Aanpassing pensioenen en inhoudingen Appa in 2019

Per december van elk nieuw kalenderjaar worden in de eindejaarscirculaire van BZK een aantal wijzigingen benoemd. In deze circulaire wordt aandacht besteed aan een aantal onderdelen van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Hieronder vindt u een overzicht van de wijzigingen. 

Pensioenrichtleeftijd

De zogenoemde pensioenrichtleeftijd is een (reken)leeftijd die wordt gebruikt voor de berekening van de maximaal toegestane fiscale opbouwruimte voor pensioenen. Door de stijgende levens­verwachting wordt de pensioenrichtleeftijd in de Appa met ingang van 1 januari 2019 vastgesgteld op 68 jaar.

Voorzieningen Appa

Er blijkt behoefte aan verduidelijking welke reservering het college van B&W zou moeten aan¬houden als pensioenuitvoerder van de Appa. Voor de te vormen voorziening adviseert BZK uit te gaan van de benodigde individuele overdrachts¬waarde. Niet alleen bij waardeoverdrachten, maar ook bij de waardering van de reeds vóór  2019 ingegane pensioenen wordt u ook geadviseerd hierbij aan te sluiten bij het rentepercentage. Ofwel door toepassing van hetzelfde percentage (1,577 %), dan wel door aan te haken bij een kortere gemiddelde duur van bijvoorbeeld 10 jaar (0,988 %).

Aanpassing ingegane pensioenen

In artikel 2.1.8 van het Besluit pensioen politieke ambtsdragers is bepaald dat de door een betrokkene opgebouw de pensioenaanspraken jaarlijks worden gewijzigd voor zover het ABP in het desbetreffende jaar de pensioenaanspraken van overheidswerknemers voor voorwaardelijke indexatie in aanmerking laat komen. De ABP-pensioenen worden met ingang van 1 januari 2019 niet aangepast door¬dat de dekkingsgraad van het ABP te laag is.

Dat betekent dat de berekeningsgrondslagen en de pensioenen die vóór 1 januari 2019 zijn vastgesteld en toegekend ingevolge de Appa met ingang van 1 januari 2019 ook niet worden aangepast.

Verrekening pensioen met een Appa-uitkering

Er blijkt behoefte aan duidelijkheid hoe de verrekening plaatsvindt van een (deeltijd)pensioen met een Appa-uitkering. Voor de Appa wordt aangesloten bij de WW en het Algemeen Inkomensbesluit. De hoofdregel van het Algemeen Inkomensbesluit sociale zekerheidswetten (AIB) is dat ouderdoms¬pensioen in mindering gebracht wordt op de WW-uitkering, tenzij er sprake is van één of meer van de volgende situaties:

  1. Voor zover de uitkeringsgerechtigde een (deeltijd)pensioen ontving vóór het intreden van de werkloosheid en dat (deeltijd)pensioen samenhangt met een eerder verlies van arbeidsuren. Wanneer de uitkeringsgerechtigde vervolgens (volledig) werkloos wordt, vindt geen verrekening plaats van dit ingegane (deeltijd)pensioen met de Appa-uitkering.
  2.  Wanneer het ouderdomspensioen voortvloeit uit een parallelle dienstbetrekking ten opzichte van de dienstbetrekking waaruit de betrokkene werkloos is geworden, hoeft deze niet verrekend te worden met de Appa-uitkering.
  3. Ouderdomspensioen dat al werd ontvangen voorafgaand aan de dienstbetrekking waaruit de betrokkene werkloos is geworden, hoeft niet gekort te worden op de Appa-uitkering. Voor de betrokkene was er dan geen aanleiding om zich uit het arbeidsproces terug te trekken, aldus de toelichting op het AIB.
     

Ingangsleeftijd voortgezette uitkering

In de Appa is bepaald dat een van de voorwaarden voor een recht op voortgezette uitkering, is dat belanghebbende op de datum van zijn ontslag of aftreden vijf jaren of minder verwijderd moet zijn van de voor hem van toepassing zijnde pensioengerechtigde leeftijd. Wat deze pensioengerechtigde leeftijd is, wordt bepaald in artikel 7a Algemene Ouderdomswet (AOW). Met ingang van 1 januari 2024 is de ingangsleeftijd de AOW-gerechtige leeftijd 67 jaar en 3 maanden. Voor het overgangsrecht geldt een ingangsleeftijd die minimaal negen jaar en zeven maanden of minder verwijderd is van de pensioengerechtigde leeftijd die is vastgesteld voor het kalenderjaar vijf jaren na het ontslag of aftreden.

Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de minimale ingangsleeftijd van de voorgezette Appa-uitkering. Dit betekent voor een zittende politieke ambtsdrager met een Appa-ambt op 1 januari 2016 die ontslagen wordt of aftreedt in 2019 en voldoet aan de leeftijdseis (9 jaar en 7 maanden voor AOW-leeftijd) en 10-uit 12- Appa-dienstjareneis (het overgangsrecht: artikel 163ca Appa), dat de minimale ingangsleeftijd voor de voortgezette uitkering uitkomt op 57 jaar en 8 maanden. 

Voor nieuwe politieke ambtsdragers die na 1 januari 2016 aantreden en voldoen aan de leeftijdseis (5 jaar voor de AOW-leeftijd) en 10-uit 12 Appa-dienstjareneis, betekent het dat de minimale ingangsleeftijd voor de toekenning van een recht op de voortgezette uitkering in 2019 uitkomt op 62 jaar en 3 maanden.

Franchise en inhoudingen

In het Besluit pensioen politieke ambtsdragers wordt de hoogte van de bij de pensioenen en inhoudingen te hanteren franchise geregeld over de Appa. Hierbij worden de percentages en franchise van de ABP-regeling gehanteerd per 1 januari 2019:
Franchise: € 20.100  (was € 19.450);

  • OP/NP-premie: 7,47 % van de pensioengrondslag met een maximum pensioengrondslag van (€107.593 -€20.100) = € 87,493,00)  (was per 1 januari 2018  6,87  met een maximum pensioen-grondslag van € 85.625,00);
  • Opbouwpercentage ouderdomspensioen: 1,875% van de pensioen¬grondslag met een maximum van €107.593 (was 1,875% van de pensioen¬grondslag met een maximum van €105.075);
  • Anw-reparatie: In het eerste lid van artikel 2.2.1 van het Besluit pensioenen politieke ambtsdragers is bepaald dat de inhouding op de bezoldiging gelijk is aan het premieverhaal op een overheidswerknemer ter zake van de premie die aan het ABP verschuldigd is voor de Anw-compensatie. Nu de inhouding voor de Anw-reparatie bij het ABP met ingang van 1 januari 2018 is komen te vervallen, wordt deze inhouding per 1 januari 2018 bij de Appa op 0% gesteld. De Anw-reparatie blijft vooralsnog in de Appa-regeling tot nadere berichtgeving bestaan.
  • IP-premie: 0,15 % (was 0,12%) van de berekeningsgrondslag na vermindering met de franchise van € 20.900 (was € 20.450 ).
  • Zorgverzekeringswet: de percentages van de inkomensafhankelijke bijdrage worden gewijzigd in 5,70 % (was 5,65 %) en 6,95  (was 6,90% ). Het maximale bijdrage inkomen waarover Zvw-bijdrage verschuldigd is, wordt € 55.927 (was € 54.614) per jaar.

Meer informatie