Gemeenten en lokale vernieuwing

Gemeentelijke medewerking bij filmdigitaliseringsplan gewenst’

De 110 lokale niet-commerciële filmtheaters staan (samen met bioscopen) aan de vooravond van een nieuw tijdperk. Ook in de filmwereld doet de digitalisering haar intrede. Bijzonder is dat deze niet geleidelijk verloopt, maar abrupt en onontkoombaar is. Over enkele jaren zullen er geen analoge filmspoelen meer geleverd worden, maar maken de producenten hun materiaal alleen nog digitaal.

Daarom hebben het sectorinstituut, de distributeurs en de vertoners in overleg met het filmfonds de handen ineen geslagen voor een landelijk plan voor de digitalisering van de vertoningsapparatuur in de filmtheaters (en de commerciële bioscopen): Cinema Digitaal. Dit kost in totaal € 39 miljoen (plus eventuele bijkomende kosten zoals aanpassing filmcabine en bekabeling).  De distributeurs dragen meer dan € 26 miljoen bij en de vertoners ruim € 7 miljoen. De Rijksoverheid bekostigt € 3 miljoen. Vanuit 83 gemeenten wordt een bedrag van € 2,4 miljoen verwacht voor 87 filmtheaters met 147 doeken, die aan het digitaliseringsplan kunnen deelnemen. Dit kan via een subsidieverstrekking of garantstelling. En het kan ineens of in acht termijnen worden betaald. Het plan betekent lokaal een forse korting: slechts € 33.050 per doek in plaats van € 55.000.

De VNG heeft in mei 2011 per ledenbrief de medewerking van gemeenten bij de bekostiging van dit plan gevraagd. Het betekent een korting en het voorkomt bovendien dat de deuren van het filmtheater voor altijd dichtgaan. In december 2011 hebben we veelgestelde gemeentelijke vragen beantwoord. In oktober 2015 hebben wij een evaluerende ledenbrief geschreven.


VNG en OLON tekenen vernieuwingsconvenanten

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON) hebben op 5 juni 2012 tijdens het VNG-Jubileumcongres het ‘Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen’ ondertekend. Met het convenant besluiten partijen dat zij samen criteria voor een eigentijds media-aanbod van lokale omroepen gaan bepalen. Hiermee willen ze een einde maken aan de vele lokale discussies over gemeentelijke bekostiging.

Eind 2013 hebben de OLON en de VNG samen de LTMA-criteria bepaald. Sindsdien toont de OLON-site de lokale ontwikkelingen in de rubriek ‘Vorming streekomroep’.

Op 16 november 2015 is door de twee partijen samen met de nieuw gevormde ondersteunende Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen een tweede geactualiseerd vernieuwingsconvenant getekend, geldend tot en met 2017.


Inzicht in gemeentelijke bekostiging lokale omroepen

Veel gemeenten hebben vragen over de interpretatie van nieuwe wetsartikelen rond de lokale omroepen. Onduidelijkheden leiden tot tientallen bezwaar- en beroepschriften van de omroepen tegen de gemeenten. De VNG-ledenbrief ‘Gemeentelijke bekostiging lokale omroepen’ biedt inzicht.

Deze brief van 5 juni 2012 is gelet op actuele ontwikkelingen gevolgd door een nieuwe VNG-ledenbrief ‘Aandachtspunten voor gemeentelijk mediabeleid’ op 3 april 2014.

Voorts geldt dat de wijze van toedeling aan het gemeentefonds is veranderd per 2015. Het gaat met het oog op de lokale omroepen niet langer om een bedrag per woonruimte maar per huishouden.


Nieuwe Mediawet per 2010 vergt nog nadere uitleg

Per 1 januari 2010 is in de nieuwe Mediawet artikel 2.170a opgenomen dat het College van Burgemeester en Wethouders zorgt voor de bekostiging van het functioneren van

de lokale publieke media-instelling. Dit gebeurt als de gemeenteraad een positief advies heeft uitgebracht over de representativiteit ervan. De bekostiging betreft de vergoeding van de kosten die rechtstreeks verband houden met het verzorgen van de lokale publieke omroepdienst, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt, op zodanige wijze dat op lokaal niveau in een toereikend media-aanbod kan worden voorzien en continuïteit van de bekostiging is gewaarborgd. Bij een streekomroep delen de betrokken gemeenten de kosten naar rato van het aantal woonruimten.

Uit onderzoek is bekend dat een kwalitatief goede lokale omroep meer kost dan de € 1,30 per woonruimte die bij de planning 2010 of de € 1,14 per huishouden die bij de herijking 2015 in het gemeentefonds hiervoor beschikbaar is. Ook is het op basis van de wetgeving duidelijk dat de gemeente de lokale omroep in staat moet stellen van meerdere platforms gebruik te maken, vandaar ook de nieuwe wettelijke term lokale publieke media-instelling: radio, televisie, internet, kabelkrant e.d. Inmiddels zijn een aantal (proef)processen door gemeenten verloren. Op basis daarvan en na nader overleg met het ministerie van OCW en het Commissariaat voor de Media heeft de VNG in april 2012 een toelichtende ledenbrief gezonden. Maar niet alle vragen konden we daarin beantwoorden. Zo is er nog steeds geen duidelijkheid over hetgeen in de nieuwe Mediawet bedoeld wordt met ‘een toereikend media-aanbod'. We hopen dit inzicht in 2017 samen met andere partijen wel te kunnen bieden.


Prestatieovereenkomsten met lokale omroepen?

Het Rijk sloot in november 2007 een prestatieovereenkomst met de landelijke publieke omroep. Inmiddels is een nieuwe overeenkomst verschenen die vastlegt wat we tussen 2010-2015 mogen verwachten van de Nederlandse Publieke Omroep op radio, tv én internet.

Er ligt mede vanwege een beoogde wetswijziging nog geen overeenkomst die thans geldt. De VNG bepleit dergelijke overeenkomsten tussen de grotere gemeenten en de lokale publieke omroepen aldaar (tijdens behandeling van de Mediawet op 3 juli 2008 is een motie hiertoe verworpen. De VNG komt hier later op terug). En we hebben alternatieve beleidsinstrumenten ontwikkeld (zie elders op deze site).


Geen kabelprogrammaraden meer, maar nieuwe wetgeving voor televisie-aanbod

De programmaraden bij de kabel zijn per 1 januari 2014 uit de Mediawet 2008 verdwenen. Daarmee vervalt ook de gemeentelijke taak de leden te benoemen. De site van de landelijke organisatie Kabelraden.nl blijft voor de afwikkeling nog een jaar in de lucht. Als eerste nieuwe garantie voor de consument is nu in de Mediawet 2008 opgenomen dat grote pakketaanbieders ten minste 30 digitale of 15 analoge tv-zenders dienen te  leveren.

In het basispakket moeten in ieder geval de zogenoemde 'must carry' oftewel de Nederlandse en Vlaamse publieke zenders zitten. Via de satelliet behoeft geen enkele regionale of lokale omroep uitgezonden te worden. Digitenne kan volstaan met 25 tv-zenders, waaronder de landelijke, Vlaamse en regionale publieke omroepen in het gebied van de ontvanger.

Door een Kameramendement is er een tweede aanbodgarantie in de Mediawet opgenomen: de geschillencommissie bij een aanbieder.