Film, media en kabel

Omroep

Staatssecretaris Dekker onderschrijft Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen

Staatssecretaris Dekker van OCW bestempelt in zijn brief ‘Lokale omroep’ van 15 november 2013 de beoogde schaalvergroting en professionalisering van de lokale omroepen als een positieve ontwikkeling. Hij onderschrijft het daartoe in juni 2012 gesloten Vernieuwingsconvenant van de VNG en de OLON. Ook wil hij meewerken aan de vorming van een centrale uitzendvoorziening: de mediahub.

De Kamer wil echter een actuele visie van hem over de drie omroeplagen. Vooruitlopend daarop heeft hij ons in februari 2014 gemeld dat wij kunnen doorgaan met de uitwerking van het convenant.

En in zijn Kamerbrief ‘Lokale publieke omroep’ van 23 november 2016 ondersteunt Dekker het tweede Vernieuwingsconvenant dat in november 2015 is gesloten tussen de VNG, OLON en de ondersteunende organisatie NLPO.


VNG-handreiking ‘Beleidsinstrumenten gemeentelijke bekostiging lokale omroepen

Veel gemeenten worstelen met de positie van de lokale omroepen. Op basis van de Mediawet moeten ze de organisaties na een positief advies over het beleidsbepalend orgaan bekostigen. Gemeenten kunnen lokale omroepen niet, zoals vele andere lokale instellingen, financieren conform de subsidie-bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien dienen de omroepen te voldoen aan mediawettelijke bepalingen op het gebied van informatie, cultuur en educatie, terwijl ze onafhankelijk van overheids- en commerciële invloeden moeten kunnen functioneren.

Gelet op bovenstaande zet de VNG de mogelijkheden voor gemeenten op een rijtje in de handreiking:


Commissariaat wijzigt toezicht op lokale publieke media-instellingen

Deze informatie hoeft voortaan alleen nog op verzoek van het Commissariaat periodiek te worden aangeleverd. De media-instellingen blijven hun financiële verantwoording jaarlijks voor 1 juni bij het Commissariaat indienen.

Voor de grote groep lokale media-instellingen betekent de wijziging van het toezicht een welkome lastenverlichting. Tegelijk kan het Commissariaat zich focussen op de geselecteerde instellingen.


Vernieuwingsconvenant gemeenten en lokale omroepen een feit

De VNG en de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON) hebben op 5 juni 2012 tijdens het VNG-Jubileumcongres het ‘Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen’ ondertekend. Met het convenant besluiten partijen dat zij samen criteria voor een eigentijds media-aanbod van lokale omroepen gaan bepalen. Hiermee willen ze een einde maken aan de vele lokale discussies over gemeentelijke bekostiging.

Op basis van het convenant wordt het voor lokale omroepen mogelijk om effectiever en efficiënter te opereren. Dit kan vorm krijgen door onderling te gaan samenwerken desgewenst onder een regionale paraplu, maar ook mét regionale en landelijke omroepen. De convenantpartners werken dit perspectief nader uit. Vervolgens wordt een model opgesteld om de basisbekostiging te bepalen voor de organisatorische, journalistieke en technische infrastructuur. Bij de voorbereiding van het convenant en de uitwerking ervan is er sprake van samenwerking met het ministerie van OCW als wetgever en het Commissariaat voor de Media als toezichthouder.

Op 13 november 2015 is door de twee partijen samen met de nieuw gevormde ondersteunende Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen een tweede geactualiseerd vernieuwingsconvenant getekend, geldend tot en met 2017.


Gemeentelijke zorgplicht voor bekostiging lokale omroep in Staatsblad

De zorgplicht voor de bekostiging van de lokale omroep oftewel de lokale media-instelling ligt vanaf 1 januari 2010 bij het college van B&W. Dit komt door een wet tot wijziging van de Mediawet, die in Staatsblad 300 van 2 juli 2009 is verschenen. Het betreft onderdeel IIIba inzake een nieuw artikel 2.170a in de Mediawet.


