Utrecht pakt toegankelijkheid grondig aan

Al sinds 2007 maakt de gemeente Utrecht beleid voor toegankelijkheid, eerst met de oude methodiek Agenda 22, tegenwoordig aan de hand van het VN-verdrag dat in 2016 van kracht werd. Dat gebeurt onder de noemer Utrecht voor iedereen.

‘Utrecht is een stad waarin iedereen erbij hoort, ongeacht opleidingsniveau, herkomst, geaardheid, geloofsovertuiging of beperking’, is de ambitie die op de website van de gemeente staat te lezen. Ien van der Waal-Krijbolder is als projectleider medeverantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. De afgelopen jaren hebben voornamelijk in het teken gestaan van bewustwording, beleidsontwikkeling en investeren in systemen, vertelt ze.

Belangenorganisaties zijn cruciale poot

‘We hebben er vanaf het begin voor gekozen om het VN-verdrag over de volle breedte in te zetten. Ook is toegankelijkheid op hoog en laag niveau in de organisatie belangrijk, het college is bijvoorbeeld goed doordrongen van het belang van toegankelijkheid. We hebben weliswaar een coördinerende wethouder voor dit onderwerp, maar juist elke wethouder let erop.’

Een toegankelijkheidsbeleid maken doe je niet alleen, ook niet in Utrecht. Van der Waal-Krijbolder: ‘Een cruciale poot zijn de belangenorganisaties. We werken samen met een krachtige partij die opkomt voor mensen met een fysieke beperking. Ook hebben we contact met een club die zich bezighoudt met psychische aandoeningen. Op het gebied van verstandelijke beperkingen zijn we nog op zoek naar een instantie om mee samen te werken.’

Bewustwording is kwestie van lange adem

‘We laten op tv-schermen op het gemeentehuis regelmatig iets zien over toegankelijkheid, of we gebruiken ons intranet. Daarnaast brengen we het in tijdens bijvoorbeeld teamoverleggen. Heel veel collega’s zijn al op de hoogte van het belang; toegankelijkheid en bewustwording is een kwestie van de lange adem. Dat betekent aanhoudende communicatie op verschillende manieren en niveaus.’

‘Het oude plan voor toegankelijkheid hebben we eind 2017 geëvalueerd. We hebben hiervoor met allerlei inwoners uit de stad gesproken. We zijn tot de conclusie gekomen dat we veel hebben gedaan aan processen, het ontwikkelen van handboeken, aan bewustwording en bijvoorbeeld een toetsingscommissie. We hebben geïnvesteerd in het systeem. Dat lijkt niet veel directe resultaten op te leveren, maar als we nu een straat herinrichten, dan doen we het meteen goed. Bestaande straten zijn natuurlijk nog niet allemaal toegankelijk. Uit onze evaluatie kwam dan ook dat we vanaf nu sneller tot concrete en zichtbare resultaten willen komen.’

Ondernemers en bewoners doen ook mee 

Omdat toegankelijkheid niet alleen een taak is van de overheid, worden ook ondernemers en bewoners aangespoord om werk te maken van een stad voor iedereen. ‘Daarvoor wilden we wel eerst onze eigen zaakjes op orde hebben. Dat is nu – min of meer – het geval en dat betekent dat we het onderwerp ook vanuit een ander perspectief kunnen gaan benaderen.’

Meer informatie