Wat zijn de met het raadslidmaatschap onverenigbare betrekkingen en verboden handelingen?

Op grond van artikel V 4 van de Kieswet wordt bij het onderzoek van de geloofsbrieven nagegaan of de benoemde geen met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult.

Voor het raadslid gelden op grond van artikel 13, eerste lid Gemeentewet de volgende incompatibiliteiten (onverenigbare betrekkingen in Kieswettermen):

  • minister
  • staatssecretaris
  • lid van de Raad van State
  • lid van de Algemene Rekenkamer
  • Nationale ombudsman
  • substituut-ombudsman
  • Commissaris van de Koning
  • gedeputeerde
  • secretaris van de provincie
  • griffier van de provincie
  • burgemeester
  • wethouder
  • lid van de rekenkamer
  • gemeentelijk ombudsman of lid van de ombudscommissie
  • ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt

Een raadslid mag wel ambtenaar van de burgerlijke stand zijn, of uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verrichten, of werkzaam zijn voor een school voor openbaar onderwijs.

Een raadslid mag gedurende een korte periode tevens wethouder zijn. Dat is het geval indien een zittende wethouder na de verkiezingen raadslid is geworden. Bij de collegevorming zal deze persoon, in het geval hij zou kunnen doorgaan als wethouder, moeten kiezen tussen het raadslidmaatschap en de functie van wethouder. De uitzondering heeft dus betrekking op de periode na verkiezingen dat de wethouder demissionair is en geldt uitsluitend voor zover betrokkene raadslid en wethouder is in dezelfde gemeente. Het wethouderschap in de ene gemeente is in geen geval te verenigen met het raadslidmaatschap in de andere gemeente.

Daarnaast zijn er ook verboden handelingen voor een raadslid. Deze zijn opgenomen in artikel 15 van de Gemeentewet. Als hiervan sprake is op het moment van aanvaarding van het raadslidmaatschap zal hiervoor een oplossing gezocht moeten worden door de benoemde persoon voordat hij of zij daadwerkelijk als lid kan worden toegelaten. Zo zal bijvoorbeeld een advocaat die werkzaam is in een geschil ten behoeve van de gemeente dan wel de wederpartij de zaak kunnen overdragen aan een collega.

De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast, waarin bijvoorbeeld wordt aangegeven welke nevenfuncties wel of niet aanvaardbaar zijn.

Artikel V 4 Kieswet, artikelen 13, 15, 36a en 36b Gemeentewet