Het is een vraag die veel gemeenten uit hun slaap houdt. Hoe maken we onze gemeente weerbaar tegen negatieve invloeden van buitenaf? Met andere woorden: hoe kunnen we de aanpak van ondermijning vormgeven? ‘Kijk en werk integraal, inclusief de zorg’, zeggen ze in Bergen op Zoom.

Logo Bergen op Zoom

Veel gemeenten zijn nog volop bezig om het toezicht op de Wmo en de Jeugdwet vorm te geven. Niet zelden kijken ze daarbij alleen naar het zorgdomein. Met het oog op de complexiteit ervan is dat begrijpelijk. In Bergen op Zoom nemen ze zorgfraude – ondanks het feit dat het toezicht nog niet helemaal op poten staat – al mee in de integrale blik op ondermijning. Patrick Roodenburg en Monique Broeke zijn hierbij betrokken. Patrick als informatiemakelaar bestuurlijke aanpak ondermijning en Monique als projectleider Zorgfraude en toezichthouder Wmo.

Kunnen jullie aan de hand van een voorbeeld laten zien hoe de integrale aanpak werkt?

Patrick: ‘Een heel sprekend voorbeeld is een melding die binnenkwam bij een Wmo-consulent over een cliënt die als dagbesteding hennep moest knippen. Zo kwam de zorgkant er eigenlijk bij. We hebben deze casus integraal opgepakt. Eerst keken we hoeveel cliënten vanuit onze gemeente zorg kregen van deze aanbieder. Die brachten we in veiligheid. Uiteindelijk groeide dit onderzoek uit tot een landelijke RIEC-casus omdat deze malafide aanbieder op nog meer plekken in Nederland actief was.

Monique: ‘Een ander voorbeeld is een gezin waarbinnen alle gezinsleden zorg krijgen. De vader vormt een serieus probleem voor de veiligheid van zijn gezin en omgeving en de kinderen zijn betrokken bij drugscriminaliteit. Dat vergt natuurlijk een gezamenlijke aanpak.’

Hoe hebben jullie de samenwerking intern georganiseerd?

Patrick: ‘Sinds 2015 hebben we hier het Lokaal Informatieplein, het LIP. Dit LIP bestaat uit de informatiemakelaar, een BRP-controleur, WABO-toezichthouders, een Vergunningverlener DHW, medewerker vastgoed, sociaal rechercheur, medewerkers van de groenvoorziening en publieksdiensten, Monique als toezichthouder Wmo en een politieagent. Die laatste kan wettelijk overigens alleen maar ontkennend of bevestigend antwoorden op vragen als ‘kloppen de onderbuikgevoelens van Monique?’.

Het LIP komt eens in de 3 weken bijeen, maar tussendoor kan iedereen meldingen doen van zaken die raken aan ondermijning en bestuurlijke weerbaarheid. Hier bepalen we hoe we in voorkomende gevallen zo adequaat mogelijk kunnen optreden. Bijvoorbeeld door met een combinatie van disciplines een huisbezoek af te leggen. En sinds eind vorig jaar hebben we voor het bepalen van de meest kansrijke interventies het Bergs Interventieteam. Dit BIT voorziet in de behoefte om korte klappen te maken op kansrijke signalen.’

Monique: ‘Daarnaast is integraliteit ook verweven in mijn dagelijkse werk. Specifiek voor het vormgeven van toezicht op de Wmo werk ik nauw samen met beleid, contractbeheer en contractmanagement. Daarnaast zitten de toezichthouder Wmo en Participatiewet in een ruimte en hebben we hele korte lijntjes met de toezichthouders BRP. Omdat ons cliëntenbestand vaak overeenkomt, wisselen we veel informatie uit. Bij een cliënt die een pgb krijgt voor huishoudelijke ondersteuning, controleer ik niet alleen de budgetplannen, maar check ik ook bij mijn collega of hij een bijstandsuitkering ontvangt. Zo ja, dan vragen we de klantmanager om op te letten dat hij zijn pgb-inkomsten doorgeeft. Natuurlijk werkt dit ook de andere kant op. Komt er iemand met een uitkering in onderzoek, dan kunnen we vanuit de Wmo heel goed aangeven dat deze cliënt heel kwetsbaar is. En dat we, om te voorkomen dat deze cliënt helemaal afglijdt, iets anders moeten bedenken dan het opleggen van een boete.’

Wat zijn de belangrijkste succesfactoren voor zo’n integrale aanpak?

Patrick: ‘Het is een open deur, maar een randvoorwaarde is dat de mensen in het LIP elkaar weten te vinden en gemotiveerd zijn om problemen samen te tackelen. Daarnaast moeten zij optreden als ‘LIP-ambassadeur’ voor hun eigen afdeling. En heel eerlijk, dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bouwtoezicht bijvoorbeeld heeft zijn handen vol aan het reguliere werk. En ook Monique moet heel creatief met haar agenda omgaan om tijd te maken. De prioriteiten liggen dan weleens uit elkaar. Een van de doelstellingen van het BIT is om ervoor te zorgen dat we over twee jaar een vast team hebben. Een team met mensen die specifiek voor de integrale inbreng en aanpak zijn vrijgemaakt. We zijn ook bezig met het ontwikkelen van een zogeheten Data privacy impact assessment, DPIA. Dit om ervoor te zorgen dat op een juridische wijze de juiste informatie gedeeld mag worden. Ook dat is een grote stap in de verdere professionalisering van onze integrale aanpak.’

Monique: ‘De belangrijkste voorwaarden zijn zichtbaarheid en elkaar regelmatig zien en spreken. In het huidige LIP is iedereen gelukkig supergemotiveerd. Kijk ik naar mezelf, dan ervaar ik het echt als meerwaarde voor mijn eigen werk dat ik zie waar anderen mee bezig zijn. En hoe zij bepaalde zaken aanpakken. Ook vind ik het belangrijk dat we mensen laten zien dat we als één gemeente optreden. Dat cliënten op ons kunnen rekenen als ze ons nodig hebben. Maar ook dat het verleden tijd is dat ‘kwaadwillenden’ de gemeente door haar gefragmenteerde toezicht eenvoudig om de tuin kunnen leiden.’