Waarom moet de hoogte van de bijdrage voor een algemene voorziening in de verordening worden opgenomen?

De CRvB heeft in enkele uitspraken van 18 mei 2016 nadere uitleg over het stelsel van de Wmo 2015 gegeven (met name CRvB 18-05-2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1404). Daarmee is duidelijk geworden dat een gemeente geen algemene voorziening treft als bedoeld in de Wmo 2015 als er alleen een contract bestaat tussen de hulpverlener en de cliënt. Uit de tekst van artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 en de toelichting daarop volgt namelijk dat een aanbieder zich jegens het college moet verbinden om een algemene voorziening (of een maatwerkvoorziening) te leveren. Volgens de toelichting impliceert dit artikel dat als een derde partij zich tegenover de cliënt verbindt tot het leveren van activiteiten, diensten of zaken, er geen sprake is van een aanbieder is in de zin van de wet. Als iemand tegen het volle tarief de aanbieder betaalt, is er geen sprake van een voorziening. Het maakt hierbij niet uit of de gemeente de voorzieningen voor de maatschappelijke ondersteuning via een overheidsopdracht of een subsidie bekostigt (Kamerstukken 2013-2015, 33 841, nr. 3, p. 110).

De hoogte van de bijdrage moet in de verordening worden opgenomen.