Eindreportage


Teamleider Els Bouwman van wijkteam Centrum, Spijkerkwartier en Arnhemse Broek (links) en teamleider Rianne van Rooijen van Veilig Thuis. Ze zijn allebei positief over het samen optrekken van het wijkteam met de Veilig Thuismedewerker

Arnhemse wijkteamcoaches gaan geregeld samen op pad met Veilig Thuismedewerkers. Ze komen zo gemakkelijker binnen bij gezinnen die slecht ontvankelijk zijn voor hulp. Het werkt en het smaakt naar meer.

Geregeld houden mensen de boot af, zeggen dat het allemaal wel meevalt

Rianne van Rooijen, teamleider van Veilig Thuis en teamleider-bestuurder Els Bouwman van het wijkteam Centrum, Spijkerkwartier en Arnhemse Broek, kennen elkaar en ze werken prettig samen. Als er een kink in de kabel is, dan hebben ze elkaar zo aan de lijn. Veilig Thuis en de wijkteams zijn ongeveer tegelijk opgezet, na de decentralisaties. Samenwerking ligt in hun opdracht besloten. Maar, ze vonden allebei dat die tussen hun organisaties nog niet voldoende uit de verf kwam. Ook op basis van de ervaringen van medewerkers. Het Collectief tegen Kindermishandeling in Arnhem is gericht op het versterken van die samenwerking. Projectleider Paul van de Water zegt het zo: ‘We zien dat het samen optrekken met Veilig Thuis de wijkcoach beter in positie brengt als er sprake is van onveilige situaties.’

Wijkcoaches zeggen dat het enorm scheelt als een medewerker van Veilig Thuis meegaat. De wijkcoach hoeft geen discussie over de boodschap aan te gaan en kan zich richten op de begeleiding die nodig is.

Wat zijn de knelpunten waar wijkteamcoaches op de werkvloer tegenaan lopen? Bouwman illustreert het aan de hand van een casus: Een gescheiden vader brengt zijn twee jonge kinderen na het weekend terug naar de moeder. De ex-partners krijgen ruzie op straat en dit ziet er zo dreigend uit dat de buren de politie waarschuwen. De agenten sussen de zaak en doen een zorgmelding bij Veilig Thuis. De medewerker schat in dat dit ‘een keer kan gebeuren’ en vraagt het wijkteam om contact te zoeken met het gezin.

Bouwman: ‘Het gebeurt geregeld dat mensen dan de boot afhouden. Zeggen dat het wel meevalt, dat de kinderen het niet hebben gezien. Veilig Thuis stuurt weliswaar een brief over de melding, en dat ze de wijkcoach hebben gevraagd contact op te nemen, maar dat leidt tot allerlei vragen. Vanwaar die melding? Hoe is dat precies gegaan? Je komt als wijkcoach soms in een lastige discussie,’ legt Bouwman uit. ‘Je weet het antwoord niet, jouw informatie komt uit de derde hand.

Coaches zeggen dat het enorm scheelt als een medewerker van Veilig Thuis meegaat. Alleen al omdat er dan geen gebakkelei ontstaat over de brief. De wijkcoach hoeft geen discussie over de boodschap aan te gaan en kan zich richten op de begeleiding die nodig is. Zo ontstaat een betere basis voor een gesprek over hulp.’ Van Rooijen vult aan dat Veilig Thuis een wezenlijk andere rol heeft dan de wijkcoach. ‘Veilig Thuis stelt kaders over veiligheid; onze medewerker maakt bijvoorbeeld helder dat ruzie maken in het bijzijn van de kinderen bedreigend is voor hen. Dat ze de opdracht krijgen om te zorgen dat dit niet meer gebeurt,  maar dat de wijkcoach kan helpen bij het oplossen van de problemen.’

Helpt onderzoek en advies geweld te stoppen of moet de opdracht van Veilig Thuis breder zijn?

De ervaringen met de pilot zijn positief. Veilig Thuis kreeg ook van andere gemeenten de vraag om wijkteams te ondersteunen. Dat heeft geleid tot een uitbreiding van het aanbod van Veilig Thuis aan alle gemeenten in de regio Gelderland Midden. Dit nieuwe ‘ondersteuningstraject gericht op veiligheid en herstel’ is opgenomen in de begroting van 2017. Daardoor heeft Veilig Thuis nu personele ruimte heeft om hiervoor een medewerker in te zetten. Dat is van belang omdat de samenwerking extra menskracht vereist.

