FAQ's over Toegang Jeugdhulp

Er gelden eisen bij de toegang en dus ook bij de bepaling welke niet vrij toegankelijke jeugdhulp nodig is.

Op welke manieren kan de toegang tot jeugdhulp plaatsvinden?

Er gelden eisen bij de toegang en dus ook bij de bepaling welke niet vrij toegankelijke jeugdhulp nodig is.

De toeleiding naar de jeugdhulp kan op verschillende manieren gebeuren:

a. Vrij toegankelijk
In de verordening is onderscheid gemaakt tussen overige (vrij-toegankelijke) en individuele (niet vrij-toegankelijke) voorzieningen op het gebied van jeugdhulp (zie artikel 2, eerste, respectievelijk tweede lid). Voor een deel van de hulpvragen kan volstaan worden met een vrij-toegankelijke voorziening. Hier kunnen de jeugdige en zijn ouders gebruik van maken zonder dat zij daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig hebben. De jeugdige en zijn ouders kunnen zich voor deze jeugdhulp dus rechtstreeks tot de jeugdhulpaanbieder wenden.

b. Toegang jeugdhulp via de gemeente
Ook kan een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouder binnenkomen bij de gemeente. De beslissing door de gemeente welke zorg een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft komt vervolgens tot stand in overleg met die jeugdige en zijn ouders. In een gesprek tussen een door de gemeente ingezette deskundige en de jeugdige en zijn ouders zal gekeken worden wat de jeugdige en zijn ouders eventueel zelf of met behulp van hun netwerk kunnen doen aan het probleem.

Als aanvullend daarop een voorziening op het gebied van jeugdhulp nodig is, dan zal eerst gekeken worden of dit een vrij-toegankelijke voorziening is of een niet vrij-toegankelijke voorziening. Is het laatste het geval dan neemt deze deskundige, namens het college, een besluit en verwijst hij de jeugdige door naar de jeugdhulpaanbieder die volgens de deskundige de aangewezene is om de betreffende problematiek aan te pakken.

c. Toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist

De Jeugdwet regelt daarnaast dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist. Na een dergelijke verwijzing staat echter nog niet vast welke specifieke behandelvorm van jeugdhulp (dus bijvoorbeeld welke therapie) een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft. Een jeugdige kan op dat moment terecht bij de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft ingekocht. In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder zelf zijn die op basis van zijn professionele autonomie na de verwijzing beoordeelt welke voorziening precies nodig is (de behandelvorm), hoe vaak iemand moet komen (de omvang) en hoe lang (de duur).

Bij deze beoordeling moet de jeugdhulpaanbieder zich houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. Deze afspraken zien op hoe de gemeente haar regierol kan waarmaken en op de omvang van het pakket. Deze afspraken zullen verder ook ingaan op hoe de artsen en de gemeentelijke toegang goed van elkaar op de hoogte zijn van de doorverwijzing of behandeling van een kind, zodat de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin – 1 regisseur – 1 plan, met name bij multiproblematiek, kan worden geborgd en er geen nieuwe ‘verkokering’ zal plaatsvinden, waarbij professionals niet goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn.

Daarnaast moet de jeugdhulpaanbieder rekening houden met de regels die de gemeente bij verordening heeft gesteld. Deze verordening regelt welk aanbod van de gemeente alleen via verwijzing of met een besluit van de gemeente toegankelijk is (zie artikel 2). Omdat de gemeente verder geen nadrukkelijke rol speelt in bij de toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist, regelt deze slechts een enkel aspect met betrekking tot het proces (zie artikel 3). Artikel 9 en verder zijn wel van overeenkomstige toepassing.

Juridisch is het niet noodzakelijk dat, als gebruik wordt gemaakt van de route via de huisarts e.a., de gemeente in alle gevallen het oordeel van de jeugdhulpaanbieder in een schriftelijke beschikking vastlegt voor de jeugdige of zijn ouders, zolang de gemeente maar regelt dat de jeugdige of zijn ouders de naar het oordeel van de jeugdhulpaanbieder benodigde voorziening daadwerkelijk ontvangt.

Er kan ook voor gekozen worden om, in plaats van het geven van een beschikking in alle gevallen, alleen een beschikking af te geven als de jeugdige of zijn ouders dit wensen òf in het uitzonderlijke geval dat de gemeente een besluit neemt dat afwijkt van het oordeel van de jeugdhulpaanbieder. Op die manier wordt de jeugdige en zijn ouders nog steeds de benodigde rechtsbescherming geboden en wordt voorkomen dat de gemeente talloze beschikkingen moet gaan afgeven die hetzelfde luiden als hetgeen de jeugdige naar het oordeel van de jeugdhulpaanbieder nodig heeft.

d. Toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting

Een andere ingang tot de jeugdhulp is via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter (via een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering), het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting. De gecertificeerde instelling is verplicht om bij de bepaling van de in te zetten jeugdhulp in het kader van een door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering te overleggen met de gemeente. Uiteraard kan bij dit overleg een kostenafweging plaatsvinden.

