Overzicht veelgestelde vragen over Individueel keuzebudget (IKB)

Hieronder treft u de categorieen aan met vragen en antwoorden binnen het betreffende dossier. U kunt deze openklappen en lezen door op een categorie/vraag te klikken.

Het IKB wordt per 1 januari 2017 ingevoerd. Pilotgemeenten zijn op 1 januari 2016 met het IKB gestart.

Het IKB is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt 16,3%: dat is de optelsom van 6% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Het IKB sluit aan bij de wens voor meer keuzevrijheid voor de medewerker en is daarmee een stap in de richting van de modernisering van de arbeidsvoorwaarden voor de sector.

De IKB-regeling geldt in beginsel ook voor brandweerpersoneel. Specifieke regels die gelden voor brandweerpersoneel moeten echter nog naast de IKB-regeling worden gelegd. Dit leidt mogelijk tot nadere bepalingen voor brandweerpersoneel. In het najaar wordt hierover gesproken.

Nee, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de situatie bij provincies is het onder de gemeentelijke regeling niet mogelijk om de overwerkvergoeding als bron toe te voegen aan het IKB.

Er worden veel vragen gesteld over de het Individueel Keuzebudget (IKB) dat per 1 januari is ingegaan. De komende periode zullen we regelmatig een vraag nader toelichten. Deze week beantwoorden we de vraag: hoe zit het met het financieren van opleidingen binnen het IKB?

Het IKB-budget kan onder meer worden ingezet voor het betalen van een loopbaangerichte opleiding. Dit geldt voor opleidingen die loopbaan gerelateerd zijn en niet door de werkgever worden betaald. Bij het vergoeden van de opleidingskosten gaat het om lesgelden, kosten van studieboeken en andere leermiddelen en de werkelijk gemaakte reiskosten voor lesbezoek.

Het is belangrijk dat de werkgever toetst of het hier daadwerkelijk gaat om een opleiding in het kader van de loopbaanontwikkeling. De CAR/UWO eist in artikel 3:29, eerste lid onder c, dat een opleiding uit het IKB kan worden gefinancierd voor zover de fiscale regelgeving dit belastingvrij mogelijk maakt.

Dit betekent dat het IKB alleen voor een opleiding kan worden gebruikt, indien er wordt voldaan aan de fiscale eisen voor studiekosten in de werkkostenregeling op grond van artikel 31a , tweede lid onderdeel d Wet Loonbelasting 1964. Wanneer een medewerker een dergelijke opleiding wenst te volgen, is het verstandig hierover in overleg te treden met de werkgever. De werkgever kan dan aan de hand van het IKB-keuzeformulier en cafetaria- of studiereglement bekijken of de opleiding voldoet aan de fiscale voorwaarden die de Belastingdienst stelt voor een opleiding.

Fiscale voorwaarden

  • De opleiding wordt niet al door een ander vergoed. Opleidingen die door de werkgever worden vergoed komen niet in aanmerking voor financiering uit het IKB.
  • De opleiding is gericht op het vervullen van een beroep in de toekomst, waarmee inkomsten kunnen worden gegenereerd. Nadere toelichting uit de jurisprudentie: de opleiding moet zijn gericht op het verbeteren van de financieel-economische positie óf het op pijl houden dan wel verbeteren van kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het verwerven of behouden van inkomen. Belangrijk is dat de studie of opleiding gevolgd wordt met het oogmerk de verworven kennis in het economische verkeer productief te maken en dat er een redelijke verwachting is dat de kennis productief gemaakt kan worden op de werkplek. Opleidingen die gericht zijn op een hobby of persoonlijke interesse kunnen niet uit het IKB gefinancierd worden, omdat niet wordt voldaan aan de fiscale voorwaarden.
  • De werkgever heeft de vergoeding verstrekt of toegezegd vóór het einde van het kalenderjaar waarin de (opleidings)kosten worden gemaakt.

In het cao-akkoord is afgesproken om de vakantietoelage, de levenslooptoelage, de eindejaarsuitkering en 14,4 bovenwettelijke vakantie-uren in te zetten als bronnen voor het IKB. Lokale bronnen kunnen ook toegevoegd worden met als voorbeeld lokale sluitingsdagen die op geld worden gewaardeerd.

Op het moment dat het IKB in werking treedt, vervallen de arbeidsvoorwaarden die de bronnen van het IKB vormen als zelfstandige arbeidsvoorwaarde.

De werknemer krijgt de volgende keuzemogelijkheden:

a. vakantie, verlof;

b. uitbetaling;

c. (onbelaste) opleiding/training;

In het kader van de WKR kan er lokaal gekozen worden om een fiets, uitruil woon-werkverkeer, vakbondscontributie etc. op te nemen als doel.

