Begin, einde en hoogte bezoldiging burgemeesters

In verband met de intreding van het integrale rechtspositiebesluit voor politieke ambtsdragers per 1 januari 2019 is de informatie op deze pagina niet meer actueel. We werken deze informatie zo snel mogelijk bij.

Heeft u vragen? Dan kunt u terecht bij het VNG Informatiecentrum.

 

Begin en einde bezoldiging

De aanspraak op bezoldiging begint op de dag dat de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.

Wanneer een burgemeester overlijdt eindigt de aanspraak op bezoldiging met ingang van de dag volgend op die van overlijden.

Hoogte bezoldiging

De bezoldiging van de burgemeesters volgt de salarisontwikkeling van  de ambtenaren in de sector rijk. Voor de salariëring van burgemeesters zijn de gemeenten ingedeeld in grootteklassen. In het Rechtspositiebesluit burgemeesters is de schaalindeling opgenomen. Er zijn 9 gemeenteklassen.

Bij benoeming wordt bij de vaststelling van de bezoldiging geen rekening gehouden met het arbeidsverleden. De bezoldiging is afhankelijk van de grootte van de gemeente. Bij horizontale wisseling van gemeente (gemeenten in dezelfde grootteklasse) ontvangt de burgemeester een toelage op de bezoldiging.

Vakantie- en eindejaarsuitkering

De burgemeester heeft ook recht op een vakantie- en eindejaarsuitkering. De vakantie uitkering bedraagt 8% van de bezoldiging en de eindejaarsuitkering bedraagt 9,8% van de bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt uitbetaald in mei, de eindejaarsuitkering in november. Daarnaast heeft de burgemeester in november ook nog recht op een éénmalige uitkering van € 450,-.

Als het burgemeesterschap in de loop van het kalenderjaar eindigt, is de uitbetaling over de maanden van het jaar dat de burgemeester het ambt vervulde. Bij benoeming in de loop van een jaar is de opbouw en uitbetaling eveneens naar rato.

Gemeenten worden door het ministerie van BZK eind december per circulaire geïnformeerd over wijzigingen in de rechtspositie en de hoogte van de bezoldiging en onkostenvergoedingen.

Bezoldiging bij vervulling ambt in twee gemeenten

Als een burgemeester tegelijk in twee gemeenten het ambt vervult, worden deze gemeenten voor de vaststelling van bezoldiging beschouwd als één gemeente. De som van de inwonertallen bepaalt dan de (fictieve) grootteklasse op basis waarvan de bezoldiging wordt vastgesteld. De salarislasten worden verhoudingsgewijs tot het inwonersaantal verdeeld tussen de beide gemeenten, waarbij wordt afgerond op een veelvoud van 100.

Een burgemeester die wordt benoemd tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt indien de andere gemeente in dezelfde inwonersklasse is geplaatst, een toelage op de bezoldiging.

Gedurende de eerste twee jaar ontvangt de burgemeester als toelage 1/3e van het verschil tussen de bezoldiging van de inwonersklasse en de bezoldiging behorend bij de eerst volgende inwonersklasse.

Gedurende het derde en vierde jaar ontvangt de burgemeester als toelage 2/3e van het verschil tussen de bezoldiging van de inwonersklasse en de bezoldiging behorend bij de eerst volgende inwonersklasse.

Vanaf het vijfde jaar ontvangt de burgemeester als toelage het gehele verschil tussen de bezoldiging van de inwonersklasse en de bezoldiging behorend bij de eerst volgende inwonersklasse.

Vergoeding bij waarneming

Indien een raadslid of een wethouder gedurende dertig dagen onafgebroken het ambt van burgemeester waarneemt, dan ontvangt hij voor die periode een minimum burgemeestersbezoldiging. Op deze vergoeding wordt wel de bezoldiging als raadslid, of wethouder in mindering gebracht.

Bezoldiging en ambtstoelage bij verblijf elders

Wanneer de burgemeester toestemming is verleend om langer dan zes weken buiten de gemeente te verblijven, kan de Minister van BZK, na advies van de Commissaris van de Koning bepalen dat de bezoldiging en ambtstoelage voor die periode na zes weken geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden.

In de Gemeentewet is bepaald dat een burgemeester geen andere vergoedingen mag ontvangen, dan die bij of krachtens wet toegestaan zijn. Eventuele inkomsten uit nevenfuncties waarin de burgemeester uit hoofde van zijn ambt als burgemeester wordt benoemd, dienen dan ook in de gemeentekas gestort te worden.

Overgang naar andere gemeenteklasse

Wanneer een gemeente door stijging van het aantal inwoners in een hogere gemeenteklasse terecht komt, dan wordt de bezoldiging daaraan aangepast. Dat gebeurt met terugwerkende kracht wanneer het nieuwe inwoneraantal voor de tweede keer per 1 januari door het CBS officieel is vastgesteld.

Wanneer een gemeente in inwonertal daalt, heeft dat voor de zittende wethouders geen gevolg. Wethouders die daarna worden benoemd, ontvangen wel de lagere bezoldiging. De zittende wethouders ontvangen de nieuwe bezoldiging wanneer zij na de verkiezingen worden herbenoemd.

Indien een gemeente grenscorrectie of herindeling heeft ondergaan of er is sprake van een nieuwe gemeente, vindt overgang naar een hogere of lagere klasse plaats met ingang van de datum van de grenscorrectie of de wijziging van de gemeentelijke herindeling. De wethouders ontvangen de nieuwe bezoldiging wanneer het nieuwe inwoneraantal door het CBS officieel is vastgesteld.

Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Gemeentewet (artikel 66)
  • Rechtspositiebesluit burgemeesters (artikel 6, 14, 15, 15a, 17, 18)