VNG-reactie op tussenevaluatie van de Jeugdwet

Vandaag verscheen de tussenevaluatie Jeugdwet. Daarin zien we dat de veranderingen sinds de invoering van de wet vooral te maken hebben met transitie. De gewenste transformatie, gericht op realisatie van de doelen van de wet, moet nog echt vorm krijgen. Dat is voor de VNG een herkenbare conclusie.

Terecht zegt de evaluatie dat de decentralisatie van de jeugdhulp geen doel is, maar een middel om integrale hulp en maatwerk te leveren. Uit de evaluatie blijkt dat ouders de samenhang van de hulp ook vaak in de praktijk ervaren. Ook blijkt dat instellingen steeds vaker over oude grenzen heen samenhangende hulp bieden. Dat is winst.

Reactie van Eelco Eerenberg, wethouder Enschede en lid VNG-subcommissie Jeugd: We zijn trots dat we werkende weg veel goede dingen hebben bereikt: de jeugdhulp is toegankelijker en er ontstaan volop nieuwe vormen met betere en goedkopere hulp.  

Ouders en jongeren

Uit de evaluatie blijkt dat gemeenten en lokale teams enthousiast zijn over de toegankelijkheid van de hulp, maar dat ouders en jongeren het vaak lastig vinden om die hulp te vinden. De evaluatie bevat goede aanbevelingen om de vindbaarheid van de hulp te vergroten.

De evaluatie is kritisch over de mate waarin het gemeenten lukt ouders en jongeren bij jeugdbeleid te betrekken. Gemeenten geven dit zelf ook aan. Hierin is nog veel te verbeteren. Er zijn inmiddels afspraken om die betrokkenheid lokaal, regionaal en landelijk te verbeteren.

Professionals hebben meer ruimte nodig

De onderzoekers constateren dat de meerderheid van de ouders positief is over de kwaliteit van de jeugdhulp en over de hulpverleners. Dit geldt zowel voor hulp in een instelling, als voor hulp die geboden wordt in lokale teams.

  • Uit de evaluatie blijkt dat professionals vinden dat ze niet meer ruimte hebben gekregen, terwijl dit ook één van de doelen van de transformatie is.
  • Ook gemeenten zijn kritisch over de mate waarin dat tot nu toe al gelukt is.

Gemeenten gaan de komende tijd met professionals in gesprek om hen meer ruimte te geven. De gemeenten en werkgevers die daar al goed in zijn geslaagd, zijn daarin een voorbeeld.

Randvoorwaarden op orde: financiële en administratieve lasten

Ook uit de evaluatie komen de financiële tekorten van gemeenten en de druk die dat legt op de transformatie. Daarom is het belangrijk om met het kabinet afspraken te maken over een deugdelijke indexatie voor volumegroei en een oplossing voor gemeenten die in de optelsom van de sociaal domein-taken zwaar tekort hebben. Hierover zijn gemeenten en Rijk in gesprek. Een oplossing is noodzakelijk om de transformatie waar deze evaluatie toe oproept, door te zetten.

Ook het thema administratieve lasten komt vaak terug. De ingezette lijn van standaardisatie van administratieve processen moet nu worden doorgezet. Het zou ook helpen wanneer gemeenten niet langer het instrument van aanbesteding verplicht hoeven in te zetten. Voor niet alle onderdelen van de jeugdhulp is subsidiëring een alternatief, en dan knelt de aanbestedingsplicht.

Dilemma’s en vervolg

De evaluatie schetst een behoorlijk aantal dilemma’s.

  • Eén daarvan is de noodzakelijkheid van regionale inkoop enerzijds maar de beperking die dat kan geven voor lokaal domeinoverstijgend werken anderzijds.
  • Een andere gaat over het werken met beschikkingen: de eisen die de Awb stelt enerzijds en anderzijds de wens om professionals de ruimte te geven en snel te kunnen beslissen over de te leveren hulp.

De evaluatie biedt daarin geen kant en klare oplossingen, maar vraagt nader gesprek tussen gemeenten, instellingen, professionals, ouders en jongeren, en andere betrokkenen. De 21 aanbevelingen uit de evaluatie bieden concrete handvatten voor dit gesprek. De VNG zal de komende maanden aan dat gesprek bijdragen.

Meer informatie

De evaluatie is begeleid door ZonMw in opdracht van de ministeries van VWS en JenV. De evaluatie is gebaseerd op bestaand onderzoek en enquêtes onder gemeenten, zorgaanbieders en ouders. De uitvoering lag bij een samenwerkingsverband van zeven organisaties.

Deze evaluatie is uitgezet en begeleid door ZonMw in opdracht van de ministeries van VWS en JenV. De evaluatie is gebaseerd op bestaand onderzoek en enquêtes onder gemeenten, zorgaanbieders en ouders. De uitvoering lag bij een samenwerkingsverband van zeven organisaties: het Nivel, het Nederlands Jeugdinstituut, de Universiteit Leiden, Stichting Alexander, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en Academische Werkplaatsen Jeugd verbonden aan de Universitair Medisch Centrum Groningen en de Tilburg University.