Nee, het is fiscaal niet toegestaan om (een deel van het) IKB mee te nemen naar het volgende kalenderjaar. In december is er daarom een default moment.

Een medewerker kan alleen datgene besteden dat hij heeft opgebouwd. In januari is het daardoor bijvoorbeeld niet mogelijk om al 10 vakantiedagen te kopen of een fiets, want het budget is dan nog niet toereikend. Toekomstig geld naar voren halen is niet mogelijk in het IKB.

Nee, dit is niet mogelijk en strookt niet met het doel van het IKB om medewerkers meer keuzevrijheid te geven. Het is de bedoeling dat iedere medewerker iedere maand kan bepalen wat voor keuze hij maakt.

Als er in een maand geen keuze wordt gemaakt wordt het geld van die maand gereserveerd.

Het moment waarop je de vakantie-uren daadwerkelijk koopt (in dit geval augustus) is het keuzemoment/afrekeningsmoment waarover het IKB-budget wordt berekend.

Verlofuren die binnen het IKB door de medewerker worden gekocht zijn bovenwettelijke verlofuren. De bovenwettelijke verlofuren verjaren na 5 jaar.

Nee, de medewerker heeft geen toestemming nodig om uren te kopen. Maar voor het opnemen van het verlof is uiteraard afstemming met de leidinggevende vereist.

Kopen

In 2017 kunnen medewerkers, naast het wettelijk verlof, via het IKB extra verlof kopen. Dit is 144 uur bovenwettelijk verlof (bij een voltijd dienstverband) met een vervaltermijn van 5 jaar. In hoofdstuk 4a CARUWO, dat per 1 januari 2017 geschrapt wordt, staat nu nog dat vóór november 2016 extra verlof gekocht kan worden voor het jaar 2017. Na 1 januari a.s. is er geen grondslag meer om verlof te kopen, anders dan in het IKB en dus is er feitelijk ook geen grondslag om verlof via hoofdstuk 4a aan te vragen in 2016.

Verkopen

Het is op grond van paragraaf 6 van de IKB-regeling mogelijk om vanaf 1 januari a.s. bovenwettelijk verlof te verkopen met een maximum van 72 uur per kalenderjaar dat met het salaris wordt uitbetaald. Het uitgangspunt is dat het geld dat met verkoop van verlof vrijkomt niet wordt toegevoegd aan het IKB. Verlof dat via het IKB wordt gekocht kan niet meer worden verkocht. De fiscus ziet dat als 'op oneigenlijke wijze ontwijken van het aangewezen heffingsmoment.

Nee, dit is een centrale afspraak en er is lokaal geen vrijheid om hiervan af te wijken.

Er kunnen in het IKB geen uren worden verkocht, omdat er binnen het IKB geen nieuw geld kan worden gecreëerd. Wel is het op grond van paragraaf 6 mogelijk om verlof te verkopen met een maximum van 72 uur per kalenderjaar. Het uitgangspunt is dat het geld dat met verkoop van verlof vrijkomt niet wordt toegevoegd aan het IKB.

Nee, de cafetariaregeling wordt ingetrokken per 1 januari 2017. Als op 1 januari 2017 de IKB regeling gaat gelden, wordt tegelijkertijd hoofdstuk 4a CARUWO en de daarop gebaseerde lokale cafetariaregeling ingetrokken.

Gemeenten integreren veelal hun cafetariadoelen in het IKB. U kunt uw IKB daardoor inzetten voor de centraal bepaalde doelen uit de IKB regeling en (indien van toepassing) voor doelen die uw werkgever hieraan heeft toegevoegd.

Ja, het IKB kan gevolgen hebben voor toeslagen. Door de invoering van het IKB krijgen medewerkers in mei 2017 het opgebouwde vakantiegeld over juni t/m december 2016 uitbetaald. Dit is een groot bedrag ineens, ongeveer 4,5% van het jaarsalaris. Daardoor kan een medewerker een hoger inkomen hebben dat effect kan hebben op inkomensafhankelijke toeslagen van de overheid. Daarnaast gaat het inkomen ook omhoog door de uitbetaling bovenwettelijk vakantieverlof in het IKB. Dat versterkt ook het effect op toeslagen. Dit effect kan worden verminderd door extra verlof te kopen.

Het is verstandig als medewerkers bij het aanvragen van toeslagen, zoals zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag dit hogere inkomen opgeven. Het is belangrijk om in dit in uw eigen gemeente goed bekend te maken.

Toeslagen

Het IKB kan gevolgen hebben voor toeslagen die een medewerker ontvangt van de belastingdienst. Door de invoering van het IKB wordt in mei 2017 het opgebouwde vakantiegeld over juni t/m december 2016 uitbetaald. Dit is een groot bedrag ineens, ongeveer 4,5% van het jaarsalaris. Daardoor ontstaat een hoger inkomen dat effect kan hebben op de inkomensafhankelijke toeslagen van de overheid.