Brief Commissariaat voor de Media over lokale omroepen aan gemeenten 2009

Het Commissariaat voor de Media/CvdM, de landelijke media-toezichthouder, heeft op 11 november 2009 een brief geschreven aan alle colleges van B&W. Hierin geeft het een toelichting op de zorgplicht die de gemeenten naar aanleiding van een wijziging in de Mediawet per 2010 krijgen voor de bekostiging van de lokale publieke media-instelling (= de lokale omroep).

Het moet daarbij gaan om een instelling die een zendtijdtoewijzing van het CvdM heeft op basis van een positief advies van de gemeenteraad over het zogeheten programmabeleidbepalend orgaan van de omroep. Het op dat moment in het gemeentefonds voor de lokale omroepen beschikbare bedrag van € 1,30 per woonruimte (plus index) is het uitgangspunt voor de bekostiging. Bij een kleiner tekort kan de gemeente minder bijdragen, maar meer bijdragen mag ook. Per 2015 gaat het om € 1,14 per huishouden (plus index).


VNG-ledenbrieven over omroepfinancieringen en bekostiging lokale omroepen: 2009, 2012, 2014 en 2016

De VNG heeft op 29 april 2009 een ledenbrief ‘Omroepfinancieringen en kabelontwikkelingen verstuurd (Lbr. 09/055). Over de lokale omroepen staat daarin vermeld dat het de bedoeling is dat de gemeenten per 2010 wettelijk verantwoordelijk worden voor de bekostiging hiervan. De VNG raadt gemeenten aan om in hun begroting 2010 daarmee rekening te houden, waarbij zij gelet op de beschikbare gemeentefondsmiddelen als uitgangspunt € 1,30 per woonruimte (plus index) kunnen hanteren. Inmiddels is de wijziging van de Mediawet in juni door de Eerste Kamer aanvaard en in december 2009 in de Staatscourant verschenen.

Om meer inzicht te bieden heeft de VNG op 16 april 2012 de ledenbrief ‘Bekostiging lokale omroepen’ verzonden (Lbr. 12/038). Veel gemeenten hebben vragen over de interpretatie van de nieuwe wetsartikelen rond de lokale omroepen. En deze onduidelijkheden hebben tot tientallen bezwaar- en beroepschriften van de omroepen tegen de gemeenten geleid. Als ondersteuning bevat de ledenbrief ook een model bekostigingsconvenant voor de reguliere gemeentelijke financiering en een model coproductieovereenkomst voor specifieke wensen van de gemeente richting lokale omroep.

Gelet op de vele gemeentelijke vragen en de wijziging per 2015 van het bedrag voor lokale omroep in het gemeentefonds van een bedrag per woonruimte naar een bedrag per huishouden verschijnen er periodiek nieuwe ledenbrieven: ‘Aandachtspunten voor gemeentelijk mediabeleid’ van 3 april 2014 en ‘Lokale omroepvernieuwing tweede fase’ van 12 juli 2016.


Prestatieovereenkomst landelijke Publieke Omroep

Een prestatieovereenkomst met de landelijke omroepen werkt volgens het Rijk beter dan de huidige programma voorschriften in de Mediawet, omdat de afspraken nu minder algemeen zijn en de prioriteiten om de paar jaar kunnen wisselen. De VNG bepleit een dergelijke overeenkomst tussen de grotere gemeenten en de professionele lokale omroepen aldaar.


Erkenning landelijke omroepen

In 2005 besloot het kabinet, in afwachting van een nieuwe Mediawet, de erkenningen drie in plaats van de geldende wettelijke termijn van vijf jaar te laten duren. Omdat de herziening van de Mediawet niet meer tijdens de vorige kabinetsperiode werd behandeld, bepaalde het kabinet op 22 september 2006 dat de erkenning toch vijf jaar wordt, dus tot 1 september 2010.

