Slachtoffers van huiselijk geweld vertellen hun verhaal

Aanbevelingen:
Hoe kan Veilig Thuis hun verhalen benutten?

In de gemeente Zaanstad is een pilot uitgevoerd met twee lokale Jeugdteams, gericht op het signaleren en voorkomen van huiselijk geweld.

Gemeente, diverse maatschappelijke partners en ook social media leveren gegevens die, in combinatie of bij herhaling, signalen kunnen zijn voor huiselijk geweld.

Dit geeft bij de professionals bewustwording over aanleidingen voor, maar ook uitingen van huiselijk geweld. En levert de Jeugdteams nieuwe inzichten op over buurt en wijk, over aspecten van huiselijk geweld en mogelijke partners om huiselijk geweld onder de aandacht te brengen en te voorkomen of tegen te gaan. Als belangrijk onderdeel van deze pilot zijn ook ervaringsdeskundigen bevraagd.

Aanbevelingen

De ervaringen van slachtoffers van huiselijk geweld leveren zeer waardevolle inzichten op voor de Veilig Thuis organisaties die momenteel overal ingericht worden. Hieronder een aantal aanbevelingen.

  1. Naast algemene voorlichting kan Veilig Thuis een grote rol spelen bij het ondersteunen van vrienden, familie en professionals die vermoedens krijgen van huiselijk geweld en die zich afvragen wat ze kunnen doen. Of voor mensen die willen weten hoe het geweld gestopt kan worden. Bij de Advies- en meldpunten Kindermishandeling werd op zeer grote schaal gebruik gemaakt van deze adviesfunctie (meer dan van de mogelijkheid om te melden). En - blijkens evaluatie-onderzoek - tot grote tevredenheid van de adviesvragers. De adviesfunctie moet dus zo laagdrempelig mogelijk georganiseerd worden – denk aan de mogelijkheid van chatten, een online platform o.i.d. – waar men advies kan vragen en met elkaar in gesprek kan.
  2. Burgers en professionals in hulpverlening, zorg en justitie moeten beter geïnformeerd worden over wat huiselijk geweld precies  is, hoe je signalen herkent en wat je met die signalen moet doen. Tv-spotjes en andere publieksvoorlichting kan burgers helpen het isolement van slachtoffers te herkennen en hen te steunen, ook al is dat alles wat ze kunnen doen. De expertise en ervaring binnen Veilig Thuis dient echter ook gebruikt te worden om de grote kring van professionals in de gemeente die met daders of slachtoffers van huiselijk geweld in aanraking kunnen komen, beter en indringender te informeren, gericht op het leren signaleren van - en het omgaan met slachtoffers.
  3. Safety First voor slachtoffers en betrokken kinderen. Contact met de bijvoorbeeld de politie leidde niet altijd tot ingrijpen terwijl dat wel noodzakelijk was. In samenwerking met politie en justitie dient Veilig Thuis is effectieve ‘triage’(een snelle maar systematische veiligheidstaxatie) dus hard nodig en zeer gewenst, blijkt uit de verhalen van de ervaringsdeskundigen. Bij meldingen of aangifte dient deze altijd te worden uitgevoerd.
  4. Veilig Thuis zal nog meer moeten investeren in algemene naamsbekendheid en de toegankelijkheid van de organisatie. Slachtoffers zelf melden zich nu maar in beperkte mate. Wetende dat 1 op de 10 mensen ooit slachtoffer is van huiselijk geweld, zou Veilig Thuis ook naar buiten toe moeten treden.
  5. Als er na meldingen van Huiselijk Geweld bij Veilig Thuis een hulpverleningstraject wordt opgezet, dient het plan van aanpak:
    a. Echt aan te sluiten bij de eigen kracht en het eigen inzicht van de slachtoffers, zoals ook in het handelingsprotocol gesteld wordt. Empowerment is een kernthema voor slachtoffers: ze willen gezien, gekend, gehoord worden, waarbij hun verhaal serieus wordt genomen. Het organiseren van steun in of met het eigen netwerk is voor de slachtoffers van grote waarde om zelf uit hun situatie te kunnen stappen.
    b. Integraal van opzet te zijn. Naast de interpersoonlijke problemen spelen doorgaans allerlei andere typen oorzaken en gevolgen mee: gezondheidsproblemen, werkloosheid, verslaving, financiële problemen, huisvestingsproblemen.
    c. Een aanpak kennen waarbij één centrale hulpverlener samen met de cliënt de coördinatie heeft over de inbreng van de verschillende andere professionals en leden van het netwerk is dan nodig. Het lijkt een versleten beleidscliché, maar zelden is het zo van toepassing als hier. Pas bij een perfecte coördinatie is effectiviteit mogelijk en kunnen de veiligheidsrisico’s beperkt worden.