Uitbetaling 14,4 uur bovenwettelijk vakantieverlof

Daarnaast gaat het inkomen ook omhoog door de uitbetaling van 14,4 uur bovenwettelijk vakantieverlof in het IKB. Dat versterkt ook het effect op toeslagen en kan worden verminderd door extra verlof te kopen als het al tot een verlaging van toeslagen leidt. Geadviseerd wordt om bij het aanvragen van toeslagen rekening te houden met een eenmalig hoger inkomen in verband met de vakantietoeslag 2016.

Geef hoger inkomen op

Wanneer medewerkers voor het komende kalenderjaar toeslagen aanvragen, zoals zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag, of hun verwachte inkomen aan de  belastingdienst doorgeven is het verstandig om dit hogere inkomen op te geven. Aan afdelingen P&O van gemeenten wordt geadviseerd om medewerkers hierop te wijzen in dit laatste kwartaal van 2016.

Voor meer informatie over toeslagen:

In het geval van een loonbeslag kan dit betekenen dat het budget (gedeeltelijke) wordt afgeroomd, dan wel dat de medewerker wordt uitgesloten van de keuzes in het IKB per maand.

 

Het IKB is niet van toepassing op politieke ambtsdragers. De gemeentewet en rechtspositiebesluiten/regelingen zijn leidend voor deze groep t.a.v. hun inkomsten.

 

Wanneer het IKB maandelijks wordt uitbetaald wordt de maandtabel toegepast. Bij andere IKB-patronen is in de meeste gevallen toepassing van het bijzonder tarief aan de orde.

Artikel 4a:3 is geïntegreerd in het IKB, echter de mogelijkheid van het salaris inzetten voor uitruilmogelijkheden is geschrapt. Het IKB vervangt dit.

Nee. Onder de IKB-regeling wijzigt de pensioengrondslag niet als iemand kiest voor geld of voor verlof. Bepalend daarvoor is of de bron vóór de invoering van het IKB pensioengevend was. Wat een werknemer doet met zijn budget is niet relevant voor de pensioengrondslag.

Uitgangspunt is dat invoering van het IKB niet leidt tot een wijziging van de pensioengrondslag. De bronnen die worden ingezet voor IKB zijn voor een groot deel pensioengevend (vakantiegeld, eindejaarsuitkering, levensloopbijdrage). De twee bovenwettelijke vakantiedagen (14,4 uur) die worden ingezet in IKB zijn nu niet pensioengevend. Bij inzet van deze middelen in het IKB staat ABP toe om de geldelijke waardering van die twee dagen (= 0,8%) uit de pensioengrondslag te houden.

Naast dit bovenwettelijke verlof van 14,4 uur kennen gemeenten lokaal vaak nog meer bovenwettelijk verlof. Dat wordt in beginsel niet ingezet in het IKB. Op grond van hoofdstuk 3 kan de werknemer dat bovenwettelijke verlof verkopen. Deze verkoop leidt, op grond van het pensioenreglement, tot een verhoging van de pensioengrondslag.

 

Het is de bedoeling dat de toolkit in oktober 2016 wordt opgeleverd. In de toolkit leggen we uit waarvoor en hoe medewerkers het IKB kunnen gebruiken.

Ja, in het cao akkoord 2013-2015 is afgesproken dat de vakantietoelage een van de bronnen van het IKB wordt.

De vakantietoelage over de maanden juni tot en met december over het jaar 2016 worden in mei 2017 uitbetaald. Het IKB wordt ingevoerd per 1 januari 2017. Vanaf dat moment wordt maandelijks een IKB opgebouwd; onderdeel daarvan is de vakantietoelage. De vakantietoelage die opgebouwd is over de maanden juni tot en met december wordt niet toegevoegd aan het IKB, maar uitbetaald in mei 2017.

Als er in een maand geen keuze wordt gemaakt wordt het geld van die maand gereserveerd.

Nee. De opbouw van het IKB vindt maandelijks plaats, van januari tot en met december van een kalenderjaar. Dit geldt ook voor de bron van het IKB die gevormd wordt door de vakantietoelage.

Ja. Het invoeringsjaar van het IKB, 2017, is een overgangsjaar. De medewerker bouwt gedurende 12 maanden vakantietoelage op in het IKB en krijgt daarnaast zijn resterende vakantietoelage over 2016 in mei uitbetaald. Houd hiermee rekening bij het opstellen van de begroting.

Voor meer informatie over IKB en begroten verwijzen wij u naar de cie. BBV: onder document ‘Vragen en antwoorden commissie BBV 2015 deel 2’. In het document onder vraag en antwoord 2015.71.