Moet gemeente de identiteit van een kind vaststellen?

Op Rijksoverheid.nl staat over de identificatieplicht in de zorg het volgende. 'Als u medische zorg ontvangt, moet u een geldig identiteitsbewijs laten zien. Zorgverleners controleren daarmee of u degene bent die bij het Burgerservicenummer (BSN) hoort. De overheid wil zo fraude tegengaan. Denk aan onverzekerden die met een zorgpas van een ander hun behandeling in het ziekenhuis vergoed proberen te krijgen. De identificatieplicht in de zorg geldt voor iedereen, dus ook voor minderjarigen jonger dan 14 jaar.' 

Hieronder vindt u twee veelgestelde vragen over identificatieplicht en jeugdhulp. 

Vraag 1  

Binnen de GGZ moet de gemeente van zorgverzekeraars scherp controleren op de identiteit. In onze dossiers wordt het identiteitsnummer van de client ingevoerd en gecheckt op geldigheid en juistheid. Feitelijk zou het zo moeten zijn dat iedere arts die verwijst dit al gedaan heeft, en dat wij als gemeente het dus niet nogmaals hoeven te doen.

Doel is om te verifieren dat de persoon die je voor je hebt, ook werkelijk degene is die verwezen is, dat hij/zij verzekerd is en dat de zorgverzekeraar dus ook de kosten betaalt voor de juiste persoon.
 
Ik (gemeente) heeft nu een cliënt waar het ID niet van lijkt te kloppen. Ik kan wel doorgaan met de zorg, omdat het echt nodig is, een arts heeft verwezen en de familie betrokken is, maar er klopt ergens iets niet. Zijn er bepalingen hieromtrent vanuit de VNG of wellicht hebben jullie hier al ervaring mee? 

Antwoord

Het vaststellen van de identiteit van de jeugdige is verplicht. Dat staat in artikel 7.2.2. van de Jeugdwet. Dit moet gebeuren op basis van de BSN-controle. Art. 7.2 regelt daarmee meteen dát het BSN gebruikt mag worden. Dit geldt zowel voor de Gecertificeerde Iinstelling, de jeugdhulpaanbieder, de Raad voor de Kinderbescherming en de gemeente.

Art 7.2.3. 2a regelt dat als een eerdere medewerker in de keten (bijvoorbeeld: huisarts) vde identiteit al heeft vastgesteld, de volgende (bijvoorbeeld: gemeente) het in principe niet nog een keer hoeft te doen (het mag wel). 

Art 7.2.4 2b regelt dat de identiteit kan worden gecontroleerd door de BSN in de BRP te controleren. Dit kan lastig zijn, want hier trekt de wet het BSN en identiteit gelijk. Je kunt dan dus checken dat 'Jantje' bestaat, maar of het ook daadwerkelijk 'Jantje' is die voor je staat weet je niet. De wet is hier niet helemaal volledig. 

De rest van art. 7.2 gaat over wat te doen als er geen BSN is, en dat je er zorgvuldig mee om moet gaan. Let op: dit gaat allemaal over de identiteit van de jeugdige. 

Identiteit ouder/gezagsdrager

De identiteit van de ouder/gezagsdrager moet (mag) ook gecontroleerd worden, maar dan ten behoeve van het woonplaatsbeginsel. Dit staat in art. 1.1 JW definitie woonplaats, en daarachter het BW en de Wet Algemene Bepalingen BSN art. 10. (Identiteit gezagsdragers mag je vaststellen voor de uitvoering van een wettelijk taak, namelijk vaststellen woonplaatsbeginsel)

Kortom: de situatie uit de oude Zorgverzekringswt is met de Jeugdwet nog hetzelfde. Iemand (GI, aanbieder, RvdK, gemeente) moet de identiteit controleren. Als een ander (bijv. de huisarts) het al gedaan heeft hoeft de jeugdhulpverlener (of later de gemeente) het niet nog een keer te doen, maar het mag wel.


Vraag 2

In onze gemeente speelt het geval dat een aanbieder hulp weigert omdat de jeugdige, jonger dan 14 jaar, niet beschikt over een identiteitsdocument. Naar mijn idee kan deze eis, in dit geval, niet worden gesteld. Klopt dat?

Antwoord

De identificatieplicht in de zorg geldt voor iedereen, dus ook voor minderjarigen jonger dan 14 jaar. Ouders moeten voor hun kinderen een geldig legitimatiebewijs hebben als ze naar een dokter of andere zorgverlener gaan.

Aanvullende vraag:
In uw antwoord refereert u aan zorg, maar het gaat in dit geval om Jeugdhulp (geen zorg). Mede gelet op de Memorie van toelichting geldt er voor jeugdigen tot 14 jaar een verificatieplicht en geen identificatieplicht. Is er een wet die derogeert aan de Jeugdwet of wordt dit aangepast in de Veegwet? 

Antwoord op aanvullende vraag:
In dit geval adviseren wij u om voor een praktische en werkbare oplossing te kiezen. Een BSN-nummer, een uittreksel uit het geboorteregister en aanwezigheid van ouders. Stelt de aanbieder echt onredelijke eisen? Zo ja, verken dan de mogelijkheden van een andere aanbieder. Belangrijk lijkt ons dat de betrokkene hulp krijgt die hij/zij nodig heeft.