Duidelijkheid btw-heffing crisisopvang asielzoekers

Op grond van het bestuursakkoord ontvangen gemeenten voor de crisisopvang van asielzoekers € 100 per asielzoeker per dag van het COA. Op verzoek van de VNG hebben ministerie van Financiën en de Rijksbelastingdienst vragen beantwoord over de btw-heffing rond deze opvang.

Het COA heeft de wettelijke taak om asielzoekers en vergunninghouders op te vangen in afwachting van plaatsing in de gemeente. Het bedrag van € 100 is voor de kosten van huisvesting, begeleiding, voeding en publieke gezondheidszorg. De crisisnoodopvang vindt exclusief door gemeenten plaats. 

Vragen en antwoorden

De volgende vragen zijn door de VNG gesteld en door het ministerie en de Rijksbelastingdienst beantwoord.

1. Verrichten gemeenten als btw-ondernemer een met btw belaste dienst tegen vergoeding waarvoor het COA betaalt?

Net als de VNG meent het ministerie dat de gemeente geen btw is verschuldigd over de verrichte werkzaamheden in het kader van de crisisnoodopvang waarvoor het COA betaalt.

2. Hebben gemeenten volledig recht op btw-compensatie voor alle kosten die ze maken voor de opvang van asielzoekers?

In de Wet btw-compensatiefonds (BCF) geldt een uitzondering voor verstrekkingen van goederen en diensten aan één of meer individuele derden. Het ministerie is het eens met de VNG dat de steeds van samenstelling wisselende groep asielzoekers niet kwalificeert als individuele derde als bedoeld in de Wet op het BCF.

Er is dan geen sprake van de aanschaf van goederen of diensten waarvan bij de aanschaf al vaststaat dat de desbetreffende, ingekochte goederen en diensten als zodanig worden verstrekt aan een individu. Er is veel meer sprake van collectief ingekochte goederen en diensten die aan het collectief (alle asielzoekers) worden verstrekt. De BCF-uitsluiting geldt wel als sprake zou zijn van een specifieke aanschaf en verstrekking aan een individuele asielzoeker.

3. Moeten gemeenten een btw-herziening doorvoeren over gebouwen die gebruikt worden voor de crisisnoodopvang van de asielzoekers?

Het ministerie is het met de VNG eens dat een herziening niet aan de orde is. Als er btw-aftrek is genoten op de aanschaf van een gebouw dat de gemeente gebruikt voor belaste prestaties, en dat tijdelijk wordt gebruikt voor crisisnoodopvang, volgt in de btw geen herziening van de vooraftrek. Die herziening is wettelijk alleen mogelijk als de gemeente het gebouw gebruikt voor vrijgestelde verhuur en dat is niet het geval.

Als er voor de aanschaf van een gebouw btw is geclaimd via het btw-compensatiefonds (bijv. voor een gemeentehuis) dat tijdelijk en deels wordt gebruikt voor de huisvesting van asielzoekers in het kader van de crisisopvang, volgt ook geen herziening van de genoten btw-compensatie. Het gebouw wordt nog steeds gebruikt voor overheids- of niet-economische activiteiten. Ook is er geen BCF-uitsluitingsgrond van toepassing. Er is geen sprake van de verstrekking van een dienst aan een individuele derde en er is ook geen sprake van een overheidsprestatie, die vrijgesteld zou zijn geweest van btw als deze niet als overheid maar als btw-ondernemer zou hebben plaatsgevonden. Er is immers geen sprake van een echte verhuursituatie.

De terbeschikkingstelling gaat op in een complex van diensten die bij elkaar horen. Herziening van genoten btw compensatiefondsuitkering is wel aan de orde als de gebouwen vrijgesteld van btw worden verhuurd aan het COA. 

Ministerie van Financiën

Het Ministerie van Financiën neemt geen standpunt in over de noodopvang (6-12 maanden), omdat blijkt dat het COA (bijna) altijd deze kosten maakt en niet de gemeenten. Als in een uitzonderingsgeval de gemeente wel zelf kosten maakt voor de noodopvang raden wij aan de betreffende casus voor te leggen aan de belastingdienst.