Verhalen van slachtoffers huiselijk geweld

Via Stichting Zijweg – een stichting die opkomt voor de belangen van slachtoffers van huiselijk geweld – is een vragenlijst uitgezet onder slachtoffers waarmee zij hun ervaringen en adviezen konden delen. Ruim veertig vrouwelijke slachtoffers hebben online (anoniem) hun verhaal gedeeld, vaak heel gedetailleerd. Om recht te doen aan de verhalen en verhalenvertellers, geven wij de belangrijkste bevindingen hieronder weer en vertalen deze in een aantal concrete aanbevelingen.

In vrijwel alle verhalen is sprake van een langdurige zeer ernstig ontwrichte situatie, veelal gekenmerkt door systematische intimidatie, lichamelijke en psychische mishandeling, door partners, maar ook door ouders of andere gezinsleden. Vaak met het doel om absolute controle over het slachtoffer
te krijgen.


‘Relatie aangegaan met een toentertijd uiterst charmante man. Nadat ik bij hem was ingetrokken begonnen zijn gedragingen te veranderen waarbij psychische, emotionele, fysieke mishandeling zeer regelmatig voorkwamen.’


In sommige gevallen speelt ook verslaving een rol. Vaker gaat het om relationele problemen (zoals vechtscheidingen) en om ernstige problemen in het persoonlijke functioneren van de daders. Een term die goed aangeeft wat deze mensen meemaken is intimate terrorism.

Men zou wellicht verwachten dat deze situaties snel te herkennen zijn en dat de sociale omgeving en professionals adequaat in actie komen. Dat is echter maar zelden het geval. Nogal wat respondenten vinden het ook moeilijk om met hun ervaringen naar buiten te treden. Schaamte, schuldgevoel naar zichzelf toe en angst voor wraak wordt onder andere genoemd.

Afgeven van signalen


‘Een slachtoffer van huiselijk geweld is een uitstekende actrice. Dit is in het belang van de eigen veiligheid. Je gaat niet zoiets aanzwengelen in je omgeving met de wetenschap dat je daar thuis voor “gestraft” wordt.’


Veel respondenten geven aan dat anderen (in zowel de sociale als de professionele omgeving) toch gemerkt zouden moeten hebben dat er iets ernstigs aan de hand was: ‘buren hebben gemerkt dat hij mijn huis kort en klein sloeg vrienden zagen mijn verwondingen, getuigen zagen aanvallen van hem naar mij toe... ‘

De slachtoffers benoemen hierbij dat enerzijds de omgeving niet alert is op de – soms subtiele – signalen die zij hebben afgegeven. Als het slachtoffer wel naar buiten trad en gericht om hulp vroeg was dat vaak tevergeefs.

Niet serieus genomen

Contacten met huisartsen, maatschappelijk werkers, psychiaters, psychologen, maar ook met de politie leidden maar zelden tot een effectieve actie: ‘ik heb dit aangegeven bij huisarts, zijn therapeut, later rechter en raad voorkinderbescherming. Deze namen dit allen niet serieus.’ Het leek wel of het fenomeen huiselijk geweld bij vele professionals onbekend was of dat men zich onthand voelde als men signalen wél wist te duiden.

Daar waar slachtoffers meer open zijn geweest over hun situatie, voelen velen zich niet serieus genomen. Zelfs als er sprake was van acute onveiligheid voor de vrouw of voor kinderen bleef de verwachte interventie te vaak uit: ‘De politie, had moeten ingrijpen.’

Als een dader een ander beeld kon schetsen, beterschap beloofde of zei hulp te gaan zoeken, lieten professionals zich vaak met een kluitje in het riet sturen: ‘De psychiater had te weinig inzicht, en liet zich inpalmen door mijn ex.’

Isolement

Als men de ellende deelde met vrienden, buren of familie had dat wel vaak een positief effect. Vooral door de erkenning en steun die gegeven werd: ‘Het luisterend oor van de buren het gevoel dat ik ergens gehoord werd en meetelde’. Slechts een enkel slachtoffer wist de weg naar het Steunpunt Huiselijk Geweld te vinden.

Vrijwel alle vrouwen vertelden een sterk isolement ervaren te hebben (en soms nog steeds zo te ervaren). Zij hebben een grote behoefte om geloofd te worden en zich niet alleen te hoeven voelen in het zoeken naar oplossingen: ‘Ik heb letterlijk geroepen” help me!, van huisarts, Centrum Jeugd en Gezin, Verloskundige, Slachtoffer hulp, Politie, gemeente.’

