De Bascule en Spirit | Krachten bundelen voor betere zorg voor jeugdigen en gezinnen

Kinder- en jeugdpsychiatrische instelling De Bascule en Spirit Jeugd- en Opvoedhulp zitten middenin een traject waarin de mogelijkheden om vanaf 1 januari 2018 bestuurlijk te fuseren worden verkend. Doel is om, door de krachten te bundelen, jeugdigen nog betere zorg dichtbij huis te bieden. Welke inhoudelijke afwegingen zijn gemaakt? Wat betekent dit voor de bedrijfsvoering? Wat vraagt dit van bestuurders en professionals? En, wellicht de belangrijkste vraag, wat merken kinderen en jongeren in de wijk van deze fusie?

We spraken Nellieke de Koning, bestuurder bij De Bascule en Mariënne Verhoef, bestuurder bij Spirit.

De intentieverklaring voor een bestuurlijke fusie is getekend. De verloving is geweest en de trouwdatum staat vast, en tenzij iemand vreemd gaat is er geen reden om de fusie niet door te laten gaan.

Een bestuurlijke fusie: de verloving is geweest en de trouwdatum staat vast.
Nellieke de Koning: “De intentieverklaring voor een bestuurlijke fusie is getekend. Dat betekent dat de eerste verkennende gesprekken hebben plaatsgevonden waarin we met elkaar keken waar we mee bezig zijn, waar we kracht willen zetten en waarin we elkaar kunnen versterken door actief samen op te trekken. Nu zijn we druk in de weer met de voorbereidingen om tot een bestuurlijke fusie te komen. Oftewel: de verloving is geweest, de trouwdatum staat vast, en tenzij iemand vreemd gaat is er geen reden om de fusie niet door te laten gaan.”

De meerwaarde van bestuurlijk fuseren: administratief, financieel, maar vooral inhoudelijk. Als je bestuurlijk uitspreekt ‘dit gaan we samen doen’, leidt dat er ook toe dat medewerkers actief de samenwerking opzoeken.

De meerwaarde van bestuurlijk fuseren: administratief, financieel, maar vooral inhoudelijk
Mariënne Verhoef: “Zeventig procent van onze doelgroep bij Spirit kent ook een psychiatrische problematiek. We werken al jaren intensief samen met De Bascule en dan merk je dat er fases komen waarbij bij één van beide partijen de financiële teugels strakker worden aangetrokken. De vraag ‘Wie betaalt de overhead?’ wordt dan prominent. Het voordeel van een bestuurlijke fusie is dat geen ingewikkelde berekeningen meer nodig zijn. Een zelfde Raad van Bestuur en zelfde Raad van Toezicht zorgt ervoor dat het minder uitmaakt waar de winst en waar het verlies valt. Naast het administratieve en financiële aspect, merk je ook dat als je bestuurlijk uitspreekt ‘dit gaan we samen doen’ ertoe leidt dat je niet alleen als bestuurders makkelijker schakelt, maar ook medewerkers actief de samenwerking opzoeken.”

Betere zorg voor jeugdigen als belangrijkste drijfveer om bestuurlijk te fuseren. Als we in staat zijn om het beste van beide werelden te verbinden en samen te brengen, dus niet volgordelijk na elkaar, leidt dit tot betere zorg en ondersteuning.

Betere zorg voor jeugdigen als belangrijkste drijfveer om bestuurlijk te fuseren
Nellieke de Koning: “De belangrijkste drive voor De Bascule om samen op te trekken met Spirit is de inhoud en dus de wens om de beste zorg te bieden in complexe situaties. Dat is ook waarom medewerkers hier werken. Het geeft energie om samen te kijken hoe de zorg aan jongeren en gezinnen beter kan. Spirit en De Bascule hebben allebei een enorme kracht op ambulantisering en binnen de organisaties is een diep respect voor elkaars expertise. Als we in staat zijn om het beste van beide werelden te verbinden en samen te brengen, dus niet volgordelijk na elkaar, leidt dit tot betere zorg en ondersteuning. We zitten samen op de fiets en dan hoort het niet uit te maken wie voorop zit en wie achterop.”

