Blog mentor statushouder: ‘rotte appel’ of ‘toffe peer’?

Annemarie van Dijk is onderzoeker publieke gezondheid bij de GGD Hollands Midden. Zij is mentor van een statushouder die in Leiden woont. In dit blog deelt ze haar ervaringen.

Inmiddels ben ik 10 maanden mentor van mijn statushouder, of zijn ‘mama Hollandia’, zoals hij zegt tegen zijn vrienden. Hasan ontmoette ik op straat. Hij liep daar met nieuwe huisraad en hij kon wel wat hulp gebruiken bij het sjouwen naar zijn pas verkregen woning. ‘Het huis heb ik gekregen van de gemeente,’ zei hij en stak een duim de lucht in. Naderhand vroeg de gemeente of ik meer voor Hasan kon betekenen. Dat wilde ik wel. De gemeente Leiden koppelt vrijwilligers aan statushouders in het JAS-project. 

Hasan kwam zonder familie aan in Nederland in het najaar van 2015. Nu kent hij de topografie van Nederland op zijn duimpje; hij woonde in AZC’s in Ter Apel, Veenhuizen, Apeldoorn en Heerlen. Daar leerde hij anderen kennen die verhuisden naar Emmen, Emmeloord, Den Helder en Weert. Hasan is gevlucht uit Syrië. Hij kwam terecht in Nederland na een lange reis door Turkije, Griekenland, Hongarije en Oostenrijk. Vorige maand is het gebied waar de boerderij van zijn ouders staat, gebombardeerd. De bevolking van vijf dorpen in de buurt moest vluchten. Deze gebeurtenis heeft het nieuws in Nederland niet gehaald, maar voor Hasan is het alles overheersend.

Wekenlang hoort hij niet of zijn ouderlijk huis ook is verwoest en of zijn familie nog leeft. Het maakt hem vleugellam.

Hij is de ‘survivor’ van de familie en hij voelt zich daar wel eens schuldig over. Hij is niet bij machte om iets voor zijn familie in Syrië te doen. Het is zelfs onmogelijk zijn familie financieel te ondersteunen omdat hij leeft van een uitkering, zijn geld mag het land niet uit. Maar het doet wel wat met hem als zijn vader belt met de vraag of hij geld kan opsturen. 

Het percentage statushouders dat jaarlijks in Nederland komt wonen is 0,2% van de bevolking van Nederland. Eén statushouder op vijfhonderd Nederlanders; dat zijn veel potentiële begeleiders. Zij kunnen veel voor statushouders betekenen.

Voor Hasan zorg ik dat ik bereikbaar ben. Als ik vind dat het wel erg lang stil blijft, stuur ik een appje of ik ga ik even langs. Toen ik laatst vermoedde dat er iets was, appte hij: ‘Mijn probleem is niet uw probleem.’ Hij had toen een week niets gehoord van zijn familie. ‘Natuurlijk is jouw probleem ook mijn probleem,’ schreef ik terug. Op mijn scherm verschenen ontelbaar veel hartjes. Toen ik even later bij zijn huis aankwam zaten er drie vrienden. Ze waren van ver gekomen om hem te steunen. Hasan was in shock, hij keek enkel nog naar zijn smartphone. Toen ik begon te vragen, kreeg ik alles te horen. Over de situatie nu en over alle angstige situaties eerder.

Machteloos nam ik na een poosje afscheid, maar niet voordat ik door alle vrienden was overladen met bedankjes voor mijn aanwezigheid en steun aan Hasan. 

Recent hadden we een evaluatiegesprek bij JAS. Ben je nog tevreden over je mentor? vroeg de medewerker aan Hasan. Hij antwoordde: ‘Ik wil alleen maar deze mentor,’ met twee armen wijzend naar mij. Ik glunderde breeduit. Als ik anderen vertel over Hasan krijg ik vaak te horen: ‘Wat goed dat je dat doet zeg.’ Maar soms ook: ‘Mooi dat we hier vluchtelingen opvangen, maar jammer dat er ook  rotte appels kunnen meekomen!’. Zielige reactie, denk ik dan, want Hasan is gewoon een toffe peer!

Meer informatie