Op eigen kracht


‘Ik ben weggegaan en heb aangifte gedaan alle hulp gezocht en aangenomen om ook aan mijzelf te werken. Ik zit nog midden in het proces en word nog heel erg heen en weer geslingerd in mijn gevoelens. Ik moet nooit meer terug gaan en afstand houden.’


Opvallend is dat vrouwen die een oplossing gevonden hebben, dit relatief vaak op eigen kracht bereikten. Daarbij speelde de steun van anderen een belangrijke rol: via internet, een zelfhulpgroep of een boek, maar vooral van het sociale netwerk en professionals in de eigen leefomgeving: bijvoorbeeld huisarts en het onderwijs.

Verreweg de meest genoemde oplossing voor het probleem was het definitief verbreken van het contact met de dader. Ook al was dat soms zeer pijnlijk en leidde dit ook weer tot vormen van intimidatie en controle.

Eenvoudige oplossingen zijn doorgaans niet voorhanden


Wanneer hij zijn zin niet kreeg of ik ergens tegen in ging werd hij boos. Dit uitte zich meestal in verbaal geweld, emotionele en psychische mishandeling, chantage, seksueel misbruik, financieel misbruik, liegen enzovoorts.


Huiselijk geweld is van alle tijden. Lange tijd bleef de problematiek verborgen en ontbrak het aan maatschappelijk debat en aandacht. In de afgelopen jaren is hierin veel veranderd. Mede onder invloed van de Wet tijdelijk huisverbod in 2008 en de oprichting van de Steunpunten Huiselijk Geweld die sinds 1 januari van dit jaar samen met de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling zijn ondergebracht in de organisatie Veilig Thuis. De cijfers liegen er niet om: huiselijk geweld komt veel voor, ook in uw en onze directe omgeving.

Bijna 1 op de 10 volwassenen heeft in het privéleven ervaringen opgedaan die ondubbelzinnig als fysiek of psychisch geweld kunnen worden bestempeld. Daarnaast heeft een grotere groep mannen en vrouwen te maken met minder ernstige en minder frequente incidenten van huiselijk geweld. In dit artikel concentreren we ons op de systematische en ernstige vormen van psychisch en lichamelijk geweld. Voor politie, justitie en hulpverleners is dit geweld (slachtoffers: 60% vrouwen, 40% mannen) een lastig probleem. Het is moeilijk te begrijpen, te herkennen of te bewijzen.

Ervaringen van slachtoffers meenemen in de aanpak

Eenvoudige oplossingen zijn doorgaans niet voorhanden. Een belangrijke rol in het voorkómen en reageren op huiselijk geweld is weggelegd voor de Veilig Thuis organisaties. Juist door de gemeentelijke regie waaronder Veilig Thuis opereert is een brede en flexibele (maatwerk) aanpak mogelijk: van preventie en hulpverlening tot opvang en dwangmaatregelen.

Voor verbeterde signalering en aanpak van deze problematiek is het belangrijk de ervaringen van slachtoffers te betrekken, bijvoorbeeld door met hen in gesprek te gaan en blijven. Zij weten als geen ander hoe en waar het mis is gegaan, en of en hoe zijzelf en hun sociale en professionele omgeving hier anders mee om hadden kunnen gaan. Mede daarom zijn door de gemeente Zaanstad – als onderdeel van de pilot over het voorkomen van huiselijk geweld – ervaringsdeskundigen uitgenodigd om hun verhalen te delen.

Kansen om preventief te werken

Zoals we eerder al schreven, krijgt huiselijk geweld steeds meer aandacht. Door de nieuwe Veilig Thuis organisaties, onder regie van gemeenten, liggen er goede mogelijkheden om slachtoffers te bereiken en ondersteuning die ze nodig hebben te geven of te organiseren. Wellicht liggen er zelfs kansen om preventief te werken.

Essentieel is hierbij het gesprek met ervaringsdeskundigen: als geen ander weten zij hoe de signalen opgevangen kunnen worden en de ondersteuning ingericht moet worden. Uit de verhalen blijkt dat slachtoffers zeer bereid zijn om mee te praten en te denken over expertise die gebruikt en benut moet worden. Noodzakelijke informatie die instanties als Veilig Thuis helpt zich zo organiseren dat zij hun taken en opdrachten stevig in kunnen vullen en uit kunnen voeren.

Dhr. Professor Dr. J.Hermanns is emeritus hoogleraar Opvoedkunde Dhr. Drs. J.J. Boer is adviseur bij BMC Implementatie. Zij schreven dit artikel in opdracht van de gemeente Zaanstad en VNG-programma Veilig Thuis.

Download artikel

slachtoffers-van_20151201-web.jpg?itok=v