Geweld hoort nergens thuis

Programma Geweld hoort nergens thuis

Eind april 2018 is door de ministeries van JenV en VWS en de VNG het meerjarenprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’ gepresenteerd. Het doel van het programma is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en duurzaam op te lossen.

Het programma heeft als hoofddoelen dat:

  • huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld komen.
  • iedereen weet wat te doen bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling.
  • het voor slachtoffers, (mogelijke) plegers en direct betrokkenen gemakkelijke is om naar buiten te treden en om hulp te vragen.
  • voor slachtoffers de veiligheid duurzaam is geborgd en er passende hulp is voor herstel en dat plegers passend worden aangepakt.
  • professionals multidisciplinair en systeemgericht werken (op alle gezinsleden en sociaal netwerk) en de betrokkenen pas overdragen als de andere professional(s) goed op de hoogte is/zijn van de gehele situatie en kan aanvangen met het werk.

Themapagina 'Geweld hoort nergens thuis'

Wilt u meer weten over het programma, de regioaanpak en de voortgang? Bekijk dan de speciale themapagina!

Regioaanpak als fundament

Het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ is een programma dat voor het grootste deel gerealiseerd wordt in de regio’s zelf. In de regio’s worden regionaal projectleiders die de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling versterken. Vanuit het programma worden hiervoor middelen beschikbaar gesteld. Het werven en selecteren van deze projectleiders wordt door de regio’s zelf gedaan. In de regio’s wordt hier momenteel hard aan gewerkt.

De vorm van de aanpak en de invulling daarvan kan per regio verschillend zijn. Dit moet immers passen bij de werkwijze, structuur en opgave van de betreffende regio. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij en gebruik gemaakt van wat er al is opgestart in de regio, bijvoorbeeld de regiovisie en de regionale samenwerkingsverbanden tussen justitiepartners en Veilig Thuis met hun gezamenlijke aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Ondersteuning

Vanuit het programma wordt ook maatwerkondersteuning per regio geboden: dit kan zowel inhoudelijk, procesmatig als veranderkundig zijn. Momenteel wordt door het programmateam een eerste bezoek aan alle regio’s afgelegd. Tijdens deze bezoeken wordt onder andere verwachtingen en wensen van de regio’s besproken.

Leren als vliegwiel is hierbij het uitgangspunt. Het programmateam houdt samen met de regio’s focus op het doel (is het slachtoffer en de omgeving hiermee geholpen), er wordt helder gemaakt wat anders en beter kan. Gezamenlijk wordt aan de slag gegaan (leren door te doen) en geleerd van elkaars problemen en ervaringen. Inzicht van wat echt werkt is hiervoor een voorwaarde.  

In 2018 wordt daarom van elke regio een ‘startfoto’ gemaakt, als basis voor de monitoring in de komende jaren. De regionaal projectleiders is gevraagd daar informatie voor aan te leveren (einddatum 10 oktober a.s.). Daarnaast wordt kennis vergaard door het uitproberen van verschillende werkwijzen binnen verschillende pilots en door een onderzoeksprogramma.

Pilots als versneller

Om effectieve en duurzame werkwijzen te vinden, worden verschillende werkwijzen in beperkte schaal getoetst. Uitgangspunt is dat de pilots merkbaar aannemelijk maken dat zij een positief effect hebben op (potentiële) slachtoffers, daders en hun sociale omgeving.

Vanuit het programma worden in twee regio´s multidisciplinaire centra onder één dak als pilots ondersteund om deze werkwijze door te ontwikkelen (Tilburg en Rotterdam). Daarnaast wordt het MDCK in Kennermerland ondersteund in de verbreding van de werkwijze (van kindermishandeling naar kindermishandeling en huiselijk geweld). Als referentiewerkwijze worden het MDC-K in Friesland en het interventieteam West-Brabant gebruikt. In 2019 gaan deze pilots van start. De opbrengsten en ervaringen uit de pilots worden gemonitord en met alle regio’s gedeeld.

Leerkringen

Het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ organiseert bovenregionale leerkringen om de regionaal projectleiders (en andere deelnemers uit de regio) te ondersteunen in het versterken van de  aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld in hun regio. In de leerkringen kunnen zij kennis en ervaringen uitwisselen en worden zij geïnformeerd over landelijke ontwikkelingen. De leerkringen voor 2018 en 2019 zijn inmiddels ingepland.