Inhoud Jeugd-GGZ

Q: Wat is het verschil tussen generalistische basis GGZ, gespecialiseerde GGZ en POH GGZ?

A: GGZ-behandelingen zijn op dit moment alleen via de huisarts of een andere medische verwijzer toegankelijk. Cliënten met een matige GGZ zorgvraag krijgen een verwijzing voor generalistische basis GGZ. Op basis daarvan kan een behandelaar starten met één van de vier basis GGZ prestaties (kort, middel, intensief, chronisch).

Er wordt alleen een behandeling gestart als er sprake is van een DSM benoemde stoornis, waarbij sprake is van matige problematiek met duidelijke symptomen of er is sprake van een latent gevaarsrisico waar beschermende factoren tegenover staan, zoals adequate coping, werk of structurele daginvulling en een steunsysteem waarop men dagelijks kan terugvallen voor toezicht, zorg, praktische of emotionele steun.

De generalistische basis GGZ

Er bestaat geen formele regelgeving over wie basis GGZ mag uitvoeren. In principe kan iedere Big geregistreerde GGZ behandelaar een basis GGZ behandeling uitvoeren, mits er een hoofdbehandelaar betrokken is bij de behandeling. De hoofdbehandelaren en de behandelaren kunnen zowel vrijgevestigden zijn als geïntegreerde zorgaanbieders. De zorgverlening is altijd ambulant.

Net als bij de gespecialiseerde GGZ moeten aanbieders in de generalistische basis GGZ zich houden aan spelregels om te kunnen declareren en zijn er de processtappen registratie en declaratie. De basis GGZ kent geen spelregeldocument zoals de gespecialiseerde GGZ. De spelregels rondom registratie staan in een regeling van de NZa. Deze spelregels kunt u overnemen.

Een behandeling binnen de basis GGZ kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • gesprekken met onder andere een psycholoog, psychotherapeut of psychiater
  • een vorm van e-health (e-health zijn onder andere programma’s op internet waarmee hulp wordt geleverd bij psychische problemen)
  • een combinatie van gesprekken en e-health. (Bron: voordejeugd.nl)

De specialistische GGZ

Kenmerkt zich door een hoge mate van complexiteit van behandeling waarbij een zwaar beroep op specialistische kennis nodig is. Specialistische GGZ wordt zo mogelijk ambulant of indien nodig klinisch geleverd en wordt bekostigd via DBC prestaties. Het verschil tussen basis en specialistische GGZ is niet heel hard. Het is een beoordeling / inschatting / triage van een medische professional, waarbij de criteria zijn vastgelegd in een rapport van Bureau HHM: Generalistische Basis GGZ; verwijsmodel en produktbeschrijvingen.  

Dit maakt het belang van goede toegang en triage in de J-GGZ zeer relevant. Om DBC’s te mogen declareren, moeten zorgaanbieders zich aan spelregels houden. De spelregels voor de specialistische GGZ vallen uiteen in verschillende regels voor verschillende processtappen.

De POH-GGZ (Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg)

Is een ondersteuner in de huisartsenpraktijk die wordt betaald door de zorgverzekeraar en in dienst is bij de huisarts. De functie POH-GGZ in de Zvw bestaat sinds 2008 en is in 2014 zowel inhoudelijk als financieel versterkt. De POH-GGZ kan de huisarts ondersteunen bij verwijzing en kan lichte GGZ-zorg met een laag risico verlenen. Omdat de POH-GGZ een belangrijke rol vervult bij het verwijzen, kan een gemeente ervoor kiezen om in de huisartsenpraktijk ook een POH-GGZ Jeugd te bekostigen die plaats neemt in de huisartsenpraktijk. Deze kan de huisarts dan adviseren over J-GGZ verwijzingen. De gemeente zou ook een praktijkondersteuner Jeugd kunnen bekostigen die de huisarts ondersteunt vanuit het gehele jeugddomein.

De huisarts, ondersteund door de POH GGZ, maakt een (medische) inschatting of een GGZ klacht van een cliënt eenvoudig of complex is. In de praktijk zien we dat zorgverzekeraars sturen op de verhouding specialistisch-basis GGZ in hun zorginkoop en een verschuiving proberen te bewerkstelligen van specialistische GGZ (DBC’s) naar basis GGZ. De verschuiving van specialistische GGZ naar basis GGZ is ook voor gemeenten een belangrijke beleidsdoelstelling.

Omdat de prestaties generalistische basis GGZ pas sinds 2014 zijn geïntroduceerd is er nog weinig informatie beschikbaar over deze verhoudingen en welke verschuivingen mogelijk zijn. In het Bestuurlijk akkoord Toekomst GGZ is afgesproken dat er een minimale substitutie van 20% van de patiënten mogelijk kan zijn. Het is daarom goed om in de adviesgesprekken met zorgverzekeraars dit onderwerp te agenderen.

