Nijmegen van het gas af

Nummer 3, 24 februari 2017

Auteur: Leo Mudde

Nederland staat voor een opgave die vergelijkbaar is met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Tussen nu en 2050 zullen honderden miljarden moeten worden geïnvesteerd in de overgang van aardgas naar duurzame energie. Een hele klus, ook voor de steden. Zij kunnen dat alleen in samenwerking met de regio.

Nijmegen telt 44 wijken. Als de stad in 2050 gasloos wil zijn – en dat moet, want dat is landelijk afgesproken – moeten vanaf nu iedere jaar twee wijken worden aangewezen waar het bestaande gasnetwerk wordt vervangen door iets anders. Met een doorlooptijd van acht tot tien jaar, want je kunt niet vandaag tegen inwoners zeggen dat ze morgen geen gas meer hebben. Dat vraagt veel van een gemeente, zowel qua menskracht als budget.

Maatwerkaanpak

Al die wijken vragen een maatwerkaanpak. Kunnen ze worden aangesloten op het regionale warmtenet, is ‘all electric’ misschien een betere optie, of groen gas? Voor het aansluiten van vraag en duurzaam aanbod zit Nijmegen in de fase van het aftasten en is in gesprek met alle stakeholders, zoals woningcorporaties, om de mogelijkheden in kaart te brengen. ‘Voor projectontwikkelaars bijvoorbeeld is het ombuigen van de bestaande bouw onbekend terrein. Een nieuwbouwwijk aan de rand van de stad met gasloze woningen, is geen probleem. Maar een energietransitie in de bestaande stad is iets heel anders’, zegt Simone Ploumen van de gemeente Nijmegen.

Zij is trekker van de uitrol van het warmtenet. Samen met Maarten van Ginkel, coördinator duurzaamheid in de ruimtelijke ontwikkeling, legt ze de ‘regionale energiestrategie’ van Nijmegen uit. Regionaal, want de stad alléén kan de omslag naar een duurzame energietoekomst niet maken, daar heeft ze de regio voor nodig. Al was het maar omdat binnen Nijmegen domweg de ruimte niet beschikbaar is voor grote wind- of zonne-energieparken en biomassacentrales.

Groene Delta

Nijmegen doet wel zijn best. Noblesse oblige voor de stad die onlangs de Green Capital Award kreeg en zich in 2018 de duurzaamste stad van Europa mag noemen. Aan de rand van de stad staat nog de grote kolencentrale van Engie. Deze is begin 2016 gesloten, als uitvloeisel van het Nationaal Energieakkoord. In de schaduw van de fabriek ligt nu een ‘zonneveld’ met vierduizend zonnepanelen en er wordt gewerkt aan een windmolenpark, een biomassacentrale en een vergister die duurzaam gas levert: de Groene Delta van Nijmegen.

De regionale aanpak wordt duidelijk wanneer Van Ginkel een kaart van de regio Arnhem-Nijmegen op tafel legt. Daarop staan de bestaande warmtenetten van Nijmegen en Arnhem. Met blauwe pijlen is aangegeven hoe deze zich vertakken naar de wijken die nu nog niet zijn aangesloten en hoe ze aan elkaar worden gekoppeld. Het net van Duiven/Arnhem heeft nu tienduizend gebruikers en draait op de restwarmte van de afvalverbrandingsoven in Duiven. Het Nijmeegse net, dat draait op de warmte van de ARN in Weurt (Beuningen), heeft ongeveer vierduizend aansluitingen. Beide ovens produceren veel meer warmte dan ze nu kwijt kunnen aan woningen en bedrijven. Uiteindelijk moeten in 2030 negentigduizend woningen zijn aangesloten op het warmtenet waardoor ze geen aardgas meer nodig hebben.

De stad alléén kan de omslag naar een duurzame energietoekomst niet maken

De Groene Kracht

Nijmegen en Arnhem en twintig andere gemeenten bundelen nu hun krachten in De Groene Kracht, een uitvoeringsprogramma voor nieuwe energie in de regio. Stip op de horizon: een energieneutrale regio in 2050. De volledige energievraag in de regio wordt dan gedekt door duurzame energieopwekking. Om dat te realiseren is het noodzakelijk dat ‘de mindset in de gehele regio blijvend in de richting van de energietransitie wordt gezet’.

Warmteregisseur

Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor de ‘warmteregisseur’. Daarvan zijn er nu vier in Nederland. Voormalig wethouder Jan van der Meer van Nijmegen is de warmteregisseur voor het metropoolgebied Amsterdam en voor de regio Arnhem-Nijmegen.

Hij vergelijkt de omvang van de klus waarvoor Nederland zich met de energietransitie ziet gesteld met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Van der Meer roept de zittende colleges op nog deze raadsperiode werk te maken van een inventarisatie in hun gemeenten: welke wijken komen voor welke vorm van duurzame energievoorziening in aanmerking? Een kwart van alle woningen zal straks op een warmtenet zijn aangesloten, 10 procent op ‘groen gas’ (voornamelijk in de historische binnensteden) en de rest wordt ‘all electric’: vergaand geïsoleerd en de resterende warmtevraag wordt voorzien met een warmtepomp en zonnepanelen. Voor de colleges die in 2018 aantreden, is het zaak om voldoende budget en mensen te reserveren voor de grote uitrol. ‘Denk aan de communicatie. Alle inwoners moeten worden geïnformeerd over wat hen te wachten staat en wat het voor hen gaat betekenen. En het overleg met de energieleveranciers, de netbeheerders en de corporaties, zij moeten allemaal worden betrokken. En dan moet het echte werk nog gebeuren.’

Honderden miljarden

De omvang en de kosten van het werk mogen niet onderschat worden. Dat gebeurt volgens Van der Meer nu nog wel. ‘Het gaat tot 2050 honderden miljarden euro’s kosten. Alleen voor Nijmegen gaat het al om 4 miljard euro, en dat is 1 procent van de hele bevolking. Daar staat wel enorm veel nieuwe werkgelegenheid tegenover.’

Hij praat zich in Den Haag de blaren op de tong om dit hoog op de agenda van het nieuwe kabinet te krijgen. Het ministerie van Economische Zaken is doordrongen van de urgentie en trekt hard aan de energietransitie, maar de politiek lijkt zich nog vooral met andere zaken bezig te houden. Dingen die in elk geval moeten gebeuren, zijn het uit de wet halen van de aansluitverplichting in de bestaande bouw (elk huishouden heeft nu nog het recht om op gas te worden aangesloten) en het regelen van het afsluitrecht voor gemeenten (zij moeten met de netbeheerder kunnen bepalen wanneer een gasnet niet wordt vervangen). Daarnaast moeten de warmtenetten gelijk worden behandeld als de gas- en elektriciteitsnetten waardoor het voor de markt aantrekkelijk wordt om ermee aan de slag te gaan.

Zowel het Rijk als gemeenten investeerden veel in de decentralisaties in het sociaal domein, zegt Van der Meer. ‘Maar met de energietransitie houdt zich nu vaak een halve fte per gemeente bezig. Het bewustzijn van de enorme operatie waarvoor we staan, moet echt omhoog.’