Achtergrond rechtspositie burgemeesters

In verband met de intreding van het integrale rechtspositiebesluit voor politieke ambtsdragers per 1 januari 2019 is de informatie op deze pagina niet meer actueel. We werken deze informatie zo snel mogelijk bij.

Heeft u vragen? Dan kunt u terecht bij het VNG Informatiecentrum.

 

De wettelijke basis voor de rechtspositie van burgemeesters is de Gemeentewet. De bezoldiging die de wethouder ontvangt is uitgewerkt in het Rechtspositiebesluit burgemeesters en de Regeling Rechtspositie burgemeesters.

Dat geldt ook voor de onkosten en andere financiële voorzieningen verbonden aan het burgemeestersambt. Ook is bepaald dat buiten hetgeen bij of krachtens wet is toegekend de burgemeester ten laste van de gemeente geen andere inkomsten in welke vorm dan ook ontvangt.

Het Rechtspositiebesluit burgemeesters is de algemene maatregel van bestuur. Hierin zijn de basisregels opgenomen voor:

  • de bezoldiging van de burgemeester
  • de ambtstoelage
  • de secundaire voorzieningen.

Wijzigingen worden gepubliceerd in de Staatscourant.

De vergoedingsbedragen voor de ambtstoelage en secundaire voorzieningen worden meestal jaarlijks gewijzigd. De hoogte van deze vergoedingen is opgenomen in de Regeling rechtspositie burgemeesters. Het betreft de vergoedingen voor:

  • abonnementen en aanleg internet
  • verhuis- en pensionkosten
  • woon-werkverkeer

Ook voor wijzigingen in de regeling geldt dat deze worden gepubliceerd in de Staatscourant. Het ministerie van Binnenlandse Zaken zendt bij wijzigingen in de rechtspositie een circulaire aan gemeenten.

De uitkering voor oud-burgemeesters is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Dat is dezelfde voorziening die ook geldt voor wethouders. Burgemeesters vallen voor hun pensioen onder het ABP.

Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Gemeentewet (artikel 66)
  • Rechtspositiebesluit burgemeesters
  • Regeling rechtspositie burgemeesters
  • Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa)
    (hoofdstuk 20, 21, artikel 160, 162, hoofdstuk 29)