Factsheet | De kortingen op de decentralisatie jeugdzorg in 2015

Voor alle vormen van jeugdhulp binnen de decentralisatie jeugdzorg samen geldt een nominale korting, zoals het kabinet Rutte II heeft besloten. In 2015 is dat € 120 miljoen, in 2016 is dat € 300 miljoen en vanaf 2017 geldt een structurele korting van € 450 miljoen. Op een macrobudget van circa € 3,6 miljard betekent dat over de achtereenvolgende jaren een korting van ongeveer 3,5%, 8,5% respectievelijk 12,5%. Dat is echter niet het volledige beeld. We lichten de totale opbouw hieronder toe.

Correctieposten

In de meicirculaire 2013 is voor 2015 een voorlopig macrobudget opgenomen van afgerond € 3,3 miljard. Het Rijk is tot dit bedrag gekomen door het macrobudget van afgerond € 3,6 miljard te corrigeren voor een aantal punten:

Onderdeel

Bedrag in € miljoen

Door de Algemene Rekenkamer getoetste stand d.d. 19 april 2013:

€ 3.558*

.- Taakstelling Rutte I en II (loopt op tot € 450 miljoen structureel vanaf 2017)

-120

.- Korting AWBZ-Begeleiding en persoonlijke verzorging

-90

.- Zorgakkoord jeugd-ggz

40

.- Volumegroei AWBZ/ZVW **

51

.- Maatregel vervoer

-20

.- PGB-maatregel (schatting)

-105

.- Maatregel lage ziektelast

0

Saldo te verdelen bij laagste variant

€ 3.344+PM

Bron: Bestuurlijke reactie van staatssecretaris VWS en V&J op het rapport  van de Algemene Rekenkamer.
* In het rapport van de Algemene Rekenkamer staat een bedrag van € 3.647 miljard als start. Daarin was een fout gemaakt bij het aanleveren van de data (18-jarigen waren onterecht ook meegeteld). Dat is hier afgetrokken, dit is het juiste initiële bedrag.
** Tegenover deze groei van het macrobudget staan ook kosten voor de naar verwachting gegroeide populatie cliënten.

Zoals te zien in de tabel is één van de correctieposten de nominale korting. Maar er zijn er meer.

Deze berekening laat een korting van (€ 3.344 – € 3.588) / € 3.588 = 6,8% zien in 2015. Het moet gezegd dat er nog een aantal onzekerheden in zitten. Er is nog een aantal PM-posten met zowel een positief als negatief effect op het totaal. Maar duidelijk is wel dat de korting in 2015 groter is dan de 3,5% die op basis van alleen de nominale korting verwacht is.

In de bestuurlijke reactie van de staatssecretarissen op het rapport van de Algemene Rekenkamer wordt elk punt toegelicht. De belangrijkste/grootste worden hieronder ook toegelicht.

Korting AWBZ-begeleiding en persoonlijke verzorging

Binnen de decentralisatie AWBZ/Wmo geldt een korting van 25% op de functie begeleiding en 15% op de functie persoonlijke verzorging. Omdat deze functies straks integraal onderdeel uitmaken van de decentralisatie jeugdzorg (ook onder Wet op de jeugdhulp) heeft het Rijk de taakstelling voor begeleiding en persoonlijke verzorging voor jeugdigen jonger dan 18 verwerkt in het macrobudget jeugdzorg. En niet in het macrobudget AWBZ/Wmo. Dit komt overeen met circa €  90 miljoen.

PGB-maatregel

In de bestuursafspraken 2011-2015 is opgenomen dat het budget voor de AWBZ/Wmo wordt gecorrigeerd voor de effecten van maatregelen om de PGB‟s beheersbaar te maken. Ook hierbij geldt dat omdat AWBZ-functies straks integraal onderdeel uitmaken van de decentralisatie jeugdzorg, het Rijk deze correctie heeft toegepast op het macrobudget jeugdzorg (€ - 105 miljoen). En niet op het macrobudget AWBZ/Wmo.

Oorspronkelijk was het voornemen om vanaf 2014 alle PGB’s voor minder dan 10-uur zorg per week te schrappen. Een inschatting van de kwantificering daarvan is opgenomen in de berekening van het macrobudget jeugdzorg. Onlangs is echter besloten dat de PGB-maatregel niet geldt voor de huidige cliënten. Dit betekent dat de berekende korting van € 105 miljoen wijzigt.

De ene korting is de andere niet

Er is een verschil in de wijze waarop de efficiencykorting van € 120 miljoen en de korting op de AWBZ of vanwege de PGB-maatregel door gemeenten gevoeld zullen worden. De ene korting is de andere niet. Achter de PGB-maatregel zit namelijk de vooronderstelling dat het leidt tot een afname van de vraag naar PGB’s. Een deel van de vraag valt uit, een ander deel verschuift naar zorg in natura, maar per saldo is er een besparing (die door het Rijk in mindering wordt gebracht op het macrobudget). Een dergelijke directe vraaguitval staat niet tegenover de efficiencykorting van € 120 miljoen of de korting binnen de AWBZ.

De mate waarin gemeenten te maken krijgen met de kortingen is verschillend. Elke gemeente krijgt zijn deel van de korting van € 120 miljoen te verwerken. Echter, de mate waarin een gemeente te maken krijgt met de korting op de AWBZ of in verband met de PGB-maatregel is afhankelijk van het eigen cliëntenbestand. Hoe meer AWBZ-zorg aan jeugdigen wordt gegeven, hoe meer een gemeente die korting voelt.

Vervolg

Het Rijk en VNG bespreken in een volgend Bestuurlijk Overleg de opbouw van dit macrobudget, naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer. Daarbij bespreekt men ook de PM-posten die onzekerheid opleveren. Die onzekerheid moet zo snel mogelijk weggenomen worden. Het definitieve macrobudget jeugdzorg wordt opgenomen in de Meicirculaire 2014, plus de verdeling hiervan over de individuele gemeenten.

Rapport Algemene Rekenkamer

Het rapport van de Algemene Rekenkamer op berekening macrobudget, plus de reacties van het Rijk en de VNG vindt u hieronder.

Meer informatie