'Gemeenten verzamelen teveel gegevens Wmo en Jeugd'

Gemeenten lopen door het gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix het risico te handelen in strijd met de privacywetgeving bij de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet. Dat concludeert de Autoriteit Persoonsgegevens na onderzoek in twee gemeenten. Hoe u hiermee kunt omgaan leest u in dit bericht.

Gemeenten die bij de beoordeling van de hulpvraag gebruikmaken van de zelfredzaamheidsmatrix verzamelen en registreren meer persoonsgegevens dan noodzakelijk, aldus de Autoriteit Persoonsgegevens.

Zelfredzaamheidsmatrix en hulpvraag

Gemeenten gebruiken de ZRM om de ondersteuningsbehoefte van cliënten in kaart te brengen. Deze uitgebreide vragenlijst meet hoe 'zelfredzaam' mensen zijn in diverse leefgebieden, waardoor een beeld ontstaat van hun leefsituatie. Dit is in strijd met het uitgangspunt van 'dataminimalisatie'. De wet stelt dat nooit meer persoonsgegevens mogen worden verzameld en vastgelegd dan strikt noodzakelijk.

Juiste balans

De kern van het AP-advies is het vinden van de juiste balans tussen het in kaart brengen van de hulpvraag van de cliënt en het registreren van de noodzakelijke gegevens voor het verlenen van de juiste ondersteuning. Bij de toeleiding naar zorg gaat het om gegevens die de hulpvraag verhelderen. Dit betekent dat gemeenten:

  • wel een goed gesprek mogen voeren met een cliënt om een goed beeld te krijgen van zijn situatie en hulpvraag
  • daarbij alléén de gegevens mogen vastleggen die relevant zijn voor beoordeling van de hulpvraag.

Advies aan gemeenten

Gemeenten krijgen het advies om - zonodig- hun beleidsstukken en werkinstructies aan te passen, onder leiding van hun Functionaris Gegevensbescherming. Kunt u aanpassingen niet direct doorvoeren? Dan adviseert de VNG dringend om te inventariseren welke maatregelen u direct en welke u pas later kunt realiseren. Dit voorkomt problemen met de Autoriteit Persoonsgegevens.

Update 30 maart 2018:

Meer informatie

Zie ook