Het is de gemeente op haar beurt vervolgens gehouden de jeugdhulp in te zetten die deze partijen nodig achten ter uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering. Deze leveringsplicht van de gemeente vloeit voort uit het feit dat uitspraken van rechters te allen tijde moeten worden uitgevoerd om rechtsgelijkheid en rechtszekerheid te kunnen garanderen. Ook hier geldt dat de gecertificeerde instelling in beginsel gebonden is aan de jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht.

Als de kinderrechter een ondertoezichtstelling of gezagsbeëindiging uitspreekt, wijst hij gelijktijdig in de beschikking de gecertificeerde instelling aan die de maatregel gaat uitvoeren. Dit kan de rechter juist omdat de raad voor de kinderbescherming in zijn verzoekschrift een concreet advies geeft over welke gecertificeerde instelling de maatregel zou moeten uitvoeren.

De Raad voor de Kinderbescherming neemt een gecertificeerde instelling in zijn verzoekschrift op die na overleg met de gemeente en gezien de concrete omstandigheden van het geval hiervoor het meest geschikt lijkt. De raad voor de kinderbescherming is verplicht om hierover met de gemeente te overleggen. Deze toegang wordt al in de Jeugdwet zelf geregeld en komt verder dus niet terug in deze verordening.

 e. Toegang via het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK) (Veilig Thuis)
Ook het AMHK vormt een toegang tot onder andere jeugdhulp. Het AMHK geeft advies over vermoedens en gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling, onderzoekt indien nodig op basis van een melding of er sprake is van kindermishandeling en beoordeelt welke hulp het gezin nodig heeft. Deze toegang wordt al in de Jeugdwet zelf geregeld en komt verder dus niet terug in de verordening. (www.vng.nl/veiligthuis)

Volledige vraag: Verwijzing door artsen, scholen enz. lijkt goed geregeld. Verwijzing betekent niet automatische toegang: gemeenten bepalen toegangsregels. Wat wordt de verhouding verwijzer – toegangsmedewerker?

Antwoord: Een verwijzing, bijvoorbeeld via een school, betekent inderdaad niet automatisch toegang tot de niet vrij toegankelijke jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht. Hoe deze toegang loopt hangt er vanaf hoe een gemeente dit heeft georganiseerd. Er kan bijvoorbeeld een wijkteam worden ingericht voor advies, sceening en zij kunnen worden gemandateerd om door te verwijzen naar niet vrij toegankelijke hulp.

Een verwijzing via de huisarts, jeugdarts en medisch specialist moeten in het nieuwe stelsel echter wel gezien worden als een rechtstreekse doorverwijzing naar de niet vrij toegankelijke jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht. De gemeente mag hier niet nog ‘tussen’ zitten, maar kan hierop sturen door de inkoopafspraken die zij maken met jeugdhulpaanbieders. Gemeenten en huisartsen moeten afspraken maken over hoe zij willen afstemmen en hoe de huisarts weet welke jeugdhulp is ingekocht.

De professionals bij de toegang (bijvoorbeeld in wijkteams) bepalen welke jeugdhulp nodig is en verwijzen eventueel naar een jeugdhulpaanbieder. De gemeente moet voor passende hulp of ondersteuning zorgen. Het kan niet zo zijn dat bepaalde ‘diagnoses’ niet mogen. Het besluit om niet vrij toegankelijke jeugdhulp in te zetten kan worden gemandateerd naar aanbieders. (Bron: Voordejeugd)

Specifiek voor de Jeugdwet gaat het om doorverwijzen naar jeugdhulp (evenals de huisarts en de medisch specialist). In algemene zin is de rol van de jeugdarts de verbinding tussen jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp vorm te geven en eventueel door de gemeenten te worden ingezet voor een deel van de preventie op basis van de Jeugdwet. Buiten dat, blijft de Jeugdgezondheidszorg haar preventieve taken uitvoeren. Zie ook de Handreiking Functioneel ontwerp (toegang) en de voorbeelden uit de beleidsplannen op dit punt. (Bron: Voordejeugd)

Welke medisch specialisten mogen direct doorverwijzen naar jeugdhulp?

De definitie van medisch specialist luidt in de Jeugdwet als volgt: 'geneeskundig specialist die als specialist is ingeschreven in een door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst ingestelde register als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg'.  

Spoedzorg of zorg in geval van crisis is ook onderdeel van de Jeugdwet. In het geval van crisis zal een gemeente minimaal hebben geregeld dat een meldpunt bekend is en daar de juiste deskundigheid aanwezig is om te oordelen wat nodig is. De gemeente is er vervolgens ook voor verantwoordelijk dat, indien nodig, direct een crisisplaatsing gedaan kan worden. Bijvoorbeeld bij een 24-uursopvang of een jeugdhulpaanbieder, afhankelijk van wat de jeugdige nodig heeft. ZIe de Informatiekaart Spoedzorg

Deze pagina hoort bij www.vng.nl/toegangjeugdhulp