Verbeteren landelijke toegankelijkheid beschermd wonen

Gemeenten werken aan het verbeteren van de landelijke toegankelijkheid van beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Eerder bleek uit onderzoek van het ministerie van VWS dat de landelijke toegang nog niet goed genoeg is.

Naar aanleiding daarvan heeft de VNG vijf regionale kennisbijeenkomsten gehouden om enerzijds beleidsambtenaren te informeren over de wettelijke plicht tot landelijke toegankelijkheid, en anderzijds knelpunten in de uitvoering te inventariseren. Ook is in maart van dit jaar een adviescommissie geschillen landelijke toegankelijkheid BW en MO geïnstalleerd. 

Eerste opvang

De landelijke toegankelijkheid staat in de Wmo2015 vanuit het idee dat burgers zich kunnen vestigen waar ze willen, en dat er een veilige plek is voor mensen die noodgedwongen hun thuissituatie hebben verlaten en zich niet zelfstandig kunnen redden. Gemeenten moeten eerste opvang bieden, maar in tweede instantie kunnen ze onderzoeken waar een beschermd wonen- of maatschappelijke opvangtraject de meeste kans van slagen heeft. 

Afspraken over uitvoering

In VNG-verband maakten gemeenten eerder afspraken over de werkwijze en de uitvoering van de landelijke toegankelijkheid. Maar in de uitvoering lopen gemeenten tegen lastige vraagstukken aan. Zo doen zich knelpunten voor rond de vestiging van hele gezinnen die zich melden bij de maatschappelijke opvang, bijvoorbeeld na een mislukte landverhuizing. Een ander vraagstuk is hoe om te gaan met de instroom van buitenlanders. Ook leven er veel vragen hoe de landelijke toegankelijkheid zich verhoudt tot de lokale huisvestingsverordening, waarin vaak bepalingen over economische gebondenheid staan. 

Knelpunten uitzoeken

De VNG gaat de knelpunten de komende tijd uitzoeken, en waar nodig bij het Rijk aankaarten. Het ministerie van VWS laat dit jaar opnieuw onderzoeken hoe de landelijke toegankelijkheid van beschermd wonen en maatschappelijke opvang functioneert.

Meer informatie