Nieuwe modelregelingen rechtspositie politieke ambtsdragers

Per 1 januari 2019 is een nieuw Rechtspositiebesluit voor alle decentrale politieke ambtsdragers in werking getreden. In navolging hiervan heeft de VNG een tweetal modelregelingen opgesteld. Een modelverordening voor raads- en commissieleden en een modelregeling voor het college.

Er is gekozen voor twee regelingen omdat in de wet - het Rechtspositiebesluit - ieder bestuursorgaan haar eigen regelruimte heeft gekregen bij bepaalde regelingen.

Meer regelingen dwingend

De documenten vervangen de VNG-modelverordening Rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden (versie 2016). De nieuwe modelregelingen regelen minder onderwerpen dan de modelverordening uit 2016. Dit omdat het merendeel van de rechtspositionele regelingen, die in de vorige modelverordening nog lokaal konden of moesten worden geregeld nu dwingend geregeld zijn in het decentrale Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers.

De verschillen zijn bijvoorbeeld zichtbaar op de verstrekking van ICT-middelen en de regeling voor reiskosten. Wat betreft het eerste is nu het fiscale regime leidend en wat betreft het tweede onderwerp zijn de regelingen uniformer en is nu ook sprake van vergoeding voor parkeer, tol, - en veergelden bij dienstreizen.

Lokale regelruimte

Met de inwerkingtreding van het nieuwe Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt afscheid genomen van zeven individuele rechtspositiebesluiten. Per 1 januari 2019 is sprake van één Rechtspositiebesluit en één Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers.

Met de inwerkingtreding van het nieuwe besluit wordt een meerjarig traject van harmonisering en modernisering van arbeidsvoorwaarden voor bestuurders en volksvertegenwoordigers bij de provincies, gemeenten en waterschappen afgerond.

Meer informatie