Vervolgens heeft de minister op advies van de Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media besloten om voor de periode 2010 tot 2016 naast de NOS de volgende landelijke publieke omroepen te handhaven: KRO, NCRV, EO, VARA, AVRO, TROS, VPRO, BNN, MAX. En als nieuwe aspirant-omroepen zijn toegelaten: PowNed, Wakker Nederland (WNL). Llink heeft geen erkenning meer gekregen en is hiertegen in beroep gegaan.

De thans erkende omroepverenigingen zijn: AVROTROS, BNN-VARA, KRO-NCRV, Omroep MAX, EO en VPRO. HUMAN, PowNed en WNL hebben een voorlopige erkenning.

Gemeenten moeten periodiek in opdracht van het Commissariaat van de Media aan de hand van de GBA steekproefsgewijs controleren of de ledengegevens die de landelijke omroepen hebben doorgegeven correct zijn.


Film

Landelijk plan en geld voor filmdigitalisering

Gemeenten subsidiëren 110 niet-commerciële filmtheaters, die van regionale betekenis zijn. Filmtheaters staan (samen met bioscopen) aan de vooravond van een nieuw tijdperk. Ook in de filmwereld doet de digitalisering haar intrede, abrupt en onontkoombaar. Over enkele jaren zullen er geen analoge filmspoelen meer geleverd worden, maar maken de producenten hun materiaal alleen nog digitaal. Daarom hebben het sectorinstituut, de distributeurs en de vertoners in overleg met het filmfonds de handen ineen geslagen ten behoeve van een landelijk plan voor de digitalisering van de vertoningsapparatuur in filmaccommodaties: Cinema Digitaal.

Dit kost in totaal € 39 miljoen (plus eventuele bijkomende kosten zoals aanpassing filmcabine en bekabeling). De distributeurs dragen meer dan € 26 miljoen bij en de vertoners ruim € 7 miljoen. De Rijksoverheid bekostigt € 3 miljoen. Vanuit 83 gemeenten wordt een bedrag van € 2,4 miljoen verwacht voor 87 filmtheaters met 147 doeken, die aan het digitaliseringsplan kunnen deelnemen. Het landelijke filmfonds heeft dit laatste bedrag voorlopig voorgefinancierd. In oktober 2015 hebben wij een evaluerende ledenbrief geschreven.


Handreikingen en ondersteuning Filmtheaters

In 2002 hebben de Associatie van Nederlandse Filmtheaters en de VNG de Handreiking Filmtheaters en cultuurbeleid voor gemeenten en provincies uitgebracht. In 2010 kwam er een nieuw sectorinstituut voor de Film, Eye Film Instituut Nederland. Hier is onder andere de filmconsulent van het Filmfonds ondergebracht. Daarnaast zijn media-educatie en digitalisering relevante nieuwe ontwikkelingen, ook voor gemeenten.

Dit alles is begin 2010 in een geactualiseerde Handreiking belicht. De ondersteuning van de lokale filmtheaters gebeurt door genoemde landelijke filmconsulent. Voorts is er bij het Filmfonds een regeling voor festivals, manifestaties en investeringen en tot op heden ook een regeling voor vertoningen in filmtheaters.

In 2015 is er opnieuw een Handreiking verschenen, ondersteund door de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters, het Nederlands Filmtheater Overleg, Filminstituut EYE, het Nederlands Filmfonds en de VNG.


Filmbeleid beleidsbrieven Film 2006 en 2013

Het filmbeleid is onderdeel van de Wet op het specifiek cultuurbeleid. Het is rijksbeleid: de wet kent geen bepalingen voor provincies en gemeenten. Lokale theaters en festivals kunnen wel rijkssubsidie krijgen via het Nederlands Filmfonds. Uit onderzoek blijkt dat provincies relatief weinig aan filmbeleid doen.


