Herman Pleij: ‘Gewoon zijn is belangrijk voor bestuurder’

‘Stotterend, struikelend, verkeerde stropdas, kamperen. Dit past een bestuurder in Nederland. Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg. Normaal zijn is belangrijk voor Nederlandse bestuurders.’

Emeritus hoogleraar Herman Pleij gaf de deelnemers aan het VNG Jaarcongres een kijkje in de historie van bestuurlijk Nederland waar populaire leiders iets sukkelachtigs hebben.

Pleij noemde vier aandachtspunten voor een goede bestuurder:

  1. Een bestuurder moet vooral geen verbeelding hebben: why me? 
  2. Een bestuurder straalt gewoonheid uit: onze leiders kunnen dat uitstekend uitstralen. En als ze dan stotterend, struikelend en met de verkeerde stropdas aan optreden, denken we: dat kan ik beter! Bijvoorbeeld de Deltawerken, die zijn een wereldwonder en dat heet dan Neeltje Jans! Gebouwen hebben vaak ook geen majestueuze ingangen, ga dat maar na in uw eigen gemeente. Dus kan er ook geen leider door het midden gaan.
  3. Een goede leider is een gespreksleider. We zijn allemaal gelijk.  Het uitdragen van gezag is erg moeilijk. We kunnen goed ruziemaken, maar we maken altijd weer compromissen. Onze ideeënrijkdom is enorm, we doen allemaal mee.
  4. We zijn een land van koopmansmentaliteit en van gedoogpolitiek, pragmatiek en nuchterheid.

Moet kunnen!

En om deze redenen stelt Herman Pleij voor om ons motto ‘Ik zal Handhaven' (Je maintaindrai) te vervangen door: Moet kunnen!

Meer informatie