Veelgestelde vragen algemeen

 Decentralisatie Jeugdzorg

 


 

Waarom gaan de taken op het terrein van de Jeugdzorg over naar gemeenten?

Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangekondigd alle jeugdzorgtaken te decentraliseren naar gemeenten. De decentralisatie van de jeugdzorg naar gemeenten is een gevolg van de wens de jeugdzorg bij die bestuurslaag te beleggen die het dichtst bij kinderen en hun opvoeders staat. Ook vloeit de decentralisatie voort uit de wens één financieringsstroom tot stand te brengen ter ontschotting van het ondersteunings- en zorgaanbod.. Daarnaast zijn ook een aantal inhoudelijke overwegingen van doorslaggevend belang geweest. De belangrijkste is het uitgangspunt dat niet langer de problemen centraal staan, maar de kansen van kinderen en hun opvoeders. Dat betekent dat er meer moet worden geínvesteerd in preventie, ondersteuning en ambulante hulp zodat een beroep op dure vormen van zorg kan worden teruggedrongen.

Wanneer moet de decentralisatie van jeugdzorgtaken zijn gerealiseerd

 

 

Het kabinet heeft de voornemens uit het regeerakkoord nog niet vertaald in concrete plannen. Een voorlopige tijdsplanning zou kunnen zijn dat de ambulante hulp overgaat in 2014 en de overige onderdelen in 2016.

Hoe vindt de transitie plaats?

Hierover moeten nog nadere afspraken worden gemaakt.

Gaan alle taken op het terrein van de jeugdzorg over naar gemeenten? Of slechts een deel?

Het gaat om alle onderdelen die onder de verzamelnaam jeugdzorg vallen: provinciale jeugdzorg, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming (voogdij en gezinsvoogdij), jeugdreclassering, jeugd-geestelijke gezondheidszorg (jeugd-ggz) en Jeugd-licht verstandelijk gehandicapten hulp (jeugd-lvg).

Wat betekent dit voor gemeenten?

Gemeenten worden verantwoordelijk voor alle jeugdzorg die nu onder het rijk, de provincies, de gemeente, de AWBZ en de ZvW valt.

Moeten gemeenten alles afzonderlijk oppakken?

Dat hoeft niet. Sommige onderdelen van de over te hevelen jeugdzorg kunnen gemeenten beter op regionaal niveau organiseren en bekostigen, zoals residentiële zorg, gesloten zorg en dure specialistische trajecten en interventies.

Er wordt op dit moment gesproken van een 'paradigma-shift' in het denken over Jeugdzorg. Wat wordt daarmee bedoeld?

In het huidige stelsel is sprake van zogenaamde 'verzekerde rechten'. Zowel in de wet op de jeugdzorg, als in de zorgverzekeringswet en de AWBZ bestaat bij elk probleem een recht op hulp. De afgelopen jaren is het beroep op die vormen van zorg enorm toegenomen. De bedoeling is dat terug te dringen door niet alleen meer collectieve vormen van preventie in te zetten maar ook door de hulp dicht bij de omgeving van het kind en gezin te verlenen. Ten opzichte van het stelsel van verzekerde rechten is dan ook sprake van een nieuwe manier van denken over jeugdzorg en de organisatie daarvan. In het rapport  “Opvoeden versterken” van Peter Stam en Tom van Yperen wordt nader ingegaan op deze andere vormgeving van de jeugdzorg.

Wat betekent de stelselwijziging voor de Centra voor Jeugd en Gezin?

In het regeerakkoord staat dat de gerealiseerde centra voor jeugd en gezin als front-office kunnen gaan dienen voor de over te hevelen taken.

Wat is en doet het Transitiebureau?

De inrichting van het transitiebureau wordt  de komende tijd uitgewerkt als onderdeel van het transitieplan dat Rijk, VNG en IPO momenteel uitwerken.

De decentralisatie jeugdzorg kan worden onderverdeeld in:
1) Een bestuurlijke en organisatorische structuurwijziging (de gemeenten nemen taken en verantwoordelijkheden over van de provincies en de zorgverzekeraars)

2)Een zorginhoudelijke wijziging of vernieuwing, waaronder een focus op het versterken van de sociale context van jeugdigen en ouders, vroegtijdige lichte ondersteuning om de vraag naar zwaardere specialistische hulp terug te dringen, meer ruimte voor professionals en het creëren van samenhang bij meervoudige problematiek.

Om de structuurwijziging in goede banen te leiden maken Rijk, VNG en  IPO in het transitieplan afspraken over te nemen beheersmaatregelen bij de overdracht, zoals overgangsregelingen voor bestaande cliënttrajecten, het voorkomen van hoge maatschappelijke (frictie) kosten, de afbouw van subsidierelaties, waarborgen voor kwaliteit van zorg, etc.
Rijk, VNG en IPO stellen gezamenlijk een transitiecommissie in, met als opdracht de risico’s van deze overgangsperiode te toetsen en te (helpen) voorkomen.

Daarnaast nemen de ministeries van VWS en VenJ en de VNG in het transitieplan een voorstel op voor inrichting van een Transitiebureau Jeugdzorg. Dit zal vanaf 2012 de gemeenten ondersteunen om samen met aanbieders, professionals en cliënten(organisaties) de wijziging/vernieuwing van de organisatie van de jeugdzorg lokaal en regionaal vorm te geven.