Invoering nieuwe definitie woonplaatsbeginsel

Het woonplaatsbeginsel gaat veranderen. In dit bericht leggen we u uit wat de verandering van de definitie van het woonplaatsbeginsel betekent voor gemeenten en aanbieders en hoe het traject eruit ziet tot 31 december 2019. 


Update 2019: Nieuwe woonplaatsbeginsel uitgesteld: invoering per 1-1-2021

In het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van VWS en de VNG op 24 januari is besloten de ingangsdatum van het nieuwe woonplaatsbeginsel uit te stellen. De belangrijkste reden is dat de wet op zijn vroegst eind 2019 gereed zal zijn, waardoor implementatie per 1 januari 2020 niet haalbaar is.


In het nieuwe woonplaatsbeginsel hoeft voor het bepalen van de verantwoordelijke gemeente het gezag niet meer te worden uitgezocht en wordt voor de woonplaats aangesloten bij de Basisregistratie Personen (BRP). Bij verblijf is de gemeente van herkomst verantwoordelijk voor het kind. 

Drie aanpassingen

Het woonplaatsbeginsel aanpassen vraagt inzet op de volgende drie sporen:

  • Aanpassing van de wet
  • Aanpassen van de verdeling van de financiële middelen
  • Het organiseren van de administratieve processen en afspraken in de uitvoering

Wetswijziging

In de Jeugdwet moet de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel worden opgenomen en daarom moet de wet worden gewijzigd. De consultatie van het wetsvoorstel is eind januari afgerond. De reacties op de consultatie worden  verwerkt. Verder krijgt het wetsvoorstel input uit verkenningen in regio’s en onderzoeken bij gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Ook is er een PIA (privacyimpactanalyse) aan de gang, die inzicht moet geven in de mogelijkheden van het gebruik van de woonplaatstool voor jeugdhulpaanbieders.

Aanpassing van het verdeelmodel

Met de wijziging van het woonplaatsbeginsel zal het budget voor voogdij en 18+ via een objectief verdeelmodel verdeeld worden. Om de impact daarvan te kunnen bepalen, is zowel inzicht in verschuivingen aan de budget- als aan de kostenkant noodzakelijk. Met het oog op het kunnen verwerken van wijzigingen in de inkoopcontracten, is het streven om begin 2019 helderheid te kunnen bieden over de financiële effecten die de wijziging van het woonplaatsbeginsel met zich mee brengt.

In 2019 wordt het budget voor voogdij en 18+ nog op basis van een verdeelmodel op basis van historisch zorggebruik verdeeld, net als in voorgaande jaren. Begin juni 2018 zal ook de compensatieregeling voogdij en 18+ (2019) open gesteld worden voor gemeenten die een verschil ervaren in het in 2019 te ontvangen budget en de in 2017 werkelijk gemaakte kosten voor voogdij en 18+.

Administratieve processen/afspraken

Om het nieuwe woonplaatsbeginsel te kunnen toepassen moeten gemeenten en aanbieders hun administratieve processen gaan aanpassen. Hiervoor moeten afspraken worden gemaakt. Op 1 januari 2020 vindt daarom de overdracht van alle (zittende) cliënten plaats. Daarnaast wordt onderzocht welke invloed het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft op ‘bijzondere’ gemeenten waar nu veel verblijfszorg is of veel pleegzorg. Voor dit onderdeel zal een ondersteuningsteam worden opgezet die gemeenten en aanbieders helpen bij het inrichten van de nieuwe processen en afspraken.

Traject tot 31 december 2019

De voorbereidingen voor het nieuwe woonplaatsbeginsel zijn in volle gang. Er wordt toegewerkt naar de inwerkingtreding van de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel per 1 januari 2020.

Meer informatie