Richtlijn voor extra middelen jeugdzorg in begroting

In de meicirculaire 2019 is opgenomen dat het kabinet tot en met 2021 extra middelen toevoegt aan het jeugdhulpbudget. Er is een richtlijn opgesteld die gemeenten in staat stelt om een meerjarenraming in de begroting op te nemen voor uitgaven jeugd. Deze richtlijn zorgt voor een uniform beleid.

Extra middelen jeugdhulpbudget

Het kabinet heeft besloten extra middelen toe te voegen aan het jeugdhulpbudget voor 2019, 2020 en 2021. Aanvullend wordt onderzoek verricht om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben.

In de brief 'Uitkomsten voorjaarsnotabesluitvorming jeugdzorg en GGZ' die op 27 mei 2019 door het kabinet aan de VNG is verzonden is tevens vermeld dat het van belang is dat de provinciale toezichthouders het voorgenomen onderzoek en de uitkomsten daarvan meewegen in de beoordeling van de meerjarenraming in de gemeentelijke begroting.

Richtlijn

Ook beloofde het kabinet in de brief dat het Rijk in overleg met de provinciale toezichthouders met een richtlijn komt. Deze richtlijn is inmiddels tot stand gekomen en is onderaan de pagina integraal opgenomen. De belangrijkste punten uit de richtlijn zijn: 

  1. De extra middelen jeugdzorg voor de jaren 2019 tot en met 2021, die onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, worden als structureel dekkingsmiddel aangemerkt.
  2. Voor de jaren 2022 en 2023 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden: per gemeente naar rato van de € 300 miljoen (in 2021).
  3. Deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden.
  4. Voorwaarde is dat daarnaast gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz mede gericht op beheersing van de kosten. Gemeenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven.

Meer informatie