EU luchtkwaliteitdossier

A  Herziening EU Luchtkwaliteitwetgeving:

  • de herziening van de Thematische Strategie inzake luchtverontreiniging (COM(2005) 446 final);
  • een aanscherping van het EU bronbeleid;
  • de samenvoeging van de volgende richtlijnen in één richtlijn:
    • de herziening van de richtlijnen betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (2008/50/EG en 2004/107/EG);
    • de herziening van de richtlijn inzake nationale emissieplafonds (Richtlijn 2001/81/EG).

De ontwikkelingen:

De Europese Commissie werkt aan de herziening van het Clean Air For Europe programma. De voorstellen rond luchtkwaliteit bevinden zich nog in de Commissiefase. 2011 en 2012 staan in het teken van de consultatieperiode.

Samenvatting Commissievoorstel:

De Commissie heeft aangekondigd dat de Thematische strategie Luchtkwaliteit in 2011 zal worden herzien. De Europese Commissie zal in 2013 luchtkwaliteit als haar speerpunt van het milieubeleid maken en zal dan de nieuwe voorstellen presenteren.

De herziening van de NEC-richtlijn zal in de nieuwe voorstellen worden meegenomen.

De luchtkwaliteitplafonds en andere bepaling zullen waarschijnlijk worden aangepast met scherpere doelen voor 2020. Naast de bestaande plafonds voor stikstofoxiden, zwaveldioxide, ammoniak en vluchtige organische stoffen, komt er ook een plafond voor PM2,5.

De onderhandelingen over NEC worden ook gevoerd door in het kader van het Götenburg protocol van de VN-ECE.

VNG standpunt:

VNG en IPO hebben een standpunt geformuleerd. Zie het position paper van juni 2012 hieronder. De VNG streeft naar een EU luchtkwaliteitsbeleid met haalbare doelen. EU bronmaatregelen zijn een belangrijke wens van de VNG.

In het VNG-IPO position paper over duurzaam vervoer heeft VNG voor versterking van bronbeleid gevraagd in verband met de luchtkwaliteitnormen.

Comité van de Regio's:

De Commissie heeft het  gevraagd om een advies op te stellen waarin de mening van lokale en regionale overheden inzake de toekomst van het EU luchtkwaliteitbeleid worden weergegeven. De Nederlander Cor Lamers (burgemeester van Houten en vicevoorzitter van de VNG) heeft als rapporteur namens Comité van de Regio’s (CvdR) een advies opgesteld. Dit advies is 3 mei unaniem door het CvdR aangenomen.

De algemene uitgangspunten van de rapporteur zijn: EU bronbeleid en maatregelen; de governance structuur; de vervuilende stoffen en grenswaarden; flexibiliteit en maatwerk voor gemeenten.

  • Input geven voor de voorbereidingen van de Europese Commissie van haar herziening van de het EU-luchtkwaliteitbeleid begin 2013.
  • Het bevorderen van een ambitieus EU-bronbeleid dat in overeenstemming is met de EU-luchtkwaliteitsnormen en de verplichtingen voor de lokale en regionale overheden
  • De centrale vraag bij het beoordelen luchtkwaliteitsbeleid van de EU is hoe de EU-wetgeving kan bijdragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit (dat wil zeggen met behulp van welk type wetgeving en welke maatregelen). Ten minste de volgende aspecten zijn van belang: multilevel governance, een geïntegreerde aanpak, en de praktische uitvoering van EU-wetgeving in de Europese steden. Prioriteit moet worden gegeven aan de uitvoerbaarheid van de EU-richtlijn en de problemen bij de uitvoering in steden en regio's.
  • Luchtvervuiling veroorzaakt de grootste problemen en de hotspots in stedelijke agglomeraties. Ondanks de uitgebreide inspanningen, zullen veel Europese steden en regio's niet in staat zijn om de normen voor PM10, PM2.5 en NO2 kan voldoen. De belangrijkste redenen hiervoor is tweeledig:

    a) de vertraging in de verbetering van de luchtkwaliteit is, in belangrijke mate, te wijten aan een lage ambitie van het EU bronbeleid en te weinig nationale maatregelen. Te veel verantwoordelijkheid voor oplossing van de problemen is bij de decentrale overheden geplaatst;

    b) Decentrale autoriteiten hebben drie soorten belemmeringen om luchtverontreiniging aan te pakken: een beperkte invloed, beperkte mogelijkheden en beperkte beleidsvrijheid. Decentrale overheden zijn afhankelijk van maatregelen op nationaal en internationaal niveau om emissies te verminderen
  • Volksgezondheid moet het uitgangspunt voor de herziening van de luchtkwaliteit richtlijnen worden. Dit vereist een hoger ambitieniveau. Echter de rapporteur stelt in dit verband dat de ambities van de herziene richtlijn moet zorgvuldig worden afgestemd op die van de nationale emissieplafonds en EU-emissiebeleid (bronbeleid). In dit verband zou de samenvoeging van de NEC-richtlijn met de richtlijnen inzake luchtkwaliteit een harmonisatie van de verschillende ambitieniveaus stimuleren.
  • De EU-immissies en de uitstoot beleid moet worden aan elkaar gekoppeld, in ieder geval met betrekking tot de volgende aspecten:

    a) het ambitieniveau van het EU bronbeleid moet worden afgestemd met die van de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit;

    b) de termijnen voor het emissie- en immissiebeleid moeten overeenkomen met elkaar;
  • Vanuit het perspectief van de volksgezondheid en het wetenschappelijk onderzoek, en van betere regelgeving is het mogelijk om het aantal stoffen en het aantal streef-en grenswaarden te verminderen. Dit kan worden bereikt door te focussen op de meest vervuilende stoffen en op die indicatoren die het best bij de gezondheids-aspecten. In dit verband moet worden gewezen op elementaire koolstof / zwarte koolstof (EC / BC) dat een negatieve  invloed voor de volksgezondheid heeft.