Hoe ga je om met een verzoek om vermindering van de OZB-gebruikersbelasting vanwege woondelen?

Doordat de wetgever zich realiseerde erg laat te zijn met de aanpassingen van de OZB, is voor 2006 de verminderingsregel voor woondelen in niet-woningen vormgegeven als een verzoek. Belastingplichtigen die menen voor een vermindering van de belastingaanslag in aanmerking te komen, moeten binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslag een verminderingsaanvraag indienen (art. 220f, achtste lid, tweede volzin, Gemeentewet). Op het verzoek moet de heffingsambtenaar binnen 8 weken beslissen (art. 4:13, tweede lid, Awb).

De verzoekmogelijkheid houdt geen beleidsvrijheid voor gemeenten in om de vermindering wel of niet toe te passen. Verzoeken van gebruikers van niet-woningen waarin delen tot woning dienen, krijgen op verzoek altijd een vermindering. De beslissing op het verzoek (de aanvraag) is een voor bezwaar vatbare beschikking (artikel 242 Gemeentewet).

Overigens hoeft de gemeente het verzoek niet af te wachten. Vermindering op eigen initiatief (bij de aanslagoplegging of bij een latere beslissing) is altijd mogelijk (artikel 65, eerste lid, tweede volzin, AWR).