Een aanpassing van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is aanleiding tot wijziging van de VNG-modelverordening maatschappelijke ondersteuning. De wijziging betreft de reële prijs voor Wmo-diensten. Gemeenten zijn hierover onlangs door ons per ledenbrief geïnformeerd.

Het Uitvoeringsbesluit krijgt een nieuw artikel, dat 1 juni van kracht wordt. Het artikel (5.4) heeft tot doel dat de gemeente een reële prijs betaalt voor een Wmo-dienst, waarmee de aanbieder kan voldoen aan de gemeentelijke eisen van kwaliteit en continuïteit, en zijn arbeidsrechtelijke verplichtingen.

Aanpassing Wmo-verordening

Gemeenten moeten hun Wmo-verordening vóór 1 juni aanpassen. De gemeenteraad moet de volgende zaken vastleggen in de verordening:

  • Het college stelt een vaste of reële prijs vast voor Wmo-diensten. Deze prijs is tevens de ondergrens voor een inschrijving in een aanbestedingsprocedure.
  • De vaste of reële prijs moet worden vastgesteld overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit. Het college moet daarbij rekening houden met de continuïteit van de hulpverlening.
  • De kostprijselementen waar een vaste of reële prijs op is gebaseerd.

Extra mogelijkheid

De AMvB biedt het college de mogelijkheid om (i.p.v. zelf een vaste of reële prijs vast te stellen) van de inschrijvende partij te eisen een reële prijs voor de dienst te hanteren. Dit op basis van de eisen aan kwaliteit en continuïteit en rekening houdend met de in de verordening genoemde kostprijselementen. 

Bestaande overeenkomsten

Voor bestaande overeenkomsten geldt een overgangstermijn. Bij verlening moet beoordeeld worden of de overeenkomst voldoet aan het Uitvoeringsbesluit. De AMvB is van toepassing op alle vormen van Wmo-dienstverlening met uitzondering van de verstrekking van hulpmiddelen en woningaanpassingen.

Meer informatie

Hieronder de ledenbrief met bijlagen.