Jurisprudentie Jeugdwet Januari - Juli 2017

jeugdwet_banner_breed_1.jpg?itok=Ic8KBXJ

Beëindiging pgb Jeugdwet en Wmo 

ECLI:NL:RBGEL:2017:3439

Uitspraak: 4 juli 2017 | Rechtbank Rotterdam

Inhoudsindicatie: Beëindiging pgb op grond van Jeugdwet en Wmo. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hij alleen gehouden is een voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet als betrokkene en haar sociale netwerk niet in staat zijn om op eigen kracht het probleem op te lossen. In het kader van de Wmo gaat het erom of betrokkene op eigen kracht of met hulp van zijn directe omgeving voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie. Aangezien de moeder en de zus van eisers zelf kunnen en willen voorzien in de zorg voor eisers betekent deze (mantel)zorg, aldus verweerder, dat er geen noodzaak is voor (een pgb ten behoeve van) een voorziening op grond van de Jeugdwet of de Wmo.

Gelet op het onderzoeks- en beoordelingskader is de rechtbank van oordeel dat het aan de beëindiging van de jeugdhulp en Wmo-voorziening ten grondslag gelegde onderzoek van verweerder niet voldoet aan de daaraan uit een oogpunt van zorgvuldigheid en motivering te stellen eisen.


Leeftijdsgrens wilsbekwaamheid minderjarige

ECLI:NL:GHAMS:2017:2668

Uitspraak: 11-07-2017 Hoger beroep kort geding | Gerechtshof Amsterdam
Betreft Personen- en familierecht

Op 11 juli 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam een 12-jarige jongen wilsbekwaam bevonden om te beslissen dat hij geen chemokuur wil ondergaan. De uitspraak is mede gebaseerd op de bevindingen van de kinderpsychiater. De Rechtbank Alkmaar kwam 2 maanden geleden al tot dezelfde conclusie. De vader ging in hoger beroep. Zie ook het nieuwsbericht NOS.nl en nieuwsbericht Nu.nl


Advies sociaal team en Jeugdwet

ECLI:NL:RBMNE:2017:2409

Uitspraak: 16 mei 2017 | Rechtbank Midden-Nederland

Het onderzoek en advies van het Sociaal Team voldoet niet aan daaraan uit oogpunt van zorgvuldigheid en motivering te stellen eisen.


Zorgvuldigheidseisen in Jeugdwet

ECLI:NL:CRVB:2017:1477ECLI:NL:CRVB:2017:1477

Uitspraak: 1 mei 2017 Centrale Raad van Beroep
Betreft: Artikelen 2.3. 2.14 Jeugdwet en Awb 3:2 3:46 en 7:12

De Centrale Raad van Beroep heeft voor het eerst uitspraak gedaan over jeugdhulp op grond van de nieuwe Jeugdwet. Deze uitspraak bepaalt aan welke zorgvuldigheidseisen gemeenten moeten voldoen. In deze zaak heeft de gemeente een advies gevolgd, dat niet aan de vereisten voldeed. Zie ook het VNG-nieuwsbericht

De betrokken jongere heeft psychische problemen en kreeg onder de oude wetgeving zorg in de vorm van begeleiding. Nadat de Jeugdwet was gaan gelden, heeft zij de gemeente verzocht om verlenging van de begeleiding. De gemeente wees die jeugdhulp af. Volgens de gemeente is haar moeder in staat om de begeleiding te geven die nodig is. Dit advies berust op een advies van het Centrum voor Jeugd en gezin (CJG). 

In dit geval maakt het advies niet duidelijk welke problemen en stoornissen de jeugdige heeft en welke hulp daarvoor nodig is.

Verder berustte het advies niet op de vereiste expertise. De Raad concludeert daarom dat het advies van het CJG ondeugdelijk is en dat de gemeente daar niet op mocht afgaan. De gemeente moet het jeugdhulpverzoek nu opnieuw beoordelen en een nieuwe beslissing nemen die voldoet aan de zorgvuldigheidseisen genoemd in de uitspraak


Evalueren hulpverleningsplan Jeugdwet is geen besluit Awb 

ECLI:NL:RBROT:2017:3208

Uitspraak: 26 april 2017 | Rechtbank Rotterdam
Betreft: Bestuursrecht

Heeft eiser met de brief van 14 april 2016 een aanvraag heeft ingediend in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb? De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Het evalueren van een plan als bedoeld in artikel 4.1.3. van de Jeugdwet is niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, zodat eisers verzoek niet kan worden aangemerkt als een aanvraag als hiervoor bedoeld. Dit leidt er ook toe dat verweerders schriftelijke reactie van 8 juni 2016 niet kan worden geduid als een besluit op een aanvraag.


Uitleg cao jeugdzorg

ECLI:NL:HR:2017:772 

Uitspraak: 21 april 2017 | Hoge Raad Prejudiciële beslissing

Betreft art.392 Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 79 Wet op de rechterlijke organisatie
Welke wachtgeldregeling is van toepassing op ontslagen werknemers? Is de invoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015, al dan niet in combinatie met de taakstelling /budgetkorting aan de gemeenten van 15%, te beschouwen als een door de ministeries van VWS en/of V&J opgelegde bezuinigingsmaatregel, in de zin van de cao?

