Achtergrond rechtspositie burgemeesters

De wettelijke basis voor de rechtspositie van burgemeesters is de Gemeentewet. De specifieke rechtspositionele voorzieningen waar de burgemeester aanspraak op kan maken zijn uitgewerkt in het Rechtspositiebesluit (hoofdstuk 3) en de Rechtspositieregeling Decentrale politieke ambtsdragers (hoofdstuk 3).

In de Gemeentewet is ook bepaald dat buiten hetgeen bij of krachtens wet is toegekend de burgemeester ten laste van de gemeente geen andere inkomsten in welke vorm dan ook ontvangt.

Het Rechtspositiebesluit Decentrale politieke ambtsdragers is een algemene maatregel van bestuur, de Rechtspositieregeling een ministeriele regeling. Wijzigingen in deze wetgeving worden gepubliceerd in de Staatscourant.

De vergoedingsbedragen voor de ambtstoelage en/of andere onkosten worden meestal jaarlijks gewijzigd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken zendt bij wijzigingen in de rechtspositie een circulaire aan gemeenten.

De uitkering voor oud-burgemeesters is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Dat is dezelfde voorziening die ook geldt voor wethouders. Burgemeesters vallen voor hun pensioen onder het ABP.

Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Gemeentewet (artikel 66)
  • Rechtspositiebesluit Decentrale politieke ambtsdragers
  • Rechtspositieregeling Decentrale politieke ambtsdragers
  • Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa)
    (hoofdstuk 20, 21, artikel 160, 162, hoofdstuk 29)