In de praktijk gaan we met z’n tweeën als we denken dat een gezin niet vrijwillig of zonder meer openstaat voor hulpverlening. Coaches kunnen dat goed inschatten als ze het gezin ze al kennen

Wanneer gaan wijkcoach en Veilig Thuismedewerker samen op pad? Wanneer juist niet? ‘Met die vraag hebben we flink gestoeid,’ vertelt Van Rooijen. ‘We dachten eerst aan strakke criteria, dat we het moesten ophangen aan een bepaald soort problematiek. Maar in de praktijk blijkt dat niet per se de  specifieke problematiek leidend is. Het gaat er meer om of mensen hulp wensen, of zich daarover durven uit te spreken. In de praktijk gaan we met z’n tweeën als we denken dat een gezin niet vrijwillig of zonder meer openstaat voor hulpverlening.’ Coaches kunnen dat goed inschatten als ze het gezin ze al kennen. De politie haalt ook veel informatie uit het moment van contact. Of als het een telefonische melding is van een school, kunnen we vragen stellen om af te wegen of het verstandig is om samen te gaan.’

  Een door Veilig Thuis op papier overgedragen melding maakt minder indruk dan wanneer de medewerker zelf vertelt wat de melding is geweest.

De coaches van de acht Arnhemse wijkteams zijn positief over de aanpak. ‘Ze willen het liefst vaker samen optrekken,’ zegt Bouwman. ‘Een door Veilig Thuis op papier overgedragen melding maakt minder indruk dan wanneer de medewerker zelf vertelt wat de melding is geweest. De coaches leren bovendien veel van Veilig Thuismedewerkers. Hoe duidelijk zij zich positioneren op iets dat echt niet kan op het gebied van veiligheid. Hun aanwezigheid geeft extra gewicht, maar het is nog geen dwang.’ Omgekeerd geldt hetzelfde voor de medewerkers van Veilig Thuis. ‘Ze ervaren dat het meegaan naar de klant effectief is. Geen enkele medewerker maakt graag louter papieren analyses. Het gaat over mensen en gedrag, het geeft medewerkers voldoening dat ze iets kunnen betekenen in het doorbreken van de geweldspatronen,’ zegt Van Rooijen.

Iets anders is dat de (zeer waardevolle) meldingen van de politie administratief voor verbetering vatbaar zijn.

Iets anders is dat de (zeer waardevolle) meldingen van de politie administratief voor verbetering vatbaar zijn. ‘De informatie komt nu soms versnipperd op meerdere formulieren. Dit leidt tot extra werk. Voor de politie is het landelijk een complex vraagstuk om dat anders te organiseren.’

We hebben met relatief weinig middelen resultaat bereikt.

Projectleider Paul van de Water vindt dat het Arnhemse Collectief tegen Kindermishandeling goed is gelukt. ‘We hebben met relatief weinig middelen resultaat bereikt. Het aardige is dat er ook bij Veilig Thuis in andere plaatsen belangstelling voor is, bijvoorbeeld in Zuid-Oost Brabant.

  • Veilig Thuis Gelderland Midden werkt in een regio van zestien gemeenten. Elke week komen gemiddeld 85 meldingen binnen. Vijftien procent van deze meldingen leidt tot een onderzoek.
  • Veilig Thuis is kritisch op het instellen van onderzoek omdat het voor de betrokkenen ingrijpend is. Onderzoek is alleen op z’n plaats als onduidelijk is wat er aan de hand is. Of als hulp en ondersteuning niet leiden tot het stoppen van het geweld.
  • In andere gevallen ligt het meer in de rede om snel hulp in te schakelen. De wijkteams zijn daarbij de belangrijkste samenwerkingspartij. In Arnhem verlenen en organiseren de wijkteams zowel de ondersteuning van volwassenen (Wmo) als jeugdhulp (Jeugdwet). Het zijn integrale teams met twee specialismen.
  • Het schoolmaatschappelijk werk is ook ondergebracht in de wijkteams. Daardoor is er een goede verbinding met het onderwijs. Vanuit het Collectief tegen Kindermishandeling is in Arnhem ook ingezet op het trainen van IB’ers en aandachtsfunctionarissen op scholen in het bespreekbaar maken van kindermishandeling.