€ 2.370 (maatschappelijke begeleiding) versus € 4.430 (integratie, participatie etc.) per vergunninghouder: Wat is het verschil?

In de akkoorden verhoogde asielinstroom is opgenomen dat:

  1. het budget voor maatschappelijke begeleiding wordt verhoogd van € 1.000 naar € 2.370 per vergunninghouder;
  2. het partieel effect op het accres plus de extra participatie- en integratiemiddelen verdeeld worden volgens de formule 'geld volgt vergunninghouder'. In de septembercirculaire 2016 is duidelijk geworden dat gemeenten hiervoor € 4.430 per vergunninghouder ontvangen. Zie: VNG-nieuwsbericht Uitwerking ‘geld volgt statushouder’ gereed (21 september 2016)

De doelgroep die meegeteld wordt, is verschillend evenals de wijze van uitbetalen. Maar gemeenten kunnen uit beide onderdelen middelen krijgen.

Ad 1

Doelgroep

Gemeenten ontvangen deze middelen per gehuisveste, inburgeringsplichtige vergunninghouder.

In 2016 gaat het om alle vergunninghouders van 16 jaar en ouder, tot aan pensioengerechtigde leeftijd. Vanaf de inwerkingtreding gewijzigde Inburgeringswet geldt het voor inburgeringsplichtigen van 18 jaar en ouder, tot aan pensioengerechtigde leeftijd. Dit bedrag wordt dus niet uitgekeerd voor kinderen en ouderen.

Gemeenten ontvingen al € 1000 per statushouder. Daarnaast wordt, zodra ze een plan van aanpak Participatieverklaring hebben ingediend bij het COA, het extra bedrag van € 1370 uitgekeerd (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016). De meeste gemeenten hebben dit plan voor 1 september 2016 ingediend bij het COA.

Looptijd

In het uitwerkingsakkoord was de verhoging van het bedrag alleen voor 2016 en 2017 afgesproken. Maar later heeft het Ministerie van SZW besloten dat het bedrag structureel wordt verhoogd, dus ook na 2017 kunnen gemeenten rekenen op € 2.370 per inburgeringsplichtige vergunninghouder.

Wijze van uitbetalen

Gemeenten ontvangen de bijdrage voor de maatschappelijke begeleiding al jarenlang via het COA. Dat verandert naar alle waarschijnlijkheid per 1 juli 2017: dan wordt deze bijdrage opgenomen als decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds.

Ad 2

Deze middelen zijn beschikbaar voor integratie en participatie, maar ook voor andere gemeentelijke voorzieningen voor statushouders zoals leerlingenvervoer, bijzondere bijstand, jeugdgezondheidszorg, jeugdhulp (zie paragraaf 2.4 uitwerkingsakkoord).

Doelgroep

Gemeenten ontvangen deze middelen per gehuisveste vergunninghouders, ongeacht leeftijd, geslacht etc.

Looptijd

Deze afspraak geldt voor 2016 en 2017 (waarbij in mei 2018 voor het laatst wordt uitbetaald over het aantal vergunninghouders dat gemeenten eind 2017 hebben gehuisvest).

Wijze van uitbetalen

Deze middelen worden achteraf via een decentralisatie-uitkering binnen het Gemeentefonds aan gemeenten toegekend.

Bijzonderheden

Let op de wijze waarop achterstanden (niet) en voorsprong (wel) op de huisvestingstaakstelling tot en met 2015 worden meegenomen bij ‘geld volgt vergunningshouder’. Het kan dus zijn dat een gemeente meer of juist minder ontvangt dan verwacht op basis van de gerealiseerde taakstelling in 2016.