Antwoord van de Hoge Raad op de prejudiciële vraag:
Ja, dit is te beschouwen als een door het ministerie van VWS en/of V&J opgelegde bezuinigings- en/of saneringsmaatregel als bedoeld in artikel 14 lid 1 van de cao Jeugdzorg2014-2015, respectievelijk artikel 3.10lid2 van de cao Jeugdzorg 2015-2016 


Jeugdhulp in de vorm van zorg in natura

ECLI:NL:RBOVE:2017:1681

Uitspraak: 18 april 2017 | Rechtbank Overijssel

Het ontbreken van verdere jeugdhulpbehoefte wordt niet gedragen door gezinsplan van het CJG; Situatie nog niet zo dat zoon/dochter op verantwoorde wijze zonder egeleiding kunnen functioneren. Rechtbank verklaart beroep gegrond en voorziet zelf in de zaak. 


Individuele voorziening Jeugdwet 

ECLI:NL:RBNHO:2017:2916

Uitspraak: 13 april 2017 | Rechtbank Noord-Holland
Betreft: artikel 2.1.Jeugdwet 

Er is sprake van een zorgvuldigheids-en motiveringsgebrek waar het de toegekende voorziening persoonlijke verzorging betreft. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het bedoelde gebrek te herstellen. 


PGB Jeugdwet

ECLI:NL:RBLIM:2017:2014

Uitspraak maart 2017 | Rechtbank Limburg

Onvoldoende onderzocht en inzichtelijk gemaakt waarom de jeugdige niet, net zoals voor januari 2015, in aanmerking komt voor 32 uur KVB (van zaterdagmorgen 10 uur tot zondagavond 18 uur). 

- ECLI:NL:RBLIM:2017:2308

Uitspraak maart 2017 | Rechtbank Limburg

Ook nu onvoldoende onderzocht en inzichtelijk gemaakt waarom de jeugdige niet in aanmerking komt voor 32 uur KVB. Door verweerder niet toereikend gemotiveerd waarom de jeugdige zou kunnen toekomen met de helft van de eerder toegekende uren BGI. Onderscheid gebruikelijke en boven gebruikelijke zorg niet aangegeven


Beoordeling jeugdhulpvoorziening en leveren van (individueel) maatwerk

ECLI:NL:RBZWB:2017:1156

Uitspraak: 27 februari 2017 | Rechtbank Zeeland-West Brabant 
Betreft: artikel 2.3.Jeugdwet

Bij de beoordeling of een jeugdhulpvoorziening moet worden toegekend gaat het om het leveren van (individueel) maatwerk. Niet inzichtelijk is dat wordt voorzien in passende jeugdhulp die aansluit bij de zorgbehoefte van de jeugdige en het gezin waarvan hij/zij deel uitmaakt of dat er daarnaast nog additionele zorg is geindiceerd.


Doelmatigheid inzet hulpverleners: deskundigenadvies nodig

ECLI:NL:RBGEL:2017:1042

Uitspraak: 21 februari 2017 | Rechtbank Gelderland

De Voorzieningenrechter stelt vast dat niet duidelijk is op basis van welke feiten en omstandigheden de rapporteur tot haar bevindingen is gekomen. Daarnaast overweegt de voorzieningenrechter dat het gelet op de uitgebreide en complexe problematiek binnen het gezin voor de hand had gelegen dat verweerder een deskundigenadvies had ingewonnen. Daarvan is echter geen sprake geweest. 


Aanbesteding van jeugdhulp

ECLI:NL:GHDHA:2017:260

Uitspraak: 14 februari 2017 Hoger beroep | Gerechtshof Den Haag

De voorwaarden waaronder gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem de jeugdhulp in hun gemeenten wilden aanbesteden zijn disproportioneel. Dat heeft het gerechtshof Den Haag in hoger beroep bepaald. De gemeenten starten een nieuw aanbestedingstraject voor de inkoop van hun jeugdhulp. Zie ook het VNG-nieuwsbericht


Vergoeden van dyslexiezorg

ECLI:NL:RBZWB:2016:8065

Uitspraak: 14 december 2017 Eerste aanleg - enkelvoudig | Rechtbank Zeeland-West-Brabant

De uitsluiting van behandeling van jeugdigen tussen de 7 en 12 jaar ten aanzien van wie op andere wijze dan volgens het protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling de diagnose Ernstige Enkelvoudige Dyslexie is gesteld, acht de rechtbank in strijd met de (voorzieningenplicht van de) Jeugdwet. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat de dyslexiebehandelingen die de jeugdige heeft gehad door het college worden vergoed aan eisers. Hierbij overweegt de rechtbank dat gelet op het belang van de jeugdige thans wordt uitgegaan van een retrospectieve beoordeling van de situatie, waarbij de noodzakelijk geachte behandeling heeft plaatsgevonden.


Deze pagina is onderdeel van de VNG-themapagina Jeugdwet en jurisprudentie