Resultaten onderzoek uitvoering AMvB Reële prijs

Welke inzichten doen we op en wat leren we van de toepassing van de AMvB Reële prijs Wmo 2015? In tien gemeenten is aan de hand van interviews de uitvoeringspraktijk in beeld gebracht en geanalyseerd om hiervan te leren.

Het onderzoek werd uitgevoerd door de  KPMG in opdracht van het Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD) en de VNG. De uitkomsten zijn samengebracht in het rapport 'Onderzoek naar de toepassing van de AMvB ‘Reële prijs Wmo’ (zie onderaan dit bericht).

Regiegroep monitoring

Actiz, Zorgthuisnl, CNV, FNV, VNG, NDSD en het ministerie van VWS spraken vorig jaar af een ‘regiegroep monitoring’ op te richten. Deze regiegroep begeleidt een zorgvuldige invoering van de AMvB Reeële prijs en onderzoekt signalen over gevallen waarin de AMvB mogelijk niet juist wordt toegepast.

Onderzoeksopdracht

De VNG en het NDSD hadden, in aanvulling op de regiegroep monitoring, behoefte aan meer inzicht in hoe de AMvB in de praktijk wordt toegepast: hoe is het proces en de communicatie tussen gemeenten en aanbieders gelopen? KPMG gaven we de opdracht dit te onderzoeken, met als uitgangspunt de lerende uitvoeringspraktijk.

Inzichten en aandachtspunten

De volgende inzichten met bijbehorende aandachtspunten kwamen naar voren:

  1. Gemeenten hebben de toepassing van de AMvB proactief opgepakt: op dit moment geeft de prijzenradar een vertekend beeld. Gemeenten kunnen proactief ondersteund worden bij aankomende wijzigingen.
  2. Gemeenten en aanbieders voeren een constructieve dialoog over de toepassing van de AMvB, de innovatieve stappen blijven beperkt. Ten aanzien van de kostprijselementen is meer duidelijkheid en richting nodig.
  3. Aanbieders zijn het niet altijd eens met het vastgestelde tarief en de onderbouwing daarvan, dat ligt deels ook aan de communicatie. Het is van belang om als gemeente met de aanbieder in gesprek te blijven om te zoeken naar oplossingen.
  4. Handreikingen en instrumenten worden gebruikt en kunnen op punten worden verbeterd. Er is ruimte voor verbetering van het rekenmodel.
  5. De toepassing van de AMvB draagt bij aan de financiële druk in het sociaal domein zoals die door gemeenten wordt ervaren.

De inzichten kunnen benut worden bij het versterken van de lokale uitvoeringspraktijk en bieden tevens aanknopingspunten voor Actiz, Zorgthuisnl, FNV, CNV, VNG/NDSD en het ministerie van VWS om lokale partijen met gerichte initiatieven hierbij goed te kunnen ondersteunen.

Meer informatie

Hieronder de link naar het rapport van het onderzoek.


Het rapport formuleert als actiepunten voor landelijke en lokale partijen:

  1. Voer als gemeente uitgebreid het gesprek met aanbieders om duidelijkheid te krijgen over wat een reëel tarief is en welke cijfers te gebruiken zijn per kostprijselement. Aanscherping van het rekenmodel kan meer richting geven maar is uiteindelijk niet de oplossing: dat is een constructieve dialoog. Zorg met elkaar dat de dialoog niet financieel gedreven blijft, maar verleg de focus naar innovatie en kwaliteit.
  2. Blijf na vaststelling van het tarief als gemeente met aanbieders in gesprek, ook als de aanbieder niet achter het nieuw vastgestelde tarief staat.
  3. Blijf landelijk aandacht besteden aan proactieve communicatie richting het veld over de impact van aanstaande maatregelen en wijzigingen in het Rijksbeleid.
  4. Anticipeer tijdig op nu nog onbekende kostenstijgingen, landelijk: door met Rijk, branches, sociale partners en de VNG hierover in gesprek te gaan en afspraken te maken, en ook lokaal:  door als gemeente met gecontracteerde aanbieders het gesprek aan te gaan.