellingen (Jeugdbescherming West en de William Schrikker Stichting). Vertegenwoordigers van deze partijen bespreken elke drie maanden actuele casussen. Wat ging er goed? Wat zijn de verbeterpunten?

Het doel is om samen scherpe afspraken te maken en als het nodig is onconventionele maatregelen te nemen. De besprekingen vinden plaats in een sfeer van veiligheid en vertrouwen. ‘We nemen de actuele omstandigheden als uitgangspunt, van daaruit gaan we de samenwerking verbeteren. Dat gaat met leren en evalueren en met grenzen durven stellen. Tot hier en niet verder. Nu gaan we over van vrijwillig naar drang of dwang. Niet als dreigement, maar als hulpaanbod.’

Tussen vrijwillig en dwang

De partijen van het Collectief hielden14 september een startbijeenkomst waarbij het Van der Linden opviel dat iedereen grens- en de rollenproblematiek herkent. ‘Er is een breed gedragen en gedeelde motivatie om het gesprek aan te gaan. Ook vanuit het onderwijs waar net een iets andere taal wordt gesproken dan in de zorg.’ Het gaat om de raakvlakken tussen de disciplines. Niet alleen tussen onderwijs en zorg, maar nadrukkelijk ook tussen het vrijwillige kader en drang- of dwangmaatregelen.

Wanneer is een situatie zo onveilig dat dwangmaatregelen nodig zijn? Wat kan en mag je doen? ‘Door het bespreken van casuïstiek oefenen we het gesprek, wennen we aan meer openheid tussen professionals. Vertrouwen is cruciaal om goed met elkaar te kunnen samenwerken.’ Dat is in de eerste plaats een kwestie van cultuur, zegt Van der Linden.’ ‘Daar hoort ook bij dat we ook kijken hoe effectief de genomen maatregelen zijn. Dat is een belangrijk punt in de verbeteragenda.’

Kennis delen

De vertegenwoordigers van de aangesloten partijen dragen de lessen en afspraken uit de casuïstiek naar hun eigen organisaties. Daarbij verschijnt vanuit het Collectief een nieuwsbrief om de opgedane kennis te verspreiden. Het landelijke Collectief tegen Kindermishandeling volgt Dordrecht en publiceert de resultaten die landelijk relevant zijn op de websites van de VNG, het NJI en Movisie.

Download interview