De VNG vindt het goed dat er nu een langetermijnbeleid Oekraïne ligt, maar ziet dat gemeenten onvoldoende betrokken zijn bij het opstellen ervan. We hebben zorgen over de uitvoerbaarheid voor gemeenten en het effect op Oekraïners en de samenleving. We pleiten voor een overgangsperiode.

Terug als het kan

Het kabinet heeft in het langetermijnbeleid Oekraïne aangegeven hoe zij, na beëindiging van de tijdelijke bescherming onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), de vluchtelingen uit Oekraïne wil opvangen. De VNG heeft het kabinet al meerdere malen verzocht om met een plan te komen voor het langetermijnbeleid en daarbij ook gemeenten nauw te betrekken. Immers voeren zij de rijkstaak voor opvang al sinds 2022 uit. 

De VNG onderschrijft het standpunt dat zodra het veilig kan, Oekraïners naar hun thuisland moeten terugkeren, ook in het belang van de wederopbouw van het land. De realiteit is dat dit niet voor iedereen een optie gaat zijn en dat er een groep is die hier wil blijven. Het is daarom goed dat het kabinet nadenkt over een (tijdelijk) verblijfsrecht, en dat de rechten, plichten en voorzieningen die daarbij gelden zoveel mogelijk ‘genormaliseerd’ worden. 

Gemeenten onvoldoende betrokken

De VNG constateert dat gemeenten vooralsnog onvoldoende betrokken zijn bij het opstellen het kabinetsplan. Vooral omdat uit de uitvoeringscan blijkt dat er een enorme opgave op gemeenten afkomt. Er is onduidelijkheid over de ruimte die wordt geboden om deze transitie te organiseren. Zo moet in de overgangsperiode de opvang geleidelijk worden afgebouwd en moeten Oekraïners huisvesting zien te krijgen. Een meest voor hand liggende optie is het ombouwen van de opvanglocaties, maar onze eerste analyse wijst uit de meeste locaties daar niet geschikt voor zijn en bij de locaties waar dat wel kan het tijd en financiering vraagt om dat te organiseren. 

Het uitgangspunt is dat Oekraïners aan het werk gaan en blijven. Momenteel is zo’n 60% aan het werk en dat zou betekenen dat een grote groep terugvalt in de bijstand. Voor gemeenten betekent dan een acute toename in het aantal aanvragen. Omdat die niet in één dag afgehandeld kunnen worden is er een (alternatief) vangnet nodig voor die overgangsperiode. 

Passende overgangsperiode

Dat het ministerie direct is gestart met de communicatie aan Oekraïners over het terugkeerbeleid, roept bij Oekraïense vluchtelingen vragen op. Gemeenten hebben hierop geen antwoord. Om het plan werkbaar en uitlegbaar te maken, willen we met het rijk in gesprek. 

Er is een passende overgangsperiode nodig waarbij er - ook als er bijvoorbeeld nog geen huisvesting is - gemeenten de desbetreffende persoon nog langer in de opvang kunnen laten verblijven. Dat moet juridisch (via een wetswijziging) en óók financieel mogelijk worden gemaakt. En als we van het begin samen optrekken, kunnen best ook andere issues worden opgelost.

Doelgroep flexibele regeling 

Daarnaast heeft het kabinet ook de 'Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten' - ofwel de Doelgroep flexibele regeling (Dfr) - vastgesteld. Daarmee is het kabinet voornemens om gemeenten meerjarig te financieren en meer flexibiliteit aan te brengen tussen de opvang voor Oekraïners en asielzoekers en de (tijdelijke) huisvesting van statushouders. 

De regeling is tot stand gekomen op basis van de uitkomsten van de uitvoeringsscan en na intensieve gesprekken tussen de VNG en het ministerie. Uiteindelijk is er een nieuwe versie van de regeling gekomen waar de VNG mee kan instemmen. Daarbij zijn ook heldere afspraken gemaakt over monitoring en evaluatie. 

De benodigde financiële middelen voor deze regeling moeten nog vastgesteld worden in de Voorjaarsnota, waardoor invoering van deze regeling op zijn vroegst op 1 mei 2026 is. Ter overbrugging is aangegeven dat de HAR+-regeling in ieder geval tot die tijd verlengd wordt. De VNG vraagt het ministerie om in aanloop naar 1 mei transparant met gemeenten te blijven communiceren over de definitieve versie van de regeling.