Onze medewerkers gaven aan dat cliënten nog beter van de hulp zouden profiteren, als begeleiding en behandeling echt geïntegreerd worden aangeboden. Dus niet naast elkaar maar met elkaar. Met voor elke cliënt op elkaar afgestemd maatwerk.

Samen optrekken is samen vernieuwen en bouwen op elkaars kennis
Nellieke de Koning: “We hebben diep respect voor elkaars expertise, maar erkennen ook dat we andere accenten hebben. Als je beide kan bundelen kom je niet alleen tot vernieuwing, het geeft ook de mogelijkheid om kennis die je hebt opgebouwd met elkaar te delen.”

Mariënne Verhoef: “Zo hebben wij bijvoorbeeld een aantal teams die Forensische zorg bieden. Onze medewerkers gaven aan dat cliënten nog beter van de hulp zouden profiteren, als begeleiding en behandeling echt geïntegreerd zou kunnen worden aangeboden. Dus niet naast elkaar maar met elkaar. Met voor elke cliënt op elkaar afgestemd maatwerk. 

We zijn nu aan het werk om dit voor elkaar te krijgen door de forensische begeleiding van Spirit en de forensische behandeling van de Bascule om te smeden tot één uitvoerend team waarbij het beste van twee werelden bij elkaar wordt gebracht. Verder hebben we ook medewerkers die zowel voor De Bascule als Spirit gewerkt hebben. Zij geven aan dat het werken bij beide organisaties echt anders is en het is goed om van die medewerkers te horen wat dan anders is en wat ervoor nodig is om beide werelden te verbinden en bruggen te slaan.”

In het realiseren van de transformatie moet je gefaciliteerd worden en daarin heeft de gemeente een krachtige rol. Zo zijn we in overleg om samen wachttijden te verminderen. De gemeente stelt  daarvoor ook innovatiegelden beschikbaar en dat geeft nieuwe energie. Je voelt je gesteund in de beweging die je samen maakt.

Het creëren van een leeromgeving vraagt om een actieve rol van de organisaties én de gemeente
Nellieke de Koning: “Het is een keuze die we met elkaar maken om samen de transformatie vorm te geven en dus te bouwen aan een krachtige omgeving waarin we met elkaar en van elkaar leren. Je moet met elkaar het gesprek voeren over de centrale vraag ‘Hoe gaat dit werken?’. Het realiseren van de transformatie, daarin moet je gefaciliteerd worden en daarin heeft de gemeente Amsterdam een krachtige rol. Zo zijn we bijvoorbeeld in overleg om samen wachttijden te verminderen. De gemeente heeft daarvoor ook innovatiegelden beschikbaar gesteld en dat geeft nieuwe energie. Je voelt je gesteund in de beweging die je samen maakt. Dat neemt niet weg dat er ook wel degelijk cruciale problemen zijn, weeffouten in het systeem, waarover je met elkaar een krachtig gesprek moet kunnen voeren. Die open houding heb je nodig, want je medewerkers en dus je organisatie lopen ook tegen de weeffouten in het systeem aan en er is een plek nodig waarin je die moet kunnen adresseren.”

Er komt een gezamenlijk aanmeldteam, dat wordt ingezet bij die profielen waar zeker de professie van beide organisaties nodig is. We kijken met elkaar wat er aan de hand is en vertalen dat naar een goed arrangement. Belangrijk daarbij is dat we bij ingewikkelde gezinnen niet één keer een plan maken, maar voortdurend bijsturen.

De cliënt krijgt een gedegen arrangement dat steeds wordt bijgesteld
Mariënne Verhoef: “We zijn nu aan de slag met het realiseren van een gezamenlijk aanmeldteam. Dat aanmeldteam wordt ingezet bij die profielen waar zeker de professies van beide organisaties nodig zijn. We kijken met elkaar wat er aan de hand is en vertalen dat naar een goed arrangement. In dat proces betrekken we ook Lijn 5, want samen is ons netwerk groter en dat maakt dat we nog breder kunnen kijken. Belangrijk daarbij is dat we bij ingewikkelde gezinnen niet één keer een plan maken, maar voortdurend bijsturen.”

