Overzicht veelgestelde vragen over Jeugdbescherming en Jeugdreclassering

Hieronder treft u de categorieen aan met vragen en antwoorden binnen het betreffende dossier. U kunt deze openklappen en lezen door op een categorie/vraag te klikken.

Erkende gedragsinterventies kunnen door de rechter, OM, JJI worden opgelegd of door de GI worden ingezet. Erkende gedragsinterventies zijn ook vormen van jeugdhulp. Voor de inzet van een erkende gedragsinterventie gelden dus dezelfde bepalingen als voor andere vormen van jeugdhulp.

De VNG heeft voor vijf van deze interventies landelijke inkoopafspraken gemaakt. Dit betekent dat er voor deze interventies raamovereenkomsten zijn gesloten. Meer informatie over landelijk ingekochte jeugdhulp vindt u hier.

(Bron: Voordejeugd)

De mogelijkheid bestaat om voorafgaand aan vonnis contact op te nemen met de jeugdhulpaanbieder om een jongere/jongvolwassene aan te melden. Op dat moment kan nog geen bewijs van financiering worden overlegd, omdat het nog niet bekend is of jeugdhulp/(jeugd)reclassering daadwerkelijk wordt opgenomen in de strafrechtelijke beslissing.

Als er al sprake is van vrijwillige begeleiding door de jeugdreclassering (GI) voorafgaand aan vonnis in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming (Art. 77hh tweede lid Sr), kan door de GI deze jeugdhulp in dat kader al worden opgestart. Daarnaast kunnen hier lokale afspraken met de gemeente over worden gemaakt (bijvoorbeeld over inzet van jeugdhulp door het wijkteam).

(Bron: Voordejeugd)

Hiervoor is geen formeel besluit van de (jeugd)reclassering of overleg met de gemeente nodig (Jeugdwet art 3.5. lid 4). De Gecertificeerde Instelling (GI) of reclasseringsorganisatie kan rechtstreeks bij de jeugdhulpaanbieder aanmelden, die op zijn beurt de gemeente zal informeren over de start van de jeugdhulp.

Vanuit het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur ligt het wel voor de hand om waar mogelijk met de betrokken gemeente af te stemmen. Hier worden lokaal afspraken over gemaakt.

(Bron: Voordejeugd)

Ja, ook voor jongvolwassenen die ouder zijn dan 18 jaar waarbij jeugdhulp voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing in het jeugdstrafrecht, of wordt ingezet door de rechter, OM, JJI, of nodig wordt geacht door de Gecertificeerde Instelling (GI) bij jeugdreclassering, geldt dat de gemeente hiervoor verantwoordelijk is. (Jeugdwet art 1.1. jeugdhulp).

De gemeente is ook verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdreclassering voor jongvolwassenen van 18 jaar en ouder. (zie ook Factsheet Jeugdstrafrecht). Wanneer het reclasseringstoezicht binnen het jeugdstrafrecht wordt uitgevoerd door een reclasseringsorganisatie (De 3RO: Reclassering Nederland, Leger des Heils of Stichting Verslavingsreclassering GGZ) wordt dit toezicht gefinancierd door het ministerie van VenJ.

De hulp die in dit geval in de strafrechtelijke beslissing is opgenomen, moet wel door de gemeente worden betaald. Hierbij kan ook sprake zijn van hulp die alleen toegankelijk is voor jongvolwassenen, bijvoorbeeld een behandeling voor verslaving.

(Bron: Voordejeugd) 

De gemeente is verantwoordelijk voor alle jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing binnen het jeugdstrafrecht en voor de inzet van alle vormen van jeugdreclassering.

Er is sprake van jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijk beslissing, wanneer hulp expliciet is opgenomen in een strafrechtelijke beslissing binnen het jeugdstrafrecht, zoals een vonnis, strafbeschikking of schorsende voorwaarden.

Daarnaast heeft de gemeente de verplichting die jeugdhulp in te zetten die  ‘de rechter, het openbaar ministerie (OM), de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting (JJI) nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling (GI) nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.’ (Jeugdwet, art 2.4 lid 2b).

Dit geldt dus ook voor hulp die deze instellingen na de strafrechtelijke beslissing inzetten.

(Bron: Voordejeugd)

Een strafrechtelijke beslissing is in de Jeugdwet gedefinieerd als:

  • ‘beslissing van de officier van justitie of de strafrechter met toepassing van titel VIII A van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht, of een 
  • beslissing als bedoeld in artikel 493 van het Wetboek van Strafvordering’ (Jeugdwet, art. 1.1) Dit zijn een vonnis, strafbeschikking of in schorsende voorwaarden.

(Bron: Voordejeugd)

Wanneer een jeugdige wordt veroordeeld voor een strafbaar feit, wordt het jeugdstrafrecht altijd toegepast, als hij ten tijde van het delict 12 tot 16 jaar oud was.

Bij jongeren die 16 tot 23 jaar oud waren ten tijde van het delict, kan zowel het jeugdstrafrecht als het volwassenstrafrecht worden toegepast.

Meer informatie over het adolescentenstrafrecht vindt u hier.

(Bron: Voordejeugd) 

Welke gemeente verantwoordelijk is voor financiering van jeugdreclassering en jeugdhulp wordt bepaald door toepassing van het woonplaatsbeginsel (Jeugdwet, art 1.1. woonplaats). Voor jongeren onder de 18 geldt dat de gemeente waar de gezagdragende ouder woont verantwoordelijk is. Bij jongvolwassenen boven de 18 geldt dat de gemeente van hun eigen woonplaats verantwoordelijk is. Wanneer de jongere en/of zijn gezin niet staat ingeschreven bij een gemeente, geldt hun feitelijke verblijfplaats op het moment van de hulpvraag. Meer informatie over het woonplaatsbeginsel vindt u hier.

(Bron: Voordejeugd)