Dubbele woonlasten burgemeesters

In verband met de intreding van het integrale rechtspositiebesluit voor politieke ambtsdragers per 1 januari 2019 is de informatie op deze pagina niet meer actueel. We werken deze informatie zo snel mogelijk bij.

Heeft u vragen? Dan kunt u terecht bij het VNG Informatiecentrum.

 

De burgemeester is wettelijk verplicht zich zo snel mogelijk te vestigen in de nieuwe gemeente. De burgemeester kan door die vestiging echter worden geconfronteerd met dubbele woonlasten.

De burgemeester heeft vanaf zijn benoeming maximaal drie jaar recht op een tegemoetkoming voor dubbele woonlasten als hij actief bezig is zijn oude koopwoning te verkopen én ook enige vorm van huisvesting heeft in de nieuwe gemeente waarvoor hij kosten maakt.

Voor de aanspraak op de tegemoetkoming maakt het niet uit of de burgemeester in de nieuwe gemeente huurt, koopt, gebruik maakt van een ambtswoning of van een ter beschikking gestelde, gemeubileerde verblijfsvoorziening (pied-à-terre).

Voorwaarden

Indien er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden ontvangt de burgemeester een tegemoetkoming dubbele woonlasten ten laste van de gemeente:

  1. de burgemeester staat ingeschreven in de basisregistratie personen van de nieuwe gemeente:
  2. er is sprake van een huis in eigendom in de oude gemeente;
  3. eventuele huurinkomsten uit de woning in de oude gemeenten worden in mindering gebracht op de hypotheekrente en er  resteert een bedrag dat voor rekening komt van de burgemeester;
  4. het huis staat duidelijk te koop (via internet, aangemeld bij makelaar e.d.);
  5. er is sprake van huisvesting (huur, koop, ambtswoning) in de nieuwe gemeente binnen drie jaar na de benoeming.

Aanspraak

De aanspraak gaat in op de eerste dag van de maand na de benoeming waarop de dubbele woonlasten zijn ontstaan. De aanspraak eindigt op de eerste dag van de maand waarin het oude huis is verkocht, maar uiterlijk drie jaar na de benoeming.

Vergeleken met de tegemoetkomingsregeling die tot 1 februari 2016 gold, wordt nu de maximale duur van drie jaar gerekend vanaf de benoeming. De termijn gaat dus niet meer in vanaf het moment dat de dubbele woonlasten zijn ontstaan.

Daarnaast is geschrapt dat de duur van een eerder toegekende tegemoetkoming dubbele woonlasten of pensionkostenvergoeding in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de duur van de nieuwe tegemoetkoming.

Hoogte tegemoetkoming

De tegemoetkoming is nooit meer dan de werkelijke woonlasten van de burgemeester in de nieuwe gemeente. De aanwezigheid van woonlasten van de oude koopwoning  is uitsluitend van belang als voorwaarde voor de tegemoetkoming.

Met woonlasten zijn bedoeld de hypotheekrente, de huur of de vermindering van de bezoldiging in verband met een ambtswoning. Daarnaast horen de kosten voor gas, water en elektriciteit ook tot de woonlasten die voor de hoogte van de tegemoetkoming in aanmerking komen. Eventuele huurinkomsten van het huis in de oude gemeente worden in mindering gebracht op de  hypotheekrente.

De hoogte van de tegemoetkoming is gemaximeerd op 18% van de bruto bezoldiging. Het maximumpercentage van de tegemoetkoming blijft gedurende de gehele periode waarop aanspraak bestaat op dubbele woonlasten (maximaal drie jaar) op dezelfde hoogte.

Reiskosten gezinsbezoek

Daarnaast kan de burgemeester de reiskosten declareren van maximaal één retour per week naar zijn of haar huis in de oude gemeente. De vergoeding is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer of bij gebruik van de eigen auto € 0,15 /km.  Dit is gelijk aan de tegemoetkoming reiskosten als de burgemeester gebruik maakt van de pensionkostenregeling.

De duur van de aanspraak is gekoppeld aan de verkoop van het huis in de oude gemeente met een maximumduur van drie jaar na de benoeming, indien er sprake is van inschrijving in de basisregistratie personen in de nieuwe gemeente.

Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Rechtspositiebesluit burgemeesters (artikel 31)
  • Regeling Rechtspositie burgemeesters (artikel 3a)