Q: Vallen POH’s vanaf 2015 onder Zorgverzekeringswet of onder gemeente?

A: De POH GGZ behandelt psychische klachten, ook voor de jeugd. De POH-GGZ (praktijkondersteuner van de huisarts op het gebied van ggz) maakt onderdeel uit van de huisartsenbekostiging. De huisartsen worden betaald door de zorgverzekeraars. De POH-GGZ is daarmee dus in dienst van de huisarts en wordt gefinancierd door de zorgverzekeraar. Er zijn gemeenten die er voor kiezen een extra praktijkondersteuner jeugd(-ggz) te bekostigen.

Zie NZa: vrije tarieven voor huisartsenzorg in Jeugdwet en Wlz (LHV nieuwsbericht met pdf, 16 juni 2015)

Overigens blijven de extramurale psychofarmaca (medicijnen tegen psychische aandoeningen, niet door een instelling verstrekt) onderdeel van de Zvw.

Q: Welke Jeugd-GGZ valt in 2014 onder de verzekerde zorg in het basispakket?

A: In het basispakket van de zorgverzekering is in 2014 kortweg het volgende opgenomen:

  • Specialistische geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Deze wordt veelal ambulant verleend maar kan ook intramuraal
  • Generalistische Basis GGZ, ambulant, bijvoorbeeld door GZ- of eerstelijnspsycholoog.

Wat precies verzekerde zorg is (anders gezegd: ‘wat onder de zorgverzekering valt’ ofwel ‘wat in het basispakket zit’) is op hoofdlijnen vastgelegd in de Zvw en wordt nader bepaald door het Zorginstituut Nederland (hierna: ZIN, voorheen CVZ). De afbakening van curatieve GGZ staat beschreven op de website van ZIN. Op deze website worden ook vele behandelmethoden genoemd die niet vallen onder de reikwijdte van de Zvw.

Q: Blijft de rol bestaan van Zorginstituut Nederland (vh. College voor Zorgverzekeringen)?

A: De rol van het Zorginstituut Nederland vervalt voor de jeugdzorg, dus ook de definitie van 'wat verzekerde zorg is' vervalt. Daarmee krijgen gemeenten dus grote vrijheid in het beslissen wat de reikwijdte is van het aanbod van Jeugd-GGZ. Gemeenten kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om therapieën te vergoeden die door het Zorginstituut (nog) niet of niet meer in het verzekerde pakket zijn opgenomen. Het aanbod daarvan in de GGZ is groot.

Q: Hoe moeten we omgaan met systeemcontacten?

A: De reikwijdte besluiten hebben als focus de behandeling van de cliënt. In het kader van de behandeling van een jeugdige zal de behandelaar ook contact hebben met de ouders en deze ouders waar nodig begeleiden. Dit wordt binnen de behandeling van de jeugdige geregistreerd als systeemcontact. Deze systeemcontacten zijn integraal onderdeel van de inkoopafspraken voor Jeugd-GGZ. Het is dus niet nodig hier aparte afspraken over te maken.

Als er sprake is van een GGZ-stoornis bij de ouders, opent de aanbieder voor de volwassene een andere DBC, waarvan de factuur aan de zorgverzekeraar toegestuurd wordt.

Q: Hoe gaan we om met budgetten van J-GGZ aanbieders voor begeleiding ouders?

A: De volledige vraag is: Hoe moeten we omgaan met budgetten die nu bijvoorbeeld door aanbieders van Jeugd-GGZ worden gebruikt voor begeleiding van ouders (t.b.v. kinderen)? Vallen deze onder de transitie of niet?

Het antwoord luidt als volgt:
Ouders kunnen op allerlei manieren betrokken zijn bij de behandeling van hun kind. Van indirect (in de vorm van losse begeleiding) tot direct (bijv. bij systeemtherapie, waarbij het hele gezin in de behandeling wordt meegenomen). In verschillende DBC’s is hier ruimte voor gemaakt. Aangezien alle GGZ-DBC’s voor jeugd worden overgeheveld naar gemeenten, gaan ook die middelen mee.

Als een ouder zelf voor een psychische aandoening behandeld wordt (eventueel in samenhang met, maar geen deel uitmakend van de behandeling van het kind), dan gebeurt dat onder een aparte DBC, en die middelen worden vanzelfsprekend niet overgeheveld.

Q: Worden middelen uit de aanvullende verzekering overgeheveld?

A: Voor zover GGZ-zorg door aanvullende verzekeringen werd betaald – en dat is beperkt –, wordt deze niet overgeheveld.

Het vertrekpunt van de transitie is dat alleen de middelen voor zorg worden overgeheveld zoals die tot op heden uit de publieke middelen betaald werden. Dit betreft alleen de middelen voor de zorg die nu in het basispakket opgenomen zijn. Gemeenten zijn alleen verantwoordelijk voor de aanspraak zoals deze in de ZVW was verwoord.

Q: Moeten gemeenten zorg uit de aanvullende verzekering inkopen?

A: De gemeente heeft een jeugdhulpplicht, wat onder meer betekent dat ze moet zorgen voor een kwantitatief en kwalitatief passend aanbod. Het is aan gemeenten om te bepalen of zij daarvoor ook zorgvormen inkopen die tot nu geen deel uitmaakten van het basispakket, maar bijvoorbeeld van het aanvullende pakket. De gemeente is daarin vrij, mits zij passende hulp en/of zorg biedt.

Gemeenten beslissen dus zelf om zorg die nu binnen de aanvullende verzekering valt in te kopen. Dit kan bijvoorbeeld zinvol zijn als deze zorg toegevoegde waarde heeft bij de wenselijke verschuiving van specialistische naar generalistische GGZ of preventie. In sommige gevallen kan zorg uit het aanvullende pakket passende hulp zijn of kan er een preventieve werking van uitgaan. Het is aan de gemeenten om zich daarover op basis van gesprekken met professionals een oordeel over te vormen en te besluiten of ze dit wel of niet willen inkopen.

Gemeenten kunnen dus straks op basis van de inschatting van de professionals op onderdelen andere keuzes maken dan de zorgverzekeraar. Het kan voorkomen dat gemeenten vormen van zorg niet meer inkopen. Maar het ook zijn dat ze juist andere vormen van zorg inkopen, zolang ze maar voorzien in een passend aanbod. Daarmee kunnen wijzigingen in het aanbod optreden.

Q: Valt farmaceutische zorg onder de Jeugdwet?

A: Medicijnen die door een arts worden voorgeschreven in het kader van de GGZ-stoornis blijven in de Zorgverzekeringswet. Wanneer een psychiater deze medicatie voorschrijft, komt dit contact met de psychiater wel voor rekening van de gemeente. Wanneer een huisarts deze medicatie voorschrijft, valt dit contact binnen de Zorgverzekeringswet.

Q: Valt alle Jeugd-GGZ in het kader van jeugdstrafrecht onder de gemeenten?

A: GGZ in het kader van het jeugdstrafrecht valt onder de Jeugdwet, tenzij er een aanspraak bestaat op basis van de Beginselenwet Justitiële Jeugdinrichting (BJJ) (zie art. 1.2, eerste lid Jeugdwet). Dit is het geval bij zorg aan strafrechtelijk veroordeelde jongeren in een JJI. Het geldt ook als de strafrechtelijk veroordeelde jongere met een PIJ-maatregel vanuit een JJI naar een GGZ-instelling worden overgeplaatst (zogenaamde ‘uitgeplaatste PIJ’ers). Deze overplaatsing is namelijk op grond van de BJJ (art. 12, derde lid en 48, derde lid). Daarmee vallen zij niet onder de reikwijdte van de Jeugdwet.

Oftewel: het Rijk en niet de gemeente is verantwoordelijk voor zorg aan de groep uitgeplaatste PIJ’ers. Voor meer informatie over Jeugdstrafrecht, zie de Factsheet Uitvoering van het Jeugdstrafrecht (bron: voorddejeugd.nl)

Q: Valt Jeugdreclassering onder de Jeugdwet voor jongeren tussen de 18 en 23?

A: Een DBC gestart op basis van een strafrechtelijke titel heeft in de DBC-registratie het zorgtype ‘Jeugdstrafrecht’. De DBC’s met dit zorgtype gaan altijd naar de gemeente, ongeacht de leeftijd van de jeugdige. Wanneer de strafrechtelijke titel vervalt, moet de DBC worden afgesloten. Wanneer de aanbieder of een andere verwijzer het op dat moment nodig vindt dat de zorg doorloopt, kan het vervolg-DBC afhankelijk van de leeftijd vallen onder de Jeugdwet (factuur gemeente) of Zvw (factuur zorgverzekeraar). Voor het openen van een vervolg-DBC gelden de contract- en toegangsafspraken die gemeente of zorgverzekeraar daaraan stellen.

Q: Vallen scholen, net als ouders, ook onder systeemcontact?

A: Wanneer scholen, net als ouders, gecontacteerd worden met betrekking tot de behandeling van een jeugdige valt dit contact ook onder systeemcontact.

Q: Waar vindt u alle veelgestelde vragen?