Interview met Joset van der Hoeven over Mexaena

Interview met Joset van der Hoeven, medeoprichter en voorzitter van Mexaena, een Utrechts vrijwilligersinitiatief dat Eritrese nieuwkomers in Nederland op weg helpt bij het creëren van een netwerk (oktober 2017)

Hoe is Mexaena ontstaan?

De medeoprichter van Mexaena (Michale Hadush) en ik hebben elkaar leren kennen via een andere vrijwilligersorganisatie. Hij was toen een half jaar in Nederland en wilde iets ondernemen voor Eritreeërs in Nederland. Hij zag dat ze grote moeite hebben met contact leggen met Nederlanders en langetermijndoelen stellen. Samen hebben we een plan gemaakt om de netwerken van Eritrese nieuwkomers te versterken. Dat was zonder hem niet gelukt.

Bij een van de eerste verkennende bijeenkomsten om feedback te krijgen op ons plan kwam Nieuwsuur filmen voor een reportage over het achterblijven van de integratie van Eritreeërs. We kregen zoveel positieve reacties op die reportage dat dit een enorme boost was om door te gaan. Onze ideeën bleken aan te sluiten op een behoefte. Inmiddels zijn we met ons derde project bezig en ben ik voorzitter van de stichting; zo hard kan het gaan.

Kun je uitleggen wat jullie organisatie doet voor Eritrese nieuwkomers?

Ons hoofddoel is om een netwerk voor Eritreeërs te creëren in Utrecht zodat ze zich meer thuis voelen in de stad. Eritrese nieuwkomers hebben naast hun inburgeringstraject vaak veel tijd over en die benutten wij door ze in contact te brengen met Nederlanders.

Het contact tussen deelnemers en coaches gieten we in een programma van vijf maanden. We komen elke maandagavond samen en werken in groepjes van vier Nederlanders en vijf Eritreeërs. We hebben nu ongeveer 16 vrijwilligers en 20 deelnemers voor dit 3e project.

Het coachingsprogramma doorloopt drie fases:

  1. Netwerkvorming tussen coaches en deelnemers.
  2. Deelnemers en coaches gaan samen aan de slag om passend vrijwilligerswerk of een hobby te vinden.
  3. Toekomstverkenning; deelnemers maken samen met de coaches hun toekomstplannen concreter. Bijvoorbeeld wat voor werk wil je gaan doen en welke opleiding heb je daarvoor nodig?

Wat is de succesfactor in de aanpak?

Allereerst vinden we het belangrijk dat het een gelijkwaardige uitwisseling tussen deelnemers en coaches is. Dat doen wij bijvoorbeeld via het spel ‘leer je buurt kennen’. Dan raden we zowel plekken in Utrecht als plekken in Eritrea. Dat zorgt voor een uitwisseling over elkaars cultuur. Deze aanpak wordt zowel door deelnemers als door coaches gewaardeerd.

Verder werkt het voor ons dat we een organisatie zijn speciaal voor Eritreeërs. Dat creëert vertrouwen. We bieden op deze manier een veilige omgeving voor de Eritrese deelnemers.

En ‘last but not least’ kunnen we niet zonder vrijwilligers van Eritrese afkomst. We zitten met drie mensen in het bestuur, waarvan één afkomstig is uit Eritrea en momenteel studeert aan de universiteit. Ook komt een van de coaches uit Eritrea; dat is handig voor advies en als er iets vertaald moet worden.

Wat hebben jullie geleerd?

We hebben veel geleerd over de Eritrese cultuur en hoe je met elkaar omgaat. Nederlanders zijn vaak heel open en extravert en Eritreeërs zijn juist wat meer teruggetrokken en introvert. Dat kan botsen. Ik zal een voorbeeld geven. We hadden in het begin een spel om elkaar beter te leren kennen. Bij dit spel stelde ik vragen waarop iedereen met ‘ja’ of ‘nee’ moest antwoorden door in het zogenaamde ja-vak of nee-vak te gaan staan. Later vertelden Eritrese deelnemers dat ze dat een onprettige situatie vonden omdat ze het erg persoonlijke vragen vonden. Daar kom je dan achter en dat is heel leerzaam.

