Ook inwoners bouwen en verbouwen. Daarbij hebben ze vaak een gemeentelijke omgevingsvergunning nodig. Het toezicht en de handhaving van de lokale bouwregels ligt bij gemeenten.
Nieuws
Bouwbesluit 2012
Uitgangspunt van het Bouwbesluit 2012 is dat opdrachtgever/ontwerper/bouwer van een bouwwerk en eigenaar/gebruiker van een bestaand bouwwerk, open erf en terrein primair zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit, het gebruik en de instandhouding daarvan. Daarom zijn in het Bouwbesluit minimumeisen opgenomen waaraan bouwwerken moeten voldoen rond veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.
De VNG is blij met het minimumniveau en houdt wijzigingsinitiatieven en -voorstellen van het Bouwbesluit nauwlettend in de gaten.
Vraag en antwoord
-
Uitgebreide vraag: Het handhavend optreden tegen hinder als gevolg van het stoken van houtkachels/open haarden blijkt voor vele gemeenten een lastige zaak. Inmiddels is de hinderbepaling uit de gemeentelijke bouwverordening geschrapt en overgegaan in het nieuwe Bouwbesluit 2012. Hiermee blijft er een handhavingstaak en -problematiek bestaan voor gemeenten. Graag wil ik dan ook weten of er een handreiking is m.b.t. het handhaven van hinder van houtkachels/open haarden? Zo neen, is de VNG van plan om een handreiking hierover op te stellen?
Het klopt dat het optreden tegen dit soort hinder lastig is. Er zijn echter bij de VNG geen plannen om hierover een handreiking te maken. Dit ligt nu dit is opgenomen in het Bouwbesluit eerder op de weg van het ministerie. U kunt uw vraag daar eventueel voorleggen via Helpdesk Bouwregelgeving en Brandveilig gebruik. Deze helpdesk beantwoordt vragen over de interpretatie en toepassing van de Woningwet, het Bouwbesluit, het Gebruiksbesluit, de regels rondom bouwvergunningvrij bouwen en het aanvragen van een bouwvergunning.Daarnaast treft u informatie over dit onderwerp aan op:
- Infomil > luchtkwaliteit/houtkachels
- Rapport Rookoverlast houtkachels, haarden en vuurkorven: burenruzie of milieuprobleem? Klachten en wijze van afhandeling door gemeenten en GGD-en in Nederland. (RuG)
-
- Afdeling 3 van de Woningwet regelt het welstandstoezicht. De gemeenteraad legt de redelijke eisen van welstand vast in een welstandsnota. Bouwwerken in de gemeente dienen aan de welstandscriteria uit die nota te voldoen. Dit wordt getoetst bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk . De welstandsnota is ook de basis voor de beoordeling of bestaande of vergunningvrije bouwwerken in de gemeente al dan niet in ernstige mate in strijd zijn met de welstandseisen uit die nota (artikel 12 en 12a Woningwet).
- De gemeenteraad kan gebieden of categorieën van bouwwerken in haar gemeente aanwijzen waar de redelijke eisen van welstand niet gelden (artikel 12 Woningwet). Ook kan de hele gemeente welstandsvrij worden verklaard. De raad kan op deze manier bereiken, dat alleen nog welstandseisen gelden in bepaalde beeldbepalende gebieden in de gemeente waarvoor zij dat nodig acht, zoals bijvoorbeeld de oude kern of een stads- en dorpsgezicht.
- De welstandscommissie of de stadsbouwmeester zijn respectievelijk een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie of een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke deskundige die aan het college advies kan uitbrengen over de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend, in strijd is met de redelijke eisen van welstand (artikel 1.1 en artikel 12b Woningwet). De bouwverordening regelt de samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie of de rol en de functie van de stadsbouwmeester (artikel 8 Woningwet).
- Het college kan ook besluiten om bij een aanvraag omgevingsvergunning geen advies in te winnen bij de welstandscommissie of de stadsbouwmeester, maar zelf te toetsen of bepaalde ‘bouwaanvragen’ voldoen aan de welstandscriteria (artikel 6.2 Besluit omgevingsrecht) .
Meer informatie
Voor meer informatie over dit onderwerp verwijzen wij naar naar de websites van de Vereniging van Bouw- en Woningtoezicht Nederland en de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit. Zie met name de Handreiking Kan-bepaling van de VBWT. -
Uitgebreide vraag: Gemeente heeft gegronde redenen om aan te nemen dat in meerdere particuliere woningen boardplaat aanwezig is met daarin niet-hechtgebonden asbest. Het asbest is toegepast in de woonkamer van iedere woning en niet afgeschermd. Kan de gemeente de eigenaar van het asbest dwingen om maatregelen te nemen?
In het Bouwbesluit staat een bepaling om te voorkomen dat in - voor mensen toegankelijke ruimten van - bouwwerken hoge concentraties van asbestvezels aanwezig zijn die voor de gezondheid onaanvaardbaar zijn. De concentratie van asbestvezels in de lucht mag volgens artikel 7.19 Bouwbesluit niet groter zijn dan 2.000 vezels/m³ (vast te stellen door NEN 2991 onderzoek).
Als de gemeente (eventueel na overleg met de omgevingsdienst) vermoedt dat er asbest aanwezig is en vermoedt dat asbestvezels vrijjkomen, kan zij actie ondernemen. Bij niet-hechtgebonden asbest is vrijkomen van asbestvezels al snel het geval. Als de grenswaarde wordt overschreden (door gespecialiseerd onderzoek vast te stellen) kan de gemeente besluiten om het gebruik van (het desbetreffende deel van) het bouwwerk te verbieden totdat maatregelen zijn genomen waarmee de concentratie wordt teruggebracht tot een onder de betreffende grenswaarde gelegen niveau.
Praktijkvoorbeelden
Publicaties & Brieven