Grotere kans op integratie met vroege screening vluchteling

COA en gemeenten willen de kans voor vluchtelingen op integratie in ons land zo groot mogelijk maken. Er wordt tegenwoordig vaak zo vroeg mogelijk gekeken wat iemands talenten en ambities zijn, om de vluchtelingen vervolgens op te vangen in een regio waar ze zoveel mogelijk kans hebben op een baan.

Het COA introduceerde de afgelopen maanden de nieuwe werkwijze Screening & Matching, waarbij ze al in een vroeg stadium zoveel mogelijk extra informatie ophaalt bij vluchtelingen. Nadia Arsieni, beleidsregisseur plaatsing en integratie bij het COA, ziet in de praktijk hoe waardevol de gesprekken zijn met vluchtelingen die pas enkele weken in Nederland zijn, over hun mogelijke toekomstmogelijkheden in ons land. ‘Mensen kunnen in dit gesprek vertellen wat ze te bieden hebben.

Ze voelen zich gehoord. En als je uitlegt dat hun kansen op de arbeidsmarkt meewegen bij de selectie van het asielzoekerscentrum waar ze worden geplaatst, creëert dat meer begrip voor de overplaatsing naar een andere locatie.’

Ambities

Locatie De Kruisberg in Doetinchem is een zogeheten procesopvanglocatie (POL). Dit is de plek waar asielzoekers worden opgevangen die nog in hun asielprocedure zitten. Zodra zij een vergunning krijgen, stromen ze door naar een asielzoekerscentrum. Vroeger werden de zogeheten huisvestingsgesprekken pas gevoerd als iemand in een AZC zat. Tegenwoordig vinden die gesprekken al op de POL plaats.

Op de POL Doetinchem wordt tijdens de gesprekken ook gekeken naar iemands kansen op de arbeidsmarkt in Nederland. Wat is zijn/haar opleiding, cv, werkervaring, welke wensen en ambities heeft deze persoon? Om daar vervolgens zoveel mogelijk rekening mee te houden bij de plaatsing in een bepaalde gemeente.

Nadia Arsieni: ‘Niet bij elk beroep is de relatie met een regionale arbeidsmarkt van toepassing. Bakkers en kappers heb je overal. Maar om iemand die zijn hele leven in de haven werkt in Maastricht te plaatsen, is niet zo handig natuurlijk.’

Amsterdam

Ook de gemeente Amsterdam wil vluchtelingen zo vroeg mogelijk, liefst al in het AZC, spreken over zaken als opleiding en werkervaring. Mede om hun wachttijd wat betekenisvoller te maken. De gemeente gaat daarin nog een stap verder dan het COA, en hanteert sinds de tweede helft van dit jaar een digitaal assessment voor statushouders, gecombineerd met een intensief begeleidingsprogramma. Dit hebben ze ontwikkeld samen met de stichting NOA, een psychologisch advies- en onderzoeksbureau.

Volgens programmamanager Emerentia Meijburg loopt Amsterdam met dit traject in Nederland voorop. Ook vanwege de combinatie met een convenant, waarmee enkele tientallen bedrijven, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties zich verbinden aan het traject. ‘Er doen alleen organisaties mee die ook echt wat extra’s willen doen.’
 
Vluchtelingen doen bij het assessment onder andere een competentie- en capaciteitstest en vullen een zogenoemde ‘traumatiseringsvragenlijst’ in. Inmiddels wordt het assessment ook in andere steden gebruikt, zoals Den Haag, Utrecht, Almere en Dronten. Meijburg denkt dat meer steden hun voordeel kunnen doen met zo’n digitaal assessment voor vluchtelingen binnen hun gemeentegrenzen. ‘Je haalt er veel bruikbare informatie mee op en het is het startpunt voor intensieve begeleiding naar werk, opleiding en participatie.’

Belemmeringen

Het COA kan met Matching & Screening een bijdrage leveren, maar statushouders uiteindelijk echt aan werk helpen, is vooral een zaak van de gemeente waar zij worden geplaatst. Die kunnen hun voordeel doen met de informatie die tijdens het verblijf in een POL door COA is opgehaald. Alle informatie over werkervaring, opleidingen en ambities is terug te zien in het TaakstellingsVolgSysteem (TVS), het systeem waarmee COA informatie deelt met gemeenten.

De eerste vluchtelingen zijn al via Matching & Screening aan werk geholpen, weet Nadia Arsieni. Maar ze waakt er wel voor om té optimistisch te zijn. ‘Er kunnen allerlei belemmeringen zijn, zoals de taal of diploma’s die lastig te vergelijken zijn met Europese opleidingen. Er is een enorm potentieel, maar mensen hebben eerst een tussenstap nodig. Het is dus belangrijk dat wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, stages en werkervaringsplaatsen, om zoveel mogelijk mensen vanaf dag één te laten participeren in Nederland.’

Geen slechte score

Amsterdam startte in juli 2016 met de nieuwe aanpak en Emerentia Meijburg is optimistisch. ‘Van de eerste 649 vluchtelingen die we in Amsterdam dit jaar op zo’n intensieve wijze hebben begeleid, hebben er nu al tachtig werk gevonden. Dat vind ik geen slechte score als je bedenkt dat die mensen pas net in ons land zijn.’ Van de 649 zit bijna de helft nog in het voortraject. 230 vluchtelingen zijn gematcht aan een opleiding. ‘Over de duurzaamheid van de uitstroom naar werk en opleiding kun je pas over een jaar conclusies trekken. Maar de eerste resultaten zijn veelbelovend.’

Sociale drijfveren

De gemeente Amsterdam en de convenantpartners doen dit niet alleen uit menslievendheid. In de regio Amsterdam zijn veel vacatures in omloop en zowel bedrijven als de gemeente hebben er belang bij dat die vacatures worden gevuld. En je hoopt als gemeente uiteindelijk op minder instroom in de bijstand. Uit onderzoek blijkt dat in Amsterdam 65% van alle statushouders langdurig in de bijstand belandt. Meijburg: ‘Dat cijfer moet – mede met dit soort trajecten – omlaag kunnen de komende jaren.’

Meer informatie