Kun je iets vertellen over de integratie van de Eritreeërs die jullie begeleiden?

Ik heb het idee dat er nu positiever wordt gesproken over Eritrese nieuwkomers. Ik krijg de indruk dat professionals die werken met Eritreeërs nu zien dat deze nieuwkomers niet ongemotiveerd zijn maar dat het complex is. Ze willen wel maar het lukt niet altijd.

Het zit bij Eritreeërs niet in hun cultuur om over hun toekomst na te denken of vooruit te plannen. Dat is iets wat wel verwacht wordt in de inburgering, en dat is soms zoeken.

Toch vind ik het soms nog erg langzaam gaan. Veel Eritreeërs vinden het lastig om andere dingen te doen naast de inburgering omdat ze bang zijn om dat niet te halen of een boete te krijgen. Dus ze beginnen pas tegen het einde van de inburgering na te denken over het vervolg. Dat is zonde van de tijd, want juist tijdens de inburgering hebben ze tijd voor vrijwilligerswerk of hobby’s waarbij ze mensen leren kennen. Tijdens een studie is daar veel minder tijd voor. Het lijkt mij goed om nieuwkomers eerder hun opties te laten verkennen. Laat een tolk daarbij helpen. Het is ook jammer als er tijdens de inburgering alleen een focus is op taal. Het kan demotiverend werken als dat je enige dagbesteding is. Daarom ben ik een voorstander van leer-werktrajecten waarin de aandacht voor taalontwikkeling geïntegreerd is. Als ze niet alleen hoeven te focussen op taal dan kan dat meer zelfvertrouwen geven.

Valt je iets op aan de gezondheid van Eritrese nieuwkomers?

Over het algemeen gaat het goed. Maar ik zie wel veel stressgerelateerde en traumagerelateerde klachten. Ze maken zich bijvoorbeeld zorgen over gezinshereniging. Ik ken deelnemers van wie de aanvraag voor gezinshereniging is afgewezen of waar familieleden niet verder komen dan Libië of Soedan. We proberen soms iemand daarmee te helpen maar dat is heel ingewikkeld. We zijn vrijwilligers en dit soort hulpverlening of zorg bieden, is niet onze expertise. Onze deelnemers vinden het ook lastig om open te staan voor psychologische hulp. Het zou een te groot doel voor onze organisatie zijn als we bij de deelnemers de indruk gaan wekken dat we ze daarmee kunnen helpen. Onze weg is nu dat we adviseren om naar de huisarts te gaan. Dat gaat niet altijd goed; het is voor ons nog zoeken hoe we met dergelijke signalen om moeten gaan.

Welke tip heb je voor gemeenten die een vergelijkbaar initiatief willen opzetten of ondersteunen?

Allereerst is het van belang om initiatieven als deze te faciliteren, zeker als vrijwilligers zich willen gaan inzetten. Dat hoeft niet veel te zijn, het kan al enorm helpen als er een ruimte beschikbaar is voor bijeenkomsten. In ons geval heeft gemeenteraadslid Anne-Marijke Podt ons in contact gebracht met de juiste personen binnen de gemeente en nu kunnen wij gratis gebruikmaken van een ruimte in de wijk waar we actief zijn.

Verder zou het helpen als de gemeente de verschillende initiatieven voor nieuwkomers met elkaar in contact brengt en samenwerking stimuleert. Het heeft ons twee jaar gekost om in Utrecht de sociale kaart in beeld te krijgen. Dat is zonde, want je kunt elkaar enorm versterken en kennis met elkaar delen. Wij hebben lang moeten ‘zwemmen’. Het is fijn als de gemeente daarin kan faciliteren. We zijn bijvoorbeeld heel blij met de samenwerking met New Neighbours. Zij komen via ons in contact met Eritreeërs, een groep die ook voor hen moeilijk bereikbaar is. En voor ons is aan de andere kant weer leuk om met hun activiteiten mee te doen.

Meer informatie