Gemeenten blijven spelen in de openbare ruimte stimuleren

Uit de enquête Speelruimte en Speelinfrastructuur onder Nederlandse gemeenten blijkt dat alle deelnemers spelen in de openbare ruimte stimuleren. Hoewel gemeenten aangeven dat de budgetten dalen, houden zij spelen op de agenda. De enquête is gehouden door de Branchevereniging Spelen en Bewegen.

Een opvallende uitkomst is dat 81% van de deelnemers aangeeft speelplekken te hebben die zijn ingericht als speelnatuur. De branchevereniging wil met de enquête meer inzicht krijgen in het gemeentelijk speelbeleid.

Inzicht

Omdat er weinig cijfers beschikbaar zijn vroeg de Branchevereniging Spelen en Bewegen via een online enquête alle Nederlandse gemeenten naar hun speelruimte, kosten en inspanningen, toegankelijkheid, wensen en oplossingen. In totaal vulde 10% van de gemeenten de enquête in. De uitkomsten geven inzicht in speelruimte en speelinfrastructuur dat een essentiële bouwsteen vormt voor het lokale (jeugd)beleid.

Speelplekken

De gemeenten die deelnamen beheren in totaal 7400 speelplekken met minimaal 1 speeltoestel daarop. Niet alle gemeenten ervaren belemmeringen om meer speelruimte te maken, maar als dat gebeurt is dat vooral te wijten aan ‘te weinig budget’ en ‘bewonersprotest’  Dit laatste lijkt overigens in tegenspraak met de trend van bewonersparticipatie die zijn intrede heeft gedaan.

Kinderen met beperking

Slechts 61% van de gemeenten geeft aan dat er speelplekken zijn ingericht voor kinderen met een beperking. Voor de branchevereniging Spelen en Bewegen reden om daar meer aandacht voor te vragen. Slechts 19% van de gemeenten heeft beleid voor kindvriendelijke routes. Dit is ook een punt waar de branchevereniging graag verbetering ziet. 

Meer informatie