Kabel

Geen kabelprogrammaraden meer, maar nieuwe wetgeving voor televisie-aanbod 

De programmaraden bij de kabel zijn per 1 januari 2014 uit de Mediawet 2008 verdwenen. Daarmee vervalt ook de gemeentelijke taak de leden te benoemen. De site van de landelijke organisatie Kabelraden.nl blijft voor de afwikkeling nog een jaar in de lucht. Als eerste nieuwe garantie voor de consument is nu in de Mediawet 2008 opgenomen dat grote pakketaanbieders ten minste 30 digitale of 15 analoge tv-zenders dienen te  leveren.

In het basispakket moeten in ieder geval de zogenoemde 'must carry' oftewel de Nederlandse en Vlaamse publieke zenders zitten. Via de satelliet behoeft geen enkele regionale of lokale omroep uitgezonden te worden. Digitenne kan volstaan met 25 tv-zenders, waaronder de landelijke, Vlaamse en regionale publieke omroepen in het gebied van de ontvanger.

Door een Kameramendement is er een tweede aanbodgarantie in de Mediawet opgenomen: de geschillencommissie bij een aanbieder.


Telecommunicatiewet

De Telecommunicatiewet uit 1999 hangt samen met de liberalisering van de telecommunicatie-infrastructuur en -diensten. De wet moet zorgen voor een samenhangende infrastructuur en concurrentie bevorderen. Voor gemeenten is vooral de kabel in hun gebied belangrijk (aantal uit te zenden omroepen en bijbehorende tarieven). De meeste gemeenten hebben de kabel in hun gebied aan commerciële exploitanten verkocht.

Rol van de toezichthouder

Naast de Mediawet heeft de Telecommunicatiewet invloed op de kabel. Deze wet regelt met name het gebruik en de tarieven tot op eindgebruikers-/consumentenniveau. In eerste instantie kon de Onafhankelijke Post- en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) vooraf bepalingen over beide aspecten aan een (kabel)exploitant met een aanmerkelijke marktmacht opleggen. De Nederlandse Mededingingsautoriteit konn alleen achteraf corrigeren in geval van oneerlijke concurrentie.

Na een periode van bevriezing van de kabeltarieven heeft de OPTA vanaf augustus 2008 getracht om de televisie op de kabel toegankelijk te maken voor andere aanbieders dan de grote exploitanten zoals UPC en Ziggo. Maar zij is in het ongelijk gesteld door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Op basis van een uitspraak van de rechter heeft de OPTA in juni 2012 besloten voorlopig af te zien van regulering.

Begin 2013 zou de OPTA het openstellen van de kabelmarkt opnieuw bekijken. Haar taken werden echter per 1 april 2013 overgenomen door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De ACM is sindsdien samen met de Europese commissie betrokken geraakt bij het oordeel over de fusieplannen van de twee grootste kabelexploitanten in ons land UPC en Ziggo (plus nadien ook met een deel van Vodafone) en van twee andere aanbieders van tv/internet/telefoon KPN en Reggefiber. Beide fusies zijn inmiddels een feit, procedures daartegen zijn tot nu toe verloren.


Wet op de telecommunicatievoorzieningen

In deze wet (die in 1999 is vanwege de liberalisering is overgegaan in de Telecommunicatiewet) wees de gemeenten aan als machtiginghouders van de kabel, die zij ook veelal in eigendom en beheer hadden. In de meeste gemeenten is de kabel inmiddels aan commerciële exploitanten verkocht en het beheer overgedragen.


Overeenkomsten tussen gemeenten en kabelexploitanten nog rechtsgeldig

De verkoopovereenkomsten bevatten vaak bepalingen over de tarieven en over invloed van burgers (met name via programmaraden) op de uit te zenden omroepen op de kabel. Kabelexploitanten stellen dat deze overeenkomsten sinds de invoering van de Telecommunicatiewet niet meer geldig zijn. De VNG is het hier niet mee eens (zie de ledenbrief 'Wetswijzigingen in zake de kabel van december 2003). Een aantal van de door gemeenten gevoerde processen is gewonnen.