De kern van de transformatie is dat specialistische kennis eerder in de keten wordt benut. Het beeld van de keten is dan ook niet passend, want het impliceert een volgordelijkheid die er niet is.

Weg van de ketengedachte en specialistische kennis tijdig benutten
Mariënne Verhoef: “De kern van de transformatie is dat specialistische kennis eerder in de keten wordt benut. Het beeld van de keten is dan ook niet passend, want het impliceert een volgordelijkheid die er niet is. Daarom willen we fysiek van begin af aan aanschuiven aan verschillende tafels. Dat kan bij een gezin zijn, een wijkteam of een school. Niet altijd, maar wel wanneer onze specialistische kennis meerwaarde biedt. Als bijvoorbeeld blijkt dat de vraag naar psychologische hulp in een school sterk stijgt, dan zou het toch geweldig zijn als twee mensen vanuit ons aansluiten en een paar maanden meelopen. Ze worden even onderdeel van het team, lopen mee, brengen hun expertise in, borgen de kennis en nemen dan weer afstand.”

Nellieke de Koning: “Medewerkers willen vaak graag naar buiten toe en hun kennis van behandeling delen met andere professionals. Dat wordt in de praktijk echter steeds lastiger, want de financiering is geslonken en de druk van wachttijden duwt je steeds meer binnenkamers terwijl je eigenlijk naar buiten moet en wilt.”

Je hebt altijd mensen die makkelijk veranderingen omarmen en anderen die tien keer moeten horen dat verandering nodig is voordat ze in beweging komen. Verandering binnen de organisaties realiseren …

Mariënne Verhoef: “Je hebt altijd mensen die makkelijk veranderingen omarmen en anderen die tien keer moeten horen dat verandering nodig is voordat ze in beweging komen. Gemiddeld genomen zijn zowel bij Spirit als de Bascule veel mensen die redelijk makkelijk met verandering om kunnen gaan. Wellicht helpt daarbij dat we ook werken in een grote stad die zich kenmerkt door haar dynamiek en diversiteit, kenmerken die ook ons personeel typeren. Als bestuurder zijn we steeds op zoek waar de energie is, blijven we alert en sturen we bij. Het is zo belangrijk om te vragen aan medewerkers wat er moet gebeuren. In ons organogram staan gezinnen dan ook bovenin en wij als bestuurders onderin. Dat geeft aan dat wij er primair zijn om de organisatie te ondersteunen.”

… met oog voor de verschillen tussen de organisaties. Het wordt niet per definitie een meltpot waarin je gaat roeren en er één ding uitkomt. Wat in ieder geval als een paal boven water staat is dat we met één ding bezig zijn, namelijk het realiseren van betere zorg voor jeugdigen en hun naasten en dat alle acties die we ondernemen daartoe bijdragen.

Nellieke de Koning: “Er zijn ook gewoon verschillen tussen de organisaties. Het wordt niet per definitie een meltpot waarin je gaat roeren en er één ding uitkomt. We kijken met mensen samen waar de samenwerking meerwaarde heeft. In die zin zijn we volgend. En dat is soms moeilijk, want sommige mensen zijn op zoek naar duidelijkheid en wij zijn meestal niet diegene die met de beste oplossingen komen. Wij kijken waar energie zit en hoe kunnen we dat faciliteren. Dat is voor sommigen prettig en voor sommigen is het rommelig en onduidelijk. Voor medewerkers is het dus ook een onzekere tijd. Wat in ieder geval als een paal boven water staat is dat we met één ding bezig zijn, namelijk het realiseren van betere zorg voor jeugdigen en hun naasten en dat alle acties die we ondernemen daartoe bijdragen.”