Financiën Jeugd

Financiën Jeugd én Wmo


Financieel kader Jeugdwet

De opgave van gemeenten is goede (betere) jeugdhulp te leveren tegen lagere kosten dan voorheen onder de AWBZ. Daarom is in 2015 de jeugdhulp naar gemeenten gedecentraliseerd. Ook de middelen hiervoor zijn naar gemeenten overgeheveld. Het totale jeugdbudget was in 2017 voor alle gemeenten € 3,5 miljard. Deze middelen zijn ondergebracht in de integratie-uitkering sociaal domein (IUSD). Het grootste deel (ca. €3,0 miljard) wordt verdeeld over alle gemeenten. Dit gebeurt op grond van objectieve criteria, zoals het aantal jongeren en het aantal eenouderhuishoudens. Het resterende half miljard is een budget voor jongeren met een voogdijmaatregelen en van 18 jaar en ouder. Dat wordt verdeeld op basis van de werkelijke kosten in het verleden.

De jeugdhulpmiddelen zijn niet geoormerkt, net zomin als de rest van het gemeentefonds. Dit sluit aan bij de ontwikkeling van integraal werken in het sociaal domein. Gemeenten maken dan ook zelf de afspraken om (een deel van) de budgetten op regionaal niveau samen te voegen voor het regionaal inkopen van bepaalde zorgtaken. Of om de kosten van (hele dure) jeugdzorgtaken onderling te verevenen.

Verdeelmodel Jeugd: het macrobudget

Gemeenten worden via de circulaires gemeentefonds geïnformeerd over de omvang en de verdeling van het gemeentefonds (d.w.z.: over de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen - inclusief die voor het sociaal domein - en de decentralisatie-uitkeringen). Daarnaast bevat een circulaire informatie over andere financiële onderwerpen die voor de gemeenten van belang zijn. Gewoonlijk ontvangen gemeenten drie keer per jaar deze informatie: in mei, in september en in december.

Er zijn gemeenten die (grote) tekorten hebben op het objectief verdeelde deel van het jeugdbudget. Gemeenten geven aan dat dat komt omdat er niet voldoende geld voor jeugdhulp beschikbaar is; het macrobudget is niet hoog genoeg.

In het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP) is besloten om een Fonds tekortgemeenten te creëren om gemeenten met grote tekorten op het terrein van jeugd en Wmo te compenseren. Dit Fonds wordt ook wel ‘de stroppenpot’ genoemd. Het gaat in totaal om een bedrag van € 200 miljoen, waarvan €100 miljoen door het Rijk ter beschikking wordt gesteld en € 100 miljoen uit het gemeentefonds afkomstig is. Over de uitname uit gemeentefonds wordt op de ALV van de VNG (27 juni 2018) gestemd.

Voor de periode 2018-2020 is daarnaast een Transformatiefonds jeugd van € 108 miljoen. Dit is bestemd voor regionale transformatieplannen op het gebied van jeugd in verbinding met aanpalende domeinen (zoals 18- 18+ en verbinding met onderwijs). De criteria voor het Transformatiefonds worden momenteel uitgewerkt. De VNG streeft er naar de criteria voor het Transformatiefonds voor de ALV van 27 juni a.s. bekend te maken.

Er bestaat nog een verschil van inzicht tussen Rijk en VNG over de volume-indexatie van het jeugdbudget. Het Rijk keert in 2018 en 2019 geen volume-indexatie uit over de middelen Jeugd. Met het IBP is wel afgesproken dat er in het kader van de overheveling naar de algemene uitkering een onderzoek wordt gedaan om de feitelijke uitgaven Jeugd bij gemeenten te objectiveren.

Overheveling IUSD

Per januari 2019 worden de integreerbare delen van de integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) overgeheveld naar de algemene uitkering in het gemeentefonds. Voor jeugd betekent dit dat het objectief verdeelde budget wordt overgeheveld. Het is de verwachting dat het historisch verdeelde budget (voogdij/18+) kan worden overgeheveld wanneer het woonplaatsbeginsel is aangepast. Dat gebeurt waarschijnlijk in 2020.

De technische uitwerking van de overheveling staat beschreven in de meicirculaire 2018. Daarin staat onder andere uitgelegd hoe de IUSD-jeugd aan de clusters van de algemene uitkering wordt toebedeeld en hoe wordt omgegaan met de verschillende maatstaven in de IUSD en de algemene uitkering.

Verdeelmodel jeugd: de verdeling

Het Rijk is, samen met gemeenten, een traject gestart om de verdeelsystematiek in de komende jaren aan te passen. Dat is nodig omdat in ieder geval een deel van de financiële problemen in het sociaal domein wordt veroorzaakt door de manier waarop de budgetten nu zijn verdeeld. Om te beginnen heeft onderzoeksbureau AEF een kwalitatief vooronderzoek gepubliceerd waarin een groot aantal knelpunten in relatie tot de verdeelmodellen zijn beschreven.

Rijk en gemeenten hebben afgesproken om dit onderzoek te vervolgen met een breed kwantitatief vervolgonderzoek dat gericht is op een integrale nieuwe verdeling van de verdeelmodellen sociaal domein per 2021. Dat betekent dat er niet alleen gekeken wordt naar het verdeelmodel jeugd, maar ook naar de andere taken in het sociaal domein waar het gemeentefonds rekening houdt. De komende maanden wordt nagedacht over de meest geschikte methode hiervoor. Dit onderzoek loopt parallel aan het traject van de herziening financiële verhoudingen; waarschijnlijk heeft ook dat gevolgen voor de verdeling per 2021.

Budget voogdij en 18+ en aanpassing woonplaatsbeginsel

Het grootste deel van het jeugdhulpbudget wordt verdeeld over gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel. Voor jeugdigen met een voogdijmaatregel óf van 18 jaar en ouder wordt het budget verdeeld op basis van het zorggebruik in eerdere jaren. Het gaat om ruim €0,5 miljard van de €3,5 miljard.

Een aantal gemeenten hebben tekorten op het budget voor voogdij/ 18+. Een belangrijke oorzaak daarvan zijn de knelpunten die zich voordoen met de toepassing van het woonplaatsbeginsel. Het woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente (financieel) verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld het inzetten van jeugdhulp. Om de discussies over het woonplaatsbeginsel op te lossen, wordt het woonplaatsbeginsel waarschijnlijk per 2020 aangepast. Nu al hebben gemeenten in een convenant een aantal praktische afspraken gemaakt om de administratieve problemen met het woonplaatsbeginsel te verminderen. Om de acute financiële problemen met het budget voor voogdij/18+ te verminderen heeft het ministerie van VWS een compensatieregeling voogdij/18+ ingesteld.

Het budget voor voogdij en 18+ kan niet worden overgeheveld naar de algemene uitkering zolang het historisch wordt verdeeld. Daarom blijft dit in 2019 als de integratie-uitkering Voogdij/18+ bestaan. Er wordt onderzocht of deze middelen objectief verdeeld kunnen worden nadat het woonplaatsbeginsel is aangepast. Als overtuigend wordt aangetoond dat dat kan, worden deze budgetten in 2020 overgeheveld naar de algemene uitkering.

Convenant jeugdregio's/gemeenten

Gemeenten en jeugdhulpaanbieders ervaren in de praktijk veel problemen bij de uitvoering van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet. Daarom hebben de jeugdregio’s in een convenant een aantal praktische afspraken gemaakt om - per direct - de grootste administratieve problemen te verminderen.

Deze pagina is onderdeel van het ABC Jeugdhulp van de VNG  

zwolle_jeugd.jpg?